1. Voor het eerst werd hier voor een forum van vakgenoten een gedurfd bibliografisch project voorgesteld, waaraan sedert 1954 in stilte wordt gewerkt en dat zich thans in een gevorderd stadium van voltooiing bevindt; in het licht van de grote nood aan neerlandistische bibliografische apparatuur leek een mededeling erover reeds nu wenselijk en gerechtvaardigd. Het gaat om een eenmansonderneming, uitermate bescheiden wat de beschikbare en aangewende middelen betreft, doch tegelijkertijd bijzonder ambitieus van opzet: wat aanvankelijk uitsluitend bedoeld was als documentatie voor persoonlijk gebruik, is geleidelijk, en vooral dank zij een meer systematische aanpak, uitgegroeid tot een waarachtige bibliografie, die een wetenschappelijke rol wil en kan vervullen.
2. Naar het voorbeeld van de Bibliography of Comparative Literature van Baldensperger-Friederich werd gestart met het aanleggen van een uitgesproken comparatistische documentatie, eerst nog geheel gecentreerd op internationale relaties en beïnvloedingen, daarna uitgebreid met rubrieken over genrestudie, thematologie en geesteshistorische achtergronden van de literatuur. Door latere toevoeging echter van enkele nieuwe afdelingen, gewijd aan literaire theorie, tekstkritiek, poëtica, stilistiek e.d. bleek het mogelijk uiteindelijk nagenoeg het hele domein van de Nederlandse literatuurstudie te bestrijken, zonder dat in feite één enkel belangrijk onderwerp diende te worden uitgesloten. Dit compromis tussen comparatistische en algemene standpunten hoeft het geheel daarom nog geen tweeslachtig karakter te bezorgen, vooral omdat ‘comparatistisch’ zeer ruim geïnterpreteerd wordt, nl. als ‘het literaire feit functioneel integrerend in zijn tijdelijke en ruimtelijke context’. De bibliografie wil dus algemeen literair zijn en tegelijk toch het belang van de specifiek comparatistische aspecten beklemtonen.
3. Van de aanvang af is het de bijbedoeling geweest, door het cen-
traal stellen van de internationale bindingen van de Nederlandse literatuur en cultuur, alsmede van de invloed die ervan is uitgegaan, een bijdrage te leveren tot onze culturele uitstraling. Direct in verband met de bekommernis de Nederlandse literatuur en literatuurwetenschap over onze grenzen meer bekendheid te verlenen, staat het voornemen de bibliografie van tweetalige Nederlands-Engelse begeleidende teksten, rubriekhoofden en toelichtingen te voorzien. Opvatting én presentatie van het werk maken het aldus bijzonder geschikt ook voor gebruikextra-muros.
4. De bibliografie verloopt niet chronologisch, volgens periodes en auteurs, zoals meestal het geval is, doch is volledig systematisch opgevat, zodat de rubricering der titels meteen reeds een karakterisering van de inhoud impliceert. Die ver doorgedreven systematiek zal de gebruikswaarde van het werk waarborgen ook na het eventueel verschijnen van andere retrospectieve bibliografieën van de Nederlandse literatuurwetenschap. De bibliografische beschrijving blijft daarbij beperkt tot het hoogstnoodzakelijke en met name bladzijdenaantal van boeken of paginering van tijdschriftbijdragen kan niet worden vermeld. In een werk dat allereerst als oriënterende bronnengids bij de literatuurstudie bedoeld is, wordt het gewoon signaleren van een publikatie belangrijker geacht dan het verstrekken van exhaustieve bibliografische informatie.
5. Een en ander is uiteraard onvermijdelijke consequentie van de bescheiden middelen waarmee moet worden gewerkt. Dat die werkwijze trouwens nog andere bibliografische risico's inhoudt, is duidelijk: de documentatie zal in menig opzicht onvolledig moeten blijven, ook al wegens bewust opgelegde beperkingen, en bovendien zal ze in vele gevallen moeten steunen op het gezag van derden, daar pesoonlijke, consultatie en controle van de bronnen lang niet steeds mogelijk bleek. Zelfs dergelijke onvolkomenheden kunnen echter geenszins opwegen tegen de evidente voordelen van een spoedige publikatie van het beschikbare materiaal.
6. Principieel wordt opgenomen alles wat aan secundaire bronnen over de Nederlandse literatuur, in boek-, brochure- of artikelvorm verschenen is na 1800. ‘Nederlands’ wordt daarbij in de ruimste zin - eerder cultureel dan linguïstisch bepaald - geïnterpreteerd, zodat ook plaats wordt gelaten aan de literaire produktie van Nederlandse ex- pansiegebieden of landen binnen de Nederlandse cultuursfeer zoals Friesland en Zuid-Afrika. Niet-Nederlands-schrijvende Nederlanders (b.v. Erasmus, Spinoza, Hemsterhuis) worden, voor zover mogelijk, als
tot het Nederlandse cultuurpatrimonium behorend, behandeld.
