|
|
|
| |
| | | |
Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Škrlantová
Met de naderende uitbreiding van de Europese Unie zullen de culturele en economische
contacten tussen het Westen en Oosten van Europa nog meer worden geïntensiveerd. Er zullen
nieuwe uitwisselingen ontstaan van studenten, specialisten en wetenschappelijke onderzoekers op
verschillende vakgebieden. De landen van Midden- en Oost-Europa die tot nu toe tamelijk
onbekend zijn gebleven, krijgen hierdoor langzamerhand in het bewustzijn van de ‘Europese
burger’ een eigen gezicht en worden steeds aantrek-kelijker voor reizigers en toeristen.
Deze nieuwe situatie heeft als logisch gevolg dat er taalhulpmiddelen ontstaan voor diegenen,
die deze landen tijdens hun vakantie of studie-verblijf bezoeken en gedwongen worden om enige
tijd in een volledig vreemd land en vreemde cultuur te werken en zich daar verstaanbaar moeten
maken. Er zijn dan ook de laatste jaren in diverse toetredingslanden nieuwe taalgidsen,
toeristische gidsen, handwoordenboeken en gespecialiseerde terminologielijsten verschenen die
de buitenlander moeten helpen de eerste problemen in contact met een nieuwe cultuur te
overbruggen. Helaas kan de gebruiker voor wie deze producten bestemd zijn in een boekwinkel
niet meteen de kwaliteit van het aangeboden boekje beoordelen. Pas in de praktijk komt de
gebruiker er achter, welke slordigheden en onnauwkeurigheden deze taalhulpen vaak bevatten.
Hieruit blijkt dan veelal, dat de schrijver van een dergelijk gidsje niet over de nodige
taalkundige competentie beschikt om zo'n boekje verantwoord samen te stellen.
Een bevoegd en competent auteur van dit type publicatie heeft, naast grondige theoretische
kennis op het gebied van de lexicografie en een linguïstische opleiding, namelijk ook gevoel
voor cultuurverschillen nodig en bovendien zal hij enige weet moeten hebben van het
interculturele communicatieproces. ‘Interculturele verschillen zijn het gevolg van diepgaande
culturele kenmerken, die het communicatief handelen van mensen onbewust beïnvloeden’ (Stolze
1999). Cultuurverschillen zijn, met andere woorden, op alle niveaus van de communicatie
zichtbaar en de kennis van | | | | culturele achtergronden helpt ons de reacties van de
gesprekspartners beter te begrijpen en onze eigen positie tegenover de ander in te nemen.
Communicatie verloopt in elke cultuur volgens bepaalde culturele conventies en stereotypen
die het mogelijk maken om de basisconversatie schematisch vast te leggen. Deze problematiek
behoort tot de actuele onderzoeks-onderwerpen binnen de psycholinguïstiek en de zogenaamde crosscultural psychology en vormt onder andere ook de basis voor het ontstaan
van taalof conversatiegidsen. Aan de hand van verscheidene empirische onderzoeken zijn bepaalde
basismodellen voor intermenselijke communicatie ontwikkeld, waardoor men het typische gedrag
van de vertegenwoordiger van een bepaalde cultuur kan voorspellen. Deze cultuurverschillen zijn
in diverse publicaties al uitvoerig beschreven, onder andere ook voor het Nederlandse
taalgebied. Om die reden willen wij in deze lezing niet dieper op deze theoretische
problematiek ingaan.
Toch vinden wij het nuttig om de kennis en resultaten van deze onderzoeken ook bij het
samenstellen van bovengenoemde publicaties te gebruiken, want door deze boekjes komt de
gebruiker juist vaak voor de eerste keer in contact met een vreemde taal en cultuur. Deze
publicaties zouden juist vanwege het elementaire en introducerende karakter basis-informatie
moeten verschaffen over de typische kenmerken van de nieuwe socioculturele context en helpen
bij problemen die vaak juist door de interculturele verschillen en conventies ontstaan.
