Colloquium Neerlandicum 15 (2003)


auteur: [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum


bron: Neerlandistiek de grenzen voorbij. Handelingen Vijftiende Colloquium Neerlandicum. Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, Woubrugge 2004


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 341]

Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen?
Marketa Škrlantová

Met de naderende uitbreiding van de Europese Unie zullen de culturele en economische contacten tussen het Westen en Oosten van Europa nog meer worden geïntensiveerd. Er zullen nieuwe uitwisselingen ontstaan van studenten, specialisten en wetenschappelijke onderzoekers op verschillende vakgebieden. De landen van Midden- en Oost-Europa die tot nu toe tamelijk onbekend zijn gebleven, krijgen hierdoor langzamerhand in het bewustzijn van de ‘Europese burger’ een eigen gezicht en worden steeds aantrek-kelijker voor reizigers en toeristen.

Deze nieuwe situatie heeft als logisch gevolg dat er taalhulpmiddelen ontstaan voor diegenen, die deze landen tijdens hun vakantie of studie-verblijf bezoeken en gedwongen worden om enige tijd in een volledig vreemd land en vreemde cultuur te werken en zich daar verstaanbaar moeten maken. Er zijn dan ook de laatste jaren in diverse toetredingslanden nieuwe taalgidsen, toeristische gidsen, handwoordenboeken en gespecialiseerde terminologielijsten verschenen die de buitenlander moeten helpen de eerste problemen in contact met een nieuwe cultuur te overbruggen. Helaas kan de gebruiker voor wie deze producten bestemd zijn in een boekwinkel niet meteen de kwaliteit van het aangeboden boekje beoordelen. Pas in de praktijk komt de gebruiker er achter, welke slordigheden en onnauwkeurigheden deze taalhulpen vaak bevatten. Hieruit blijkt dan veelal, dat de schrijver van een dergelijk gidsje niet over de nodige taalkundige competentie beschikt om zo'n boekje verantwoord samen te stellen.

Een bevoegd en competent auteur van dit type publicatie heeft, naast grondige theoretische kennis op het gebied van de lexicografie en een linguïstische opleiding, namelijk ook gevoel voor cultuurverschillen nodig en bovendien zal hij enige weet moeten hebben van het interculturele communicatieproces. ‘Interculturele verschillen zijn het gevolg van diepgaande culturele kenmerken, die het communicatief handelen van mensen onbewust beïnvloeden’ (Stolze 1999). Cultuurverschillen zijn, met andere woorden, op alle niveaus van de communicatie zichtbaar en de kennis van

[p. 342]

culturele achtergronden helpt ons de reacties van de gesprekspartners beter te begrijpen en onze eigen positie tegenover de ander in te nemen.

 

Communicatie verloopt in elke cultuur volgens bepaalde culturele conventies en stereotypen die het mogelijk maken om de basisconversatie schematisch vast te leggen. Deze problematiek behoort tot de actuele onderzoeks-onderwerpen binnen de psycholinguïstiek en de zogenaamde crosscultural psychology en vormt onder andere ook de basis voor het ontstaan van taalof conversatiegidsen. Aan de hand van verscheidene empirische onderzoeken zijn bepaalde basismodellen voor intermenselijke communicatie ontwikkeld, waardoor men het typische gedrag van de vertegenwoordiger van een bepaalde cultuur kan voorspellen. Deze cultuurverschillen zijn in diverse publicaties al uitvoerig beschreven, onder andere ook voor het Nederlandse taalgebied. Om die reden willen wij in deze lezing niet dieper op deze theoretische problematiek ingaan.

Toch vinden wij het nuttig om de kennis en resultaten van deze onderzoeken ook bij het samenstellen van bovengenoemde publicaties te gebruiken, want door deze boekjes komt de gebruiker juist vaak voor de eerste keer in contact met een vreemde taal en cultuur. Deze publicaties zouden juist vanwege het elementaire en introducerende karakter basis-informatie moeten verschaffen over de typische kenmerken van de nieuwe socioculturele context en helpen bij problemen die vaak juist door de interculturele verschillen en conventies ontstaan.

