terug  begin  verderprepost
[p. 13]

Verslag van de eerste werkvergadering gehouden op maandagmorgen 4 september, over het thema:
Het academisch onderwijs van het Nederlands in het buitenland (de keuze van het didactisch materiaal)

Het verschil in doelstelling en bij gevolg ook in methode tussen het onderwijs van het Nederlands aan Nederlandssprekenden en dat aan anderstaligen is onderkend als één van de primaire problemen van de onderwijssituatie. De doelstellingen bij het onderwijs van het Nederlands in het buitenland kan van centrum tot centrum - en zelfs binnen één centrum - belangrijk verschillen. Zo moet er duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen een wetenschappelijke studie en de practische beoefening van Nederlands als gesproken en geschreven taal.

 

De wezenlijke aard van een cursus in het Nederlands aan een buitenlandse universiteit hangt dus af van de behoeften van de betrokken studenten: sommige studenten volgen Nederlands geheel om academische redenen, andere uit economische of practische overwegingen.

 

Toch is duidelijk gebleken - ondanks de heterogene studentenbevolking - dat er wel degelijk enkele gemeenschappelijke problemen bestaan, problemen die een gezamenlijke, krachtdadige aanpak vragen, niet alleen door buitenlandse neerlandisten maar ook met inschakeling van krachten in Nederland en België.

Grammatica's en oefeningen

Als voornaamste probleem is het gebrek aan een goede, betrouwbare en in alle opzichten bevredigende standaardgrammatica van het Nederlands aan de orde gesteld. Niet alleen ontbreekt zo'n standaardgrammatica, ondanks de veelheid van werken op dit gebied, maar ook en in de eerste plaats bestaat er een reële behoefte aan bijzondere grammatica's, speciaal opgesteld voor en aangepast aan de behoefte van de verschillende taalgebieden.

(Opmerking: verblijdend is het feit, dat de Nederlandse docenten in het buitenland niet hebben stilgezeten en gewacht op de grammatica, die eens zou komen; integendeel: daadwerkelijke pogingen zijn en worden aangewend om in onmiddellijke behoeften te voorzien. Zo werd ter vergadering medegedeeld, dat er binnenkort een door het Ministerie van O.K. & W. gesubsidiëerd Nederlands leerboek voor Duitstaligen, dat door een werkgroep van vijf lectoren voor Nederlands in Duitsland is bewerkt, onder de namen van Dr. J.M. Jalink en Dr. M.C. van den Toorn, bij de Firma Langenscheidt te Berlijn zal verschijnen. Andere docenten moeten zich voorlopig nog met gestencilde handleidingen behelpen).

[p. 14]

Als mogelijke oplossing voor het grammaticaprobleem wordt voorgesteld enkele hoogleraren en lectoren en wellicht wetenschappelijke ambtenaren in de Nederlandse taalwetenschappen aan Nederlandse en/of Belgische universiteiten op de één of andere wijze in te schakelen, teneinde dit vraagstuk in alle ernst aan te pakken.

 

In aansluiting op het grammaticaprobleem komt de kwestie van geschikte oefeningen (‘test’-materiaal), naast de grammatica te gebruiken, ter tafel. Algemeen heerst het gevoelen, dat zulke oefeningen: a) naar de graad van moeilijkheid moeten worden gerangschikt en b) op de specifieke problemen van de verschillende taalgebruikers moeten zijn afgestemd.

Bloemlezingen, teksten, woordenlijsten

Gesteld wordt, dat de gewone Nederlandse en Vlaamse bloemlezingen niet altijd geschikt zijn voor het gebruik door docenten van het Nederlands in het buitenland, o.a. omdat deze bloemlezingen meestal alleen een literair karakter dragen. Naar inhoud en stijl rijk geschakeerde bundels - zowel Nederlandse als Vlaamse teksten bevattende - zijn nodig. In elk geval moeten de teksten en ander leesmateriaal naar de graad van moeilijkheid gerangschikt zijn, liefst met de nodige verklarende aantekeningen.

 

Eveneens is voorgesteld een bloemlezing samen te stellen bestaande uit Nederlandse en Vlaamse teksten - rekening houdend met alle taalgebieden in het buitenland, waar Nederlands gedoceerd wordt - vergezeld van een boekje met verklarende aantekeningen in de drie ‘wereldtalen’ (Engels, Duits en Frans). Hierbij wordt opgemerkt, dat alle woorden, die niet voorkomen in de basislijst van Nederlandse woorden (verg.: Vannes: ‘Vocabulaire de Néerlandais de base’), in zo'n additionele woordenlijst verklaard moeten worden. Zodoende kan de basiswoordenlijst als uitgangspunt dienen bij de opbouw van de woordenschat.

 

Het is ook mogelijk - en in de praktijk is dit zeer succesvol gebleken - een integrale tekst (b.v. een roman als ‘Kaas’ van Willem Elsschot) aan te bieden met daarop gebaseerde begripstoetsing, grammaticavragen en (zelfs) stijloefeningen. Zodoende wordt de Nederlandse grammatica reëel, concreet uit de tekst afgeleid en dient het grammaticaboek als zodanig slechts als naslagwerk. Er blijkt een wezenlijk gevoelde behoefte te bestaan aan een bloemlezing (anthologie) met de mooiste stukken uit de Nederlandse en Vlaamse lyriek en aan een boek over Nederlandse ‘Landeskunde’. Geconstateerd wordt, dat voor sommige taalgebieden (b.v. Deens) nog geen woordenboeken bestaan.

Bij bovenstaand verslag behoren de Resoluties 1-4, vermeld op blz. 28

prepostterug  begin  verder