terug  begin  verderprepost
[p. 211]

Excursie
Donderdag 30 augustus 1973
13.30 uur

EXCURSIE NAAR ROTTERDAM met o.a.:

Lezing door Drs. R. den Dunnen over:

‘Het beleid m.b.t. de ruimtelijke ordening van Nederland, toegespitst op de problematiek van het gewest Rijnmond’

[p. 212]

Het beleid m.b.t. de ruimtelijke ordening van Nederland, toegespitst op de problematiek van het gewest Rijnmond door Drs. R. den Dunnen, Rotterdam
(door de auteur verstrekte samenvatting)

R.O.: definitie : de regeling van bestemming en gebruik van de ruimte
  kader: bevordering van het welzijn van individu en samenleving
  kenmerk: procesmatig karakter; géén vastleggen van situaties, doch geleiden van ontwikkeling
  organisatie: drie niveaus:
    - nationale overheid
    - provinciale overheid
    - gemeentelijke overheid (incl. gewesten)

Nat. Overheid: Tweede Nota R.O. (1966). Derde Nota in voorbereiding. Provinciale Overheid voorziet in streekplannen, waarin de toekomstontwikkeling van een gebied in hoofdlijnen wordt aangegeven. Streekplannen zijn richtinggevend voor gemeentelijke structuur- en bestemmingsplannen.

 

Bestuurlijke organisatie van Nederland niet aangepast aan snelle maatschappelijke ontwikkeling:

 

Proces van schaalvergroting dat de capaciteit van afzonderlijke gemeenten veelal te boven gaat.

 

Sterke economische groei na de 2e Wereldoorlog leidde tot problemen die door het economische systeem zelf niet konden worden opgelost. Overheid tracht problematiek te benaderen via 4e bestuurslaag: het gewest (stads- of streekgewest) om tegemoet te komen aan de groeiende functionele samenhang in de samenleving.

 

1964: Wettelijke instelling Openbaar Lichaam Rijnmond (Streekgewest). Testcase voor de gewestvorming in Nederland.

[p. 213]

Samenwerkingsvorm van 23 gemeenten met Rotterdam als centrumgemeente.

 

Taken:

-R.O.: o.a. samenstellen streekplan (voorontwerp 1973).
-Milieuhygiëne : afvalverwerking, bestrijding luchtverontreiniging (snuffelpalen, Centrale Meld- en Regelkamer).
-Woningbouw : woningmarktonderzoek, contingentering.
-Onderwijs : voorzieningen voor voortgezet onderwijs.
-Econ. ontw. : economisch structuurmodel.

Zwakke punten van het Lichaam:

-weinig reële bevoegdheden; beperkt tot geven van richtlijnen en aanwijzingen;
-moeilijke verhouding tot centrumgemeente Rotterdam;
-Raad te uitgebreid (81 leden) om efficiënt te functioneren.

Rijnmond belangrijke regio voor Nederland; door gunstige verkeersgeografische ligging uitgegroeid tot concentratie van nationale en internationale betekenis.

 

Op 2% van de oppervlakte van Nederland woont 9% van de Nederlandse bevolking (1,1 mln) (w.v. ⅔ in Rotterdam), op 19% van de oppervlakte van de provincie Zuid-Holland woont 38% van de provinciale bevolking. De bevolkingsdichtheid is 2.080/hm2 tegen 1.050 voor de provincie Zuid-Holland en 380 voor Nederland als geheel. De beroepsbevolking omvat ruim 400.000 personen.

 

Het gebied bevat de grootste haven ter wereld. Jaarlijks komen ruim 30.000 zeeschepen binnen. De totale havenoverslag bedraagt meer dan 180 mln. ton, voor meer dan de helft voor de doorvoer bestemd. Daarnaast is de met de haven verbonden industrie van grote betekenis, m.n. chemie, olieraffinage en transportmiddelen (scheepsbouw).

 

Nationaal stuwende bedrijvigheid neemt 45% van de toegevoegde waarde voor zijn rekening, tegen Nederland als geheel 18%. Het percentage industrieterrein is 2 ½ maal zo groot als voor Nederland als geheel. Sterke specialisatie van activiteiten: 65% van de export bestaat uit de producten van 3 bedrijfstakken (chemie, olieraffinage, transport en overige verv.).

 

Hoewel de enorme economische groei van de laatste 10 jaren grote voordelen heeft gebracht, m.n. voor de Nederlandse economie, heeft deze ook een aantal bijverschijnselen teweeggebracht, welke sinds kort

[p. 214]

een herwaardering van het beleid m.b.t. de economische groei hebben ingeluid, m.n. in het westen des lands.

 

In Rijnmond heeft de eenzijdige economische-groeibenadering in het verleden geleid tot een veronachtzamen van de algemene welzijnsaspecten; een opsomming van knelpunten geeft het volgende resultaat:

Knelpunten

Bevolking

-relatief veel jonge gezinnen trekken uit het gebied weg, waardoor een eenzijdige bevolkingsstructuur dreigt.

Woonmilieu

-groot deel van de bevolking ervaart het woonmilieu als onvoldoende;
-achterstand in de verbetering van oude woongebieden (sanering en reconstructie);
-woningnood: o.a. door de daling van de gemiddelde woningbezetting, maar ook door een voortdurende achterstand in de woningbouw;
-het wordt steeds moeilijker woningen voor de lage inkomensgroepen te bouwen.

