De Nieuwe Haagsche Nachtegaal


auteur: anoniem Haagsche Nachtegaal, De Nieuwe


bron: De Nieuwe Haagsche Nachtegaal. Jan van Duisberg, Amsterdam 1659 


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Huwelyx lof.

Toon: Si tanto gratiosa.

 
I.
 
LOf, lof zy dees Godinne,
 
Die daaglijx 't een geslacht aan 't ander strengelt,
 
En niet door geile minne,
 
Als Venus dee, het bloet der wulpschen mengelt,
 
Maar redelijk en zedelijk
 
Kan door haar kracht bewegen,
[p. 116]
 
Die min verachten, en wettlijk betrachten
 
's Hemels zegen.
 
II.
 
O voestervrouw der vromen,
 
Door u is 't dat den oudren wordt gegeven
 
Met juiching uitgenomen
 
In 't darde lit hun blijschap te beleven:
 
Dat uit hun' struik verrijst het puik
 
Der rankken, elk om 't brave,
 
Die noch op heden verwekken d' overleden
 
Uit den grave.
 
III.
 
Wat waar 't, rampzalig mensche,
 
Indienge most uw lieve weerga derven?
 
Al hadge 's harten wensche,
 
In eenzaamheyt gy quijnend heen soud sterven:
[p. 117]
 
De goude torts des daags zou korts
 
Vergeefs op onze daken
 
Zo helder lichten, noch menschen aangezichten
 
Meer vermaken.
 
IV.
 
Of zome in 's Huwlijx stede
 
Voor Venus smookte alleen met wierook vieren,
 
De menschelijke zede
 
Waar haast gelijk den aart der wilde dieren,
 
En elk zou boos en Wetteloos
 
Uw Kerken gaan ontwijen,
 
Nu vrank en veilig betreden, van die heilig
 
Willen vrijen.
 
V.
 
Lof, lof zy dees Godinne,
 
Die in haar' stoel zoo heerlijk zit bepeerelt,
[p. 118]
 
En als een Keyserinne
 
Den Scepter draagt van reedlijkst' deel der Weerelt.
 
Lang duure uw Rijk, vrouw Huwelijk,
 
Groot werde uw heerschappye:
 
Eer lange doetze ontzien ons Tegenvoetze,
 
Uw partije.

I.v.Vondelen.