terug  begin  verderprepost
[p. 271]

Nederlands als bronnentaal in Suriname (1)
Lila Gobardhan-Rambocus (Paramaribo)

In Suriname is het Nederlands tot de onafhankelijkheid in 1975 de belangrijkste taal geweest, en een kwart eeuw na de onafhankelijkheid is het in de formele communicatie nog steeds de belangrijkste taal: de taal van o.a. wetgeving, bestuur en onderwijs. Suriname is het enige land ter wereld buiten Nederland en Vlaanderen waar het Nederlands de officiële taal is (sedert 1667). Het Nederlands als bronnentaal is voor Suriname zeer belangrijk, omdat de geschiedenis van dit land voor een belangrijk deel in die bronnen opgesloten ligt. Voor Nederland maakt deze geschiedenis deel uit van zijn koloniale geschiedenis. Er is dus sprake van een gedeelde geschiedenis: geschiedenis van Suriname en koloniale geschiedenis van Nederland. Voor het eerste land waarschijnlijk belangrijker dan voor het tweede. Niet veel vroegere koloniale mogendheden worden graag herinnerd aan hun koloniale geschiedenis, omdat er bijna altijd sprake was van macht, niet van gezag, en van veel disrespect voor de plaatselijke bevolking. Ook bij deze gedeelde geschiedenis is het niet veel anders. In het Caraïbisch gebied komt daar nog bij dat de voorouders van het overgrote deel van die bevolking als slaaf of als koelie door de machthebbers is geïmporteerd; van de oorspronkelijke bevolking is niet veel over. Maar dat is een bekend verhaal.

 

Pratend over bronnen denken we meteen aan archieven. Deze herbergen in zich een schat aan informatie: over bestuursaangelegenheden, veelsoortige gebeurtenissen, maatschappelijke activiteiten, kortom informatie die noodzakelijk is om een reconstructie te maken van dit verleden. Hoewel archieven niet in de eerste plaats opgezet worden om het wetenschappelijk onderzoek ten dienste te staan, zijn ze wel een belangrijke bron waarop teruggegrepen kan worden, zeker ook bij het onderwijs van Nederlands als bronnentaal. Het doel van dit onderwijs is ‘een sleutel te bieden tot de rijk gevulde schatkist met [...] historische informatie, vastgelegd in het Nederlands in al zijn variëteiten’. Deze woorden gebruikte Bert Paasman tijdens

[p. 272]

het Dertiende Colloquium in Leiden. Mijn ervaring is dat deze sleutel inderdaad een belangrijk gebied ontsluit. Ik zal dit nader toelichten.

 

Al enige jaren doe ik onderzoek naar de taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname1. Bij de aanvang van dit onderzoek was mijn kennis van deze materie terug te brengen tot een globaal en stereotiep beeld, dat bepaald werd door enkele trefwoorden en jaartallen: de leerplicht, die in 1876 werd ingevoerd - vijfentwintig jaar vóór Nederland -; de invoering van het Nederlands als enige taal in het onderwijs; en een onderwijssysteem én leerboeken, die een kopie van het Nederlandse systeem en de Nederlandse leerboeken waren. Uit mijn onderzoek komt echter een geheel ander beeld naar voren. De ontstaansgeschiedenis van de elkaar opvolgende onderwijsregelingen en daarmee de wordingsgeschiedenis van het Surinaamse onderwijsstelsel tot 1975 komen in een totaal ander licht te staan als ze geschetst worden tegen de achtergrond van de maatschappelijke verhoudingen en het culturele klimaat. Dankzij uitvoerig archiefonderzoek heb ik zicht gekregen op de discussies die er gevoerd werden op politiek-bestuurlijk niveau maar ook in de samenleving zelf en op de uitvoering in de praktijk: Wat voor weerstanden leefden er in de samenleving? Wat kwam er terecht van alle regelingen?

 

In Suriname is het Lands Archief een zeer belangrijke vindplaats voor primaire bronnen, waar ik in verband met mijn onderzoek zelf veel mee te maken heb. Het grootste deel van het materiaal is niet geïnventariseerd en daardoor nauwelijks toegankelijk. De staat waarin het verkeert, is ronduit slecht te noemen. Ook de huisvesting is bedroevend.

Voor ik een regelmatige bezoeker werd, nam ik aan dat alle bestuursarchieven voor de onafhankelijkheid (1975) naar het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag waren overgebracht. Dat bleek echter niet zo te zijn. Gedeeltelijk zijn deze archieven inderdaad naar Nederland gebracht; er ligt in het Lands Archief echter nog meer dan voldoende materiaal voor onderzoek, zoals

[p. 273]
Geheime Journalen van de Gouverneur van de Kolonie Suriname (later genoemd de Gouverneur van Suriname) van 1823-1967;
Protocollen van de Gouverneur van de Kolonie Suriname van 1846-1882;
S-brieven: correspondentie van de Secretarie van de Gouverneur van Suriname;
Indexen van de inkomende en uitgaande stukken;
een archief van Justitie vanaf 1928;
een archief van de Burgelijke Stand vanaf 1828;
het Immigratie Archief vanaf 1856;
de Aziatische registers.