Hoe belangrijk het is om bij lexicografisch of vertaalwerk de doel-groep en doelcultuur voor
ogen te houden, bewijst de vaak geciteerde Scopos-theorie van de bekende Duitse
vertaaltheoretica Katarina Reiss. Zij stelt ‘vertalingen dienen immers te functioneren in een
andere context, namelijk die van de doelcultuur. Deze beschikt over vaak principieel
verschillende conventies (de heersende esthetica, smaak, morele code, enz.), die bij het nieuwe
publiek niet bekend [hoeven] te zijn’ (Reiss 1991). In deze theorie wordt de nadruk gelegd op
de gebruiker van een publicatie/ vertaling, en op het nut en de praktische toepassing.
De praktijk bij taalgidsen laat echter vaak zien, dat ze in verschillende talen uitgegeven
worden en samengesteld zijn volgens één en dezelfde matrix. Dat betekent in concreto, dat de
auteurs van de verschillende taal-gidsen gebonden zijn aan het bronnenmateriaal dat door de
uitgeverij samengesteld is en dat door de auteur niet veranderd mag worden. Dit nu maakt het
onmogelijk om deze publicaties aan de doeltaal- en cultuur aan te | | | | passen. ‘Het zou
een beetje naïef zijn om te denken dat het Nederlandse origineel in onveranderde vorm
eenentwintig nationaliteiten kan aanspreken. Een Nederlandse matrix kan dan ook alleen maar een
aanleiding zijn en geen eindversie. De vertaling dient
dynamisch en met rationele, interculturele inzet en empathie bewerkt te worden’ (Rakšániová
2000).
De vertaaltheorie biedt meer manieren om de interculturele problemen bij het samenstellen van
dergelijke publicaties te overwinnen. Van de meest gebruikte noemen wij de volgende drie
methoden, die in het Duits ook onder het begrip kompensatorische
Übersetzungsstrategien bekend zijn (Stolze 1999). Sommige van deze oplossingen lichten
wij toe aan de hand van praktische voorbeelden uit de KOSMOS Taalgids Wat en hoe
Slowaaks die tot stand is gekomen in samenwerking met Van Dale Lexicografie. De auteurs
van dit boekje hebben geprobeerd om het originele model niet eenvoudigweg te vertalen naar het
Slowaaks, maar het ook als uitgangspunt te nemen voor diverse noodzakelijke
vertaaltransformaties.
| - | De parafraserende methode - omschrijven van een onbekende inhoud van een woord uit de
brontaal. Voorbeeld: bryndzové halušky - aardappeldeegballetjes met
schapenkaas. |
| - | De referentiële methode - vervangen van het vreemde element door een bekende element van
de doeltaal. Voorbeeld: perník - peperkoek/speculaas, zemiaková placka - aardappelpannenkoek. |
| - | De modificerende methode - formuleren van zinnen volgens de conventies van de doeltaal,
specifieke woordkeuze, die de regels van de doeltaal respecteert. Voorbeeld: Mag ik uw
telefoon gebruiken? - Môžem si od vás zavolat' (Mag ik van u telefoneren?),
Ik ga graag naar de film - Chodím rada do kina (Ik ga graag naar de
bioscoop), Geen drinkwater - Úžitková voda. |
Verder is het voorgelegde corpus in dit taalgidsje met typisch Slowaakse specialiteiten
verrijkt, bijvoorbeeld halušaronky, borovička, mak [...] enz. Toch vindt men
hier ook voorbeelden van interculturele verschillen die bij de taalgidsgebruiker voor erg
onaangename situaties in een vreemd land kunnen zorgen. Zo kan men zich toch moeilijk
voorstellen dat een Nederlander de volgende zinnen uit het boekje in gebrekkig Slowaaks
voorleest:
| - | (bij klachten): Het stikt hier van de Nederlanders. |
| - | (in een restaurant): Mogen wij de resten meenemen voor onze hond? |
| | | |
| - | (iemand versieren): Laten wij geen risico nemen. Heb je een condoom? Ik ben nog niet zo
ver. Het gaat me veel te snel. |
Cultuurverschillen vormen maar een van de vele problemen bij het samenstellen van taalgidsen
en handwoordenboeken. Een woordenboek is namelijk niet alleen maar een databank van woorden,
maar ook een bron van informatie over de vreemde taal en cultuur. Daarom is het bij het
samenstellen van een woordenboekcorpus onmogelijk om alleen van de éne taal uit te gaan en de
tweede helft van het tweetalig woordenboek simpelweg ‘om te draaien’. Ofschoon gespecialiseerde
computerprogramma's de lexicograaf bij zijn werk enorm van dienst kunnen zijn, zijn ze nog
steeds niet in staat om de taalvaardigheid en ervaring met gebruik van woorden in hun typische
context te vervangen.
