Dames en Heren, beste Collega's, nu blijft mij alleen nog de aangename taak over, een dankwoord uit te spreken bij het einde van dit Tweede Colloquium. Dit dankwoord zal ook alweer, gezien de omstandigheden, heel kort zijn. Ik denk in de eerste plaats met bijzondere erkentelijkheid - en wij allen doen dat - aan de Gemengde Technische Commissie ter uitvoering van het Belgisch-Nederlands Cultureel Akkoord, die dit Colloquium praktisch heeft mogelijk gemaakt, en ik kan aan deze Commissie niet denken, zonder in het bijzonder en met name te noemen haar secretaris, de Heer Berckx, die ontzettend veel heeft verzet om dit materieel, om dit financieel te kunnen doen plaatshebben. Ik denk aan de Dienst Internationale Culturele Betrekkingen en dan in het bijzonder moet ik daarbij noemen de Heer van Goidsenhoven die U bezig heeft gezien, geloof ik, toen U hier de eerste dag was, in hemdsmouwen, de hele dag sjouwend om onze reizende tentoonstelling op tijd klaar te hebben voor de opening. Ik denk aan de Dienst Letteren van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur. Ik denk aan de talrijke ambtenaren van de beide Ministeries van Opvoeding maar ook van de Ministeries van Buitenlandse Zaken die hier aanwezig hebben willen zijn. Ik dank al degenen die hebben bijgedragen tot de uitvoering van de resolutie betreffende de reizende tentoonstelling. Verder de Collega's die een referaat hebben gehouden en ook hen die het voorzitterschap hebben waargenomen, kortom allen die op de een of andere wijze tot het welslagen van dit Tweede Colloquium hebben willen bijdragen. En dat bent U allemaal zonder één uitzondering, Collega's, alleen maar al door Uw aanwezigheid hier. Niet in het minst gaat mijn dank naar mijn naaste medewerkers, Dr. Jalink en Drs. Thomassen, voor de steun die zij mij in deze dagen hebben verleend. En dan moge ik in de laatste, maar niet in de minste plaats ook dank en hulde brengen aan de echtgenoten van onze Collega's die zijn meegekomen naar Brussel en die mee hebben bijgedragen tot de
charme van dit Colloquium. Enkele weken vóór het Colloquium kreeg ik een brief van één van onze Collega's, die schuchter vroeg of zijn verloofde, die bovendien neerlandica was, mocht meekomen. Ik heb hem daarop geantwoord: ‘neerlandica’ is bij ons geen vrouwelijk enkelvoud en ‘extra muros’ is geen imperatief. Dus, zij was hartelijk welkom.
Nu blijft mij niets anders over, Dames en Heren, dan dit Tweede Colloquium van Hoogleraren en Lectoren in de Neerlandistiek aan buitenlandse Universiteiten voor gesloten te verklaren. Ik dank U zeer.