Aanwezig: F. Bulhof (Oldenburg), voorzitter; mw. L. Artois (Frankfurt/Main), A. Berteloot (Marburg/Lahn), mw. J. Best (Heidelberg), mw. C. Broeder (Oldenburg), C. ter Haar (München), mw. J. den Hartog (Bonn), W. Kats (Bremen), mw. B. Kehnen (Duisburg), R. Leclercq (Würzburg), J. Müller (Keulen), E. Püschel (Heidelberg), mw. J. Ridderbeekx (Berlijn), J. Stegeman (Zürich) en J.W. de Vries (Leiden).
De voorzitter opende de vergadering en stelde de agendapunten voor.
Agendapunt 1 bestond uit een referaat van mw. Broeder over ‘Expletief er en de interpretatie van onbepaalde subjecten’ (zie p. 95-103).
Bij de discussie bleek dit model belangwekkend, maar niet volledig ten einde gedacht. In ieder geval kon met de spreekster geconstateerd worden, dat het veiliger is de leerders een gevoel voor het gebruik van er te helpen ontwikkelen aan de hand van een corpus van goed gekozen voorbeeldzinnen dan met behulp van een twijfelachtige ‘regel’.
Agendapunt 2 betrof het referaat van de heer Ter Haar over ‘Integratie van Nederlandse literatuur en geschiedenis in de Germanistiek in de Bondsrepubliek Duitsland’ (zie p. 105-114).
Onder agendapunt 3 werden enkele mededelingen gedaan.
| a) | De heer J. Stegeman maakte de vergadering attent op het Symposium Niederländische Literatur in deutscher Übersetzung dat door S. Sonderegger en hemzelf in mei 1986 te Zürich zal worden georganiseerd. Centraal staan in hoofdzaak theoretische en historische aspecten van het vertalen. |
| b) | De heer F. Bulhof wees op de verbeterde herdruk van zijn publikatie over A. Lehning. |
Na deze mededeling sloot de voorzitter de vergadering.
(A. Berteloot)