7. Belangrijk is dat de begrippen ‘Nederlands’ en ‘literatuur’ voortdurend worden gesitueerd in een ruimer kader, wat deze bibliografie een internationaal, zelfs universeel karakter verleent: het Nederlandse feit wordt tegen zijn internationale achtergrond geprojecteerd en het fenomeen literatuur als een uiting van cultuur gezien. Praktisch betekent zulks dat de kerndocumentatie ‘Nederlandse literatuurstudie’ begeleid en geruggesteund wordt door uitvoerige rubrieken buitenlandse publikaties (b.v. literair-theoretische) of publikaties de randgebieden en hulpwetenschappen betreffend (b.v. linguïstiek, geschiedenis, filosofie e.d.).
8. Het bleek niet altijd gemakkelijk strakke opname-criteria toe te passen: dat geldt inzonderheid voor moeilijke categorieën zoals kritiek, proefschriften en tekstuitgaven. Louter recenserende kritiek wordt zoveel mogelijk geweerd, tenzij ze zich in artikelvorm of gebundeld aandient. Belgische ongepubliceerde scripties en dissertaties worden hier voor het eerst wel als volwaardige bijdragen vermeld. Omwille van de inleidingen krijgen de belangrijkste wetenschappelijke tekstedities hun plaats tussen de studies; hetzelfde geldt trouwens ook voor geschriften van autobiografische aard zoals brieven en memoires. Zeer algemeen gehouden auteursmonografieën zijn veelal terug te vinden onder ‘genre’ of ‘auteursbiografie’, doch onvermijdelijk moesten heel wat kortere stukken met algemene inhoud, zoals herdenkings- of huldigingsartikelen, aan de detailrubricering worden opgeofferd.
9. Tot de praktische hanteerbaarheid van de bibliografie zullen de verwijzingen en de registers belangrijk bijdragen. Voor zover ze zich ertoe lenen, zullen de titels in meer dan één rubriek terug te vinden zijn, door middel van een referentiesysteem dat herhalingen overbodig maakt. Een vijftal indices zijn voorzien: een auteursregister, twee registers - een Nederlands en een buitenlands - van de behandelde personen, een zaakregister en een lijst van de vermelde tijdschriften en reeksuitgaven met de gebruikte afkortingen en sigels. Complete voorafgaande nummering van de titels is daartoe natuurlijk onmisbare vereiste.
10. Het materiaal wordt gedeeltelijk occasioneel, doch thans vooral systematisch verzameld. De voornaamste bronnen zijn: a. de seminariebibliotheek Nederlandse Literatuurstudie van de Rijksuniversiteit te Luik, waarvan het representatieve boekenbezit in zijn geheel wordt verwerkt; b. de bestaande binnen- en soms ook buitenlandse bibliografische
repertoria, zoals b.v. Willekens' literatuuroverzichten in Spiegel der Letteren of de tijdschriftenbibliografieën van Roemans-Van Assche; c. de belangrijkste nog verschijnende literaire en literair-wetenschappelijke tijdschriften en jaarboeken, waaronder vooral de volledig gedepouilleerde - ruim 60 - jaargangen van De nieuwe Taalgids ; d. diverse catalogi (b.v. van sommige bibliotheken) en literatuurlijsten (van vakgeleerden of over bepaalde onderwerpen b.v. in dissertaties).
11. De vergaarde gegevens zijn op individuele steekkaarten getypt en volgens bijgevoegd organisatieschema in bakken en dozen gerangschikt. Een recente raming, aan de hand van een zeer beperkte telling, leverde een benaderend aantal van ± 29.000 fiches op. Dit hoge cijfer mag niet doen vergeten dat met de vervollediging en de afwerking van het materiaal nog heel wat tijd zal gemoeid zijn: nog een aantal bronnen wacht immers op bewerking, vooral moeten nog vele gegevens worden gecontroleerd, aangevuld en gecorrigeerd en ten slotte wacht de niet te onderschatten taak van de nummering der titels en de samenstelling der registers. Van het voor bibliografisch werk thans zo gunstige klimaat, meer nog van de positieve kritiek en de aanmoedigingen van vakgenoten, verwacht de samensteller de stimulans nodig om zijn project in een niet al te verre toekomst tot een bevredigend einde te brengen, de Nederlandse literatuurwetenschap ten bate.
I (Eerste Afdeling), Literatuur: theorie en historiografie |
|||||||||||||||
| A. |
Theoretisch, vergelijkend, algemeen
|
||||||||||||||
| B. |
Nederlands
|
||||||||||||||
|
II (Tweede Afdeling). Literatuur als esthetische categorie |
|||||||||||||||||||||
| A. |
Filologische voorarbeid
|
||||||||||||||||||||
| B. |
Esthetica, poëtica, stilistiek
|
||||||||||||||||||||
| C. |
Literaire genres
|
||||||||||||||||||||
|
III (Derde Afd.). Literatuur in verband met leven en samenleving |
|||||||||||||||||||||||||||
| A. | Literaire stromingen (21)
|
||||||||||||||||||||||||||
| B. |
Relaties literatuur - andere vakken
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| C. |
Thema's en motieven
|
|
IV (Vierde Afdeling). Literatuur (en cultuur) in internationaal verband |
|||||||||||||||
| A. | Inleiding: Betrekkingen en invloeden binnen het
Nederlands taalgebied (23)
|
||||||||||||||
| B. | Contacten met buitenland (Bemiddelaars) (24)
|
||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| C. |
Betrekkingen met buitenland
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| D. |
Invloeden van/op buitenland
|
|