Voorzieningen

-het voorzieningenniveau van het aantal groeikernen blijft achter bij de bevolkingsontwikkeling;
-tekort aan recreatiemogelijkheden.

Economie en werkgelegenheid

-eenzijdige economische structuur;
-spanning op de arbeidsmarkt; tekort aan ongeschoolde arbeid, daardoor pendel en buitenlandse gastarbeiders; werkgelegenheid onvoldoende aangepast aan arbeidsaanbod.

Natuurlijk milieu

-aantasting door industrialisatie, urbanisatie en infrastructuur;
-luchtverontreiniging, waterverontreiniging, stank en lawaaioverlast;
-bedreiging door mogelijke calamiteiten.
[p. 215]

Infrastructuur

-de bereikbaarheid binnen het gebied verslechtert; de woongebieden verschuiven naar de periferie, terwijl de werkgelegenheid in het centrum blijft; de recreatiegebieden worden steeds slechter bereikbaar;
-met name de rivierovergangen vormen ernstige knelpunten voor het woon- werkverkeer;
-integratie infrastruktuurplanning ontbreekt, waardoor de planning en realisatie van nieuwe woon- en werkgelegenheden wordt bemoeilijkt.

Op welke wijze speelt het beleid op deze problematiek in?

Uitgangspunt:

Nederland en m.n. het westen des lands bezien in het licht van de ontwikkeling in N.W. Europa. Ligging in een snel verstedelijkend gebied met omvangrijke haven- en industrieconcentraties met een grote mate van onderlinge samenhang. Aansluitihg zoeken bij deze ontwikkeling door creëren c.q. uitbouwen van ontwikkelingsassen naar Ruhrgebied en Scheldebekken.

Beleid nationale overheid (Tweede Nota R.O.):

-evenwichtige spreiding bevolking en werkgelegenheid;
-behoud centrale open ruimte;
-milieudifferentiatie volgens principe van gebundelde deconcentratie in gelede stadsgewestelijke structuren.

Beleid Provincie Zuid-Holland:

-Selectief investeringsbeleid:
maatschappelijk rendement van industrievestiging c.q. -uitbreiding doorslaggevend;
kwalitatieve en kwantitatieve afstemming van werkgelegenheid op arbeidsaanbod;
evenwichtige spreiding van werkgelegenheid over alle bedrijfstakken;
groei zeehavenindustrie afleiden naar Scheldebekken.
-Ruimte open houden voor toekomstige ontwikkeling;
[p. 216]
-Verbeteren van de infrastructuur;
-Uitbouwen van Den Haag en Rotterdam tot metropolen met een hoogwaardig voorzieningenniveau.

Gewestelijk beleid (Voorontwerp Streekplan Rijnmond):

Uitgangspunt: hoogste prioriteit voor het leefmilieu:
-Instandhouden c.q. tot standbrengen van levensvatbaar milieu:
goed beheer van nationale gebieden;
reductie van schadelijke invloeden;
creëren van gedifferentieerd landschap met grote variëteit in leefgemeenschap.
-Bevordering van het welzijn:
creëren van een hoogwaardig woon- en vrijetijdsmilieu;
opbouwen van een hoogwaardig, hiërarchisch gestructureerd voorzieningenapparaat;
handhaven van voldoende afstand tussen woon- en werkgebieden;
beperkte bevolkingsgroei, doch voorkomen van onevenwichtige bevolkingsopbouw;
selectief investeringsbeleid:
-m.b.t. de gevolgen voor het leefmilieu;
-afstemmen van de werkgelegenheid op het arbeidsaanbod;
-stimuleren van de transport- en distributiefunctie van de haven;
-Handhaven c.q. verbeteren van de bereikbaarheid.

De beleidsvoornemens spelen dus goed in op de geschetste problematiek. Sommige doelstellingen zijn echter moeilijk verenigbaar of zelfs strijdig, zodat prioriteiten moeten worden gesteld aan de hand van de geschetste knelpunten. Onderscheid in lange- en korte-termijnbeleid.

 

Korte-termijnbeleid staat tegen de achtergrond van de volgende prognose (1980) van het door het Openbaar Lichaam Rijnmond ontwikkelde structuurmodel.

Structuurmodel:

-snelle economische groei tot 1975, daarna tragere groei en vermindering van de spanning op de arbeidsmarkt;
[p. 217]
-afnemende groei beroepsbevolking;
-minder snelle groei, doch niettemin nog een verdubbeling van de activiteiten in olieraffinage en chemie;
-verschuiving van industrie naar dienstensector;
-toenemende eenzijdigheid van de economische structuur; concentratie op nationaal stuwende bedrijvigheid.

Duidelijk is, dat de economische groei zich niet gemakkelijk zal laten afremmen, zeker niet wanneer het R.O.-beleid in Nederland het karakter van een ‘toelatingsbeleid’ houdt, d.w.z. van het aangeven van het toekomstig gebruik en de bestemming van de ruimte. Nodig is een uitvoerend R.O.-beleid, dat zich niet slechts bezig houdt met het geven van aanwijzingen en richtlijnen, doch zich m.n. richt op de implementatie, de begeleiding van het proces van uitvoering in de vorm van evaluatie en zonodig bijsturing op basis van verkregen gegevens.

prepostterug  begin  verder