Vanaf de jaren vijftig helpen lexicografen ook gespecialiseerde tekstbanken bij het
samenstellen van basismateriaal voor hun werk. Deze ontstaan langzamerhand in alle Europese
taalgebieden en hierin kan men het gewenste woord in al zijn gangbare contexten bekijken. Hoe
kleiner het woordenboek is, des te moelijker wordt de keuze van de meest nuttige woorden, die
het zou moeten bevatten. In het Nederlandse taalgebied levert de Commissie voor Lexicografische
VertaalVoorzieningen (CLVV) op dit vlak veel hulp, waarbij op basis van grotere databanken een
gewenst kleiner corpus kan worden samengesteld.
Taalwetenschappers en vertalers, die bij hun werk dagelijks met terminologische problemen
geconfronteerd worden en vaak op de hulp van een woordenboek aangewezen zijn, weten dat zulke
hulpmiddelen veelal de beste vriend, maar vaak ook de grootste vijand kunnen zijn. Een treffend
voorbeeld van al te veel amateurisme op lexicografisch gebied is het zojuist verschenen Kramers woordenboek Slowaaks, verschenen bij uitgeverij Spectrum te Utrecht. Aan
de hand van een korte analyse van het genoemde woordenboek willen wij laten zien, hoe
verraderlijk zulice producten kunnen zijn, indien er bij de voorbereiding niet genoeg aandacht
wordt besteed aan aspecten als een verantwoorde corpusafbakening, een helder omschreven
doelgroep of een scherp bewustzijn van interculturele verschillen.
Het corpus van dit ‘handig woordenboek voor thuis en op reis’ heeft, zoals op de achterkant
van de uitgave vermeld, 30.000 ingangen. Als men dit corpus nader bekijkt is het niet moelijk
te raden, waar de auteurs de Slowaakse ingangen voor de eerste helft van het woordenboek
vandaan | | | | hebben gehaald. In dit gedeelte vindt men namelijk als aparte lemma's
letterlijke vertalingen van Nederlandse samengestelde woorden zoals domáci
trenažér (hometrainer), cestovná kancelária (reisbnreau), pernamentka na vleky (skipas).
Het Nederlands-Slowaakse gedeelte van het woordenboek is door de auteur dus waarschijnlijk
eenvoudigweg ‘omgedraaid’ in de computer en ‘verrijkt’ met woorden uit de in 2000 uitgekomen
publicatie Pravidlá slovenského pravopisu (Het groene boekje van Slowakije).
Toch vragen wij ons af hoe het kan gebeuren, dat een Nederlander bij het samenstellen van de
15.000 meestgebruikte Nederlandse woorden veelgebruikte begrippen als stroop,
polder, speculaas of spijkerbroek vergeet? Aan de andere kant vindt men
in het woordenboek dan weer termen als krultang (ondulaçné železo) of kuit schieten (triet') en in het Slowaaks-Nederlandse gedeelte volstrekt
archaïsche woorden als liace (teugels), of in het Slowaaks volledig foutieve
uitdrukkingen als zvonková hra (zvonkohra) - klokkenspel, hausovat' - housen
enz.
De grammaticale omschrijving van de lemma's is uiterst origineel. Bij zelfstandige
naamwoorden worden de verkleinwoorden af en toe onder een zelfstandig lemma ondergebracht. Zo
vindt men vogel/vogeltje onder elkaar, maar bijvoorbeeld bij pad staat paadje niet meer vermeld. Bij sommige bijvoegelijke
naamwoorden wordt de tweede trap van vergelijking ook als een apart lemma opgenomen. Daardoor
vindt men breder en breed als aparte ingangen onder elkaar,
des te moelijker is het te begrijpen dat bij de bijvoegelijke naamwoorden zoals smal, of snel deze vormen weer ontbreken. Hetzelfde geldt ook voor de
Slowaaks-Nederlandse variant van het woordenboek.