Hoe belangrijk het is om bij lexicografisch of vertaalwerk de doel-groep en doelcultuur voor ogen te houden, bewijst de vaak geciteerde Scopos-theorie van de bekende Duitse vertaaltheoretica Katarina Reiss. Zij stelt ‘vertalingen dienen immers te functioneren in een andere context, namelijk die van de doelcultuur. Deze beschikt over vaak principieel verschillende conventies (de heersende esthetica, smaak, morele code, enz.), die bij het nieuwe publiek niet bekend [hoeven] te zijn’ (Reiss 1991). In deze theorie wordt de nadruk gelegd op de gebruiker van een publicatie/ vertaling, en op het nut en de praktische toepassing.

De praktijk bij taalgidsen laat echter vaak zien, dat ze in verschillende talen uitgegeven worden en samengesteld zijn volgens één en dezelfde matrix. Dat betekent in concreto, dat de auteurs van de verschillende taal-gidsen gebonden zijn aan het bronnenmateriaal dat door de uitgeverij samengesteld is en dat door de auteur niet veranderd mag worden. Dit nu maakt het onmogelijk om deze publicaties aan de doeltaal- en cultuur aan te

[p. 343]

passen. ‘Het zou een beetje naïef zijn om te denken dat het Nederlandse origineel in onveranderde vorm eenentwintig nationaliteiten kan aanspreken. Een Nederlandse matrix kan dan ook alleen maar een aanleiding zijn en geen eindversie. De vertaling dient dynamisch en met rationele, interculturele inzet en empathie bewerkt te worden’ (Rakšániová 2000).

De vertaaltheorie biedt meer manieren om de interculturele problemen bij het samenstellen van dergelijke publicaties te overwinnen. Van de meest gebruikte noemen wij de volgende drie methoden, die in het Duits ook onder het begrip kompensatorische Übersetzungsstrategien bekend zijn (Stolze 1999). Sommige van deze oplossingen lichten wij toe aan de hand van praktische voorbeelden uit de KOSMOS Taalgids Wat en hoe Slowaaks die tot stand is gekomen in samenwerking met Van Dale Lexicografie. De auteurs van dit boekje hebben geprobeerd om het originele model niet eenvoudigweg te vertalen naar het Slowaaks, maar het ook als uitgangspunt te nemen voor diverse noodzakelijke vertaaltransformaties.

-De parafraserende methode - omschrijven van een onbekende inhoud van een woord uit de brontaal.
Voorbeeld: bryndzové halušky - aardappeldeegballetjes met schapenkaas.
-De referentiële methode - vervangen van het vreemde element door een bekende element van de doeltaal.
Voorbeeld: perník - peperkoek/speculaas, zemiaková placka - aardappelpannenkoek.
-De modificerende methode - formuleren van zinnen volgens de conventies van de doeltaal, specifieke woordkeuze, die de regels van de doeltaal respecteert.
Voorbeeld: Mag ik uw telefoon gebruiken? - Môžem si od vás zavolat' (Mag ik van u telefoneren?), Ik ga graag naar de film - Chodím rada do kina (Ik ga graag naar de bioscoop), Geen drinkwater - Úžitková voda.

Verder is het voorgelegde corpus in dit taalgidsje met typisch Slowaakse specialiteiten verrijkt, bijvoorbeeld halušaronky, borovička, mak [...] enz. Toch vindt men hier ook voorbeelden van interculturele verschillen die bij de taalgidsgebruiker voor erg onaangename situaties in een vreemd land kunnen zorgen. Zo kan men zich toch moeilijk voorstellen dat een Nederlander de volgende zinnen uit het boekje in gebrekkig Slowaaks voorleest:

-(bij klachten): Het stikt hier van de Nederlanders.
-(in een restaurant): Mogen wij de resten meenemen voor onze hond?
[p. 344]
-(iemand versieren): Laten wij geen risico nemen. Heb je een condoom? Ik ben nog niet zo ver. Het gaat me veel te snel.

Cultuurverschillen vormen maar een van de vele problemen bij het samenstellen van taalgidsen en handwoordenboeken. Een woordenboek is namelijk niet alleen maar een databank van woorden, maar ook een bron van informatie over de vreemde taal en cultuur. Daarom is het bij het samenstellen van een woordenboekcorpus onmogelijk om alleen van de éne taal uit te gaan en de tweede helft van het tweetalig woordenboek simpelweg ‘om te draaien’. Ofschoon gespecialiseerde computerprogramma's de lexicograaf bij zijn werk enorm van dienst kunnen zijn, zijn ze nog steeds niet in staat om de taalvaardigheid en ervaring met gebruik van woorden in hun typische context te vervangen.