Het is bijzonder jammer dat als gevolg van politieke en andere verwikkelingen de reeds aangevangen steun aan het Lands Archief, bestemd voor o.a. het vastleggen van de belangrijkste stukken op microfilm, is gestaakt.

 

Voor secundaire bronnen is de bibliotheek van de Stichting Surinaams Museum een belangrijke vindplaats. Zij bezit overigens ook enkele belangrijke primaire bronteksten, zoals de volgende handschriften:

Advisen van 's Lands Advocaten van haar Hoog Mogende de Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden met de daar op gevolgde resolutien van Hoogst deselve haar HoogMogende. Zonder plaats en jaar uitgegeven. Vier delen;
Journaal gehouden tijdens het gouvernement van Z Ex. den gouverneur Frederici (1790-1802);
Journaal van gouverneur Bentinck van 1809-1811 (Nederlander in Engelse dienst: Engels Tussenbestuur van 1804-1816);
de handschriften van Lammens2 1817-1822. Zeventien delen;
dagboeken van de 18de-eeuwse Hernnhutterzendelingen.

Hiernaast zijn in de bibliotheek van de Stichting Surinaams Museum onder meer de volgende secundaire bronnen, gedrukte teksten, te vinden:

[p. 274]
(1713). Accoord met de Staaten van Zeeland aangegaan, wegens de koop en overneminge van de Colonie van Suriname; mitsgaders Octroy van haar Hoog Mogende; conditien tussen de drie respectieve leden; en andere stukken, de Societeyt van Suriname concernerende, Amsterdam: Lescailje. 109 blz.;
een soortgelijke tekst van ± 1700. 73 blz.
(1676). Beschrijvinge van Guiana; des selfs cituatie, gesontheyt, vruchtbaerheyt, [...]; discourerende wijse voorgestelt, enz., Hoorn: Kortingh. 46 blz.;
(1752). Recueil van Egte Stukken en Bewijzen door Salomon Duplessis geweese Raad van Policie en Criminele Justitie in de Colonie van Suriname, en door andere; Tegens Mr. Jan Jacob Mauricius, Gouverneur Generaal over de Colonie van Suriname; Als mede door de Sociëteit van Suriname, Rivieren en Districten van dien collonel over de militi aldaar en door den selve gouverneur Mauritius, tegen den gemelde Du Plessis en andere, Amsterdam. Vijf delen.

Ook de vroegste publicaties over Suriname, zoals die van Warren3, Herlein4 en Hartsinck5, kunnen in het Surinaams Museum bestudeerd worden.

Een verbouwingsproject om de bibliotheek en het depot van het museum beter te huisvesten is door politieke en bureaucratische oorzaken halverwege gestaakt.

 

Over het taalgebruik in het materiaal kan het volgende gesteld worden. Achttiende- en negentiende-eeuws Nederlands werpt geen onoverkomelijke problemen op. Wel is kennis vereist van de lexicografie, met name

[p. 275]

het kunnen gebruiken van woordenboeken, zoals het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), en basiskennis van hulpwetenschappen: lexicologie, grammatica, geschiedenis, analytische bibliografie, iconografie en paleografie. In 1999 heeft Bert Paasman een gastdocentschap vervuld bij de opleiding Nederlands aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) te Paramaribo. Bij de handgeschreven bronnen werd vooral de aandacht gericht op translittereren, lezen en interpreteren, editeren en becommentariëren; bij de gedrukte bronnen op lezen en interpreteren en editeren. Na beëindiging bleek bij de opleiding geschiedenis van het IOL, bij docenten en anderen, grote behoefte te zijn aan nieuwe en vervolgcursussen, omdat er veel werk aan de winkel is. Wij zijn daarom bezig na te gaan hoe hierin voorzien kan worden.

 

Het is te hopen dat de dringend noodzakelijke hulp aan het Lands Archief en aan de bibliotheek van het museum spoedig wordt hervat en dat een formule wordt gevonden om die hulp los te koppelen van incidentele politieke omstandigheden. Dit is zowel een Surinaams als een Nederlands belang.

[p. 276]



illustratie

1Te verschijnen in 2001: Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke vooruitgang. Een taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname. 1651-1975.
2A.F. Lammens (1767-1847) werkte van 1815 tot 1835 in Suriname, onder meer als president van het Hof van Civiele en Criminele Justitie. Ook was hij rechter bij het gemengd gerechtshof tot wering van de slavenhandel.
3Warren, George. (1669). Een onpartydige Beschrijvinge van SURINAM, Gelegen op het vaste Landt van GUIANA in AFRICA. Mitsgaders een Verhael van alle vreemde beesten, Vogels, Visschen, Slangen ende Wormen: Gelijck mede van de Gewoonheden ende Manieren van dese Colonie. [...]. Ende overgeset uyt het Engels, Amsterdam: Pieter Arentsz. Boeckverkoper in de Beursstraet.
4Herlein, J.D. (1718). Beschryvinge van de Volk-plantinge Zuriname, Leeuwarden: Meindert Injema. [Tweede druk.]
5Hartsinck, Jan Jacob. (1770). Beschryving van Guiana, of de Wilde Kust, in Zuid-America, Amsterdam: Gerrit Tielenburg. Twee delen. [Facsimile-uitgave: (1970). Amsterdam: Emmering.]
prepostterug  begin  verder