Oriëntatie en zoeken in dit boekje vraagt dan ook van een ervaren woordenboekengebruiker veel
geduld en fantasie. Zoekt hij namelijk woorden op als skibroek, ski-jack of
skipulli, dan vindt hij die onder het lemma lyžiarsky
(ski-) en niet bij de zelfstandige naamwoorden broek, jack en pulli, die de basis voor deze benamingen vormen. Dit geldt dan helaas weer niet
voor elk samengesteld woord, want een gevarendriehoek staat niet onder het
lemma gevaar vermeld, maar wordt als een aparte ingang výstražý
trojuholnik behandeld.
Merkwaardig zijn ook de betekenissen van sommige woorden die óf door slordigheid, óf door een
beperkte kennis van beide talen zijn ontstaan. Zo leren wij uit dit woordenboek dat zoeten en
planten, of potten en servies hetzelfde betekenen, dat de Slowaakse sterke drank Slivovica een
soort brandy is en toelage wordt als middel vertaald:
| | | |
| zoeten - sadit' (planten), in plaats van sladit'
(zoeten) |
| slivovica - pruimenbrandewijn, in plaats van pruimenjenever |
| toelage - pripravok(middel), in plaats van pridavok/podpora |
| nádoby - servies, in plaats van potten. |
De bovengenoemde analyse is maar een kleine greep uit de kritische opmerkingen die dit eerste
in Nederland verschenen woordenboek Slowaaks-Nederlands/Nederlands-Slowaaks verdient. De
snelhei'd, waarmee commerciële uitgeverijen onbruikbare producten op de markt brengen is hoogst
alarmerend. Lage prijzen en een snelle productie gaan helaas vaak ten koste van de kwaliteit
degelijkheid en gebruiksvriendelijkheid.
Om deze situatie in de toekomst te voorkomen, probeert de afdeling neerlandistiek in
Bratislava absolventen op te leiden die een open oog hebben voor de vertaalproblemen die wij
hierboven hebben geschetst. Dat betekent dat ze vertaalopdrachten dienen te maken van allerlei
aard en kwaliteit, waardoor ze goed worden voorbereid op wat ze in de praktijk tegen kunnen
komen. Toekomstige neerlandici van de Comeniusuniversiteit in Bratislava maken dan ook tijdens
hun universitaire opleiding nadrukkelijk kennis met de socioculturele verschillen en
overeenkomsten tussen beide culturen, de Nederlandse en de Slowaakse. En deze zouden-zo denken
wij - een onontbeerlijk onderdeel van eike vertaalopleiding moeten uitmaken. Tijdens
vertaalcolleges krijgen studenten naast theoretische-lexicografische basiskennis ook inzicht in
diverse beoordelingscriteria, zodat ze de kwaliteit van verschenen vertaalhulpmiddelen kritisch
kunnen beoordelen.
Absolventen van de tolk/vertaler-studie zijn niet alleen bevoegde neerlandici met een
grondige kennis van de Nederlandse taal, maar tevens specialisten voor de Nederlandse cultuur
in hun eigen land. Want alleen grondige kennis van beide culturen en voldoende theoretische
voorbereiding op het gebied van de linguïstiek maken het ontstaan van bruikbare en kwalitatief
verantwoorde lexicografische producten mogelijk.
| |
Bibliografie
| Arntz, R. et al.: Einführung in die Terminologiearbeit. Ildesheim en
Zürich en New York, 2002. |
| | | |
| Huiting, J.H. en Eliášová, H.: Kramers woordenboek Slowaaks. Utrecht,
2003. |
| Muller, A. en Rakšányiová, J.: Wat en hoe Slowaaks. Utrecht, 1999. |
| Rakšányiová, J.: ‘Vertaler als intercultureel deskundige’. Interculturaliteit. Bratislava, 2000, 128-133. |
| Reiss, K. en Vermeer, H.J.: Grundleging einer allgemeinen
Translationstheorie. Tübingen, 1991. |
| Stolze, R.: Die Fachübersetzung. Eine Einführung. Tübingen,
1999. |
|
|
|