Vanaf de jaren vijftig helpen lexicografen ook gespecialiseerde tekstbanken bij het samenstellen van basismateriaal voor hun werk. Deze ontstaan langzamerhand in alle Europese taalgebieden en hierin kan men het gewenste woord in al zijn gangbare contexten bekijken. Hoe kleiner het woordenboek is, des te moelijker wordt de keuze van de meest nuttige woorden, die het zou moeten bevatten. In het Nederlandse taalgebied levert de Commissie voor Lexicografische VertaalVoorzieningen (CLVV) op dit vlak veel hulp, waarbij op basis van grotere databanken een gewenst kleiner corpus kan worden samengesteld.

Taalwetenschappers en vertalers, die bij hun werk dagelijks met terminologische problemen geconfronteerd worden en vaak op de hulp van een woordenboek aangewezen zijn, weten dat zulke hulpmiddelen veelal de beste vriend, maar vaak ook de grootste vijand kunnen zijn. Een treffend voorbeeld van al te veel amateurisme op lexicografisch gebied is het zojuist verschenen Kramers woordenboek Slowaaks, verschenen bij uitgeverij Spectrum te Utrecht. Aan de hand van een korte analyse van het genoemde woordenboek willen wij laten zien, hoe verraderlijk zulice producten kunnen zijn, indien er bij de voorbereiding niet genoeg aandacht wordt besteed aan aspecten als een verantwoorde corpusafbakening, een helder omschreven doelgroep of een scherp bewustzijn van interculturele verschillen.

Het corpus van dit ‘handig woordenboek voor thuis en op reis’ heeft, zoals op de achterkant van de uitgave vermeld, 30.000 ingangen. Als men dit corpus nader bekijkt is het niet moelijk te raden, waar de auteurs de Slowaakse ingangen voor de eerste helft van het woordenboek vandaan

[p. 345]

hebben gehaald. In dit gedeelte vindt men namelijk als aparte lemma's letterlijke vertalingen van Nederlandse samengestelde woorden zoals domáci trenažér (hometrainer), cestovná kancelária (reisbnreau), pernamentka na vleky (skipas). Het Nederlands-Slowaakse gedeelte van het woordenboek is door de auteur dus waarschijnlijk eenvoudigweg ‘omgedraaid’ in de computer en ‘verrijkt’ met woorden uit de in 2000 uitgekomen publicatie Pravidlá slovenského pravopisu (Het groene boekje van Slowakije). Toch vragen wij ons af hoe het kan gebeuren, dat een Nederlander bij het samenstellen van de 15.000 meestgebruikte Nederlandse woorden veelgebruikte begrippen als stroop, polder, speculaas of spijkerbroek vergeet? Aan de andere kant vindt men in het woordenboek dan weer termen als krultang (ondulaçné železo) of kuit schieten (triet') en in het Slowaaks-Nederlandse gedeelte volstrekt archaïsche woorden als liace (teugels), of in het Slowaaks volledig foutieve uitdrukkingen als zvonková hra (zvonkohra) - klokkenspel, hausovat' - housen enz.

De grammaticale omschrijving van de lemma's is uiterst origineel. Bij zelfstandige naamwoorden worden de verkleinwoorden af en toe onder een zelfstandig lemma ondergebracht. Zo vindt men vogel/vogeltje onder elkaar, maar bijvoorbeeld bij pad staat paadje niet meer vermeld. Bij sommige bijvoegelijke naamwoorden wordt de tweede trap van vergelijking ook als een apart lemma opgenomen. Daardoor vindt men breder en breed als aparte ingangen onder elkaar, des te moelijker is het te begrijpen dat bij de bijvoegelijke naamwoorden zoals smal, of snel deze vormen weer ontbreken. Hetzelfde geldt ook voor de Slowaaks-Nederlandse variant van het woordenboek.

Oriëntatie en zoeken in dit boekje vraagt dan ook van een ervaren woordenboekengebruiker veel geduld en fantasie. Zoekt hij namelijk woorden op als skibroek, ski-jack of skipulli, dan vindt hij die onder het lemma lyžiarsky (ski-) en niet bij de zelfstandige naamwoorden broek, jack en pulli, die de basis voor deze benamingen vormen. Dit geldt dan helaas weer niet voor elk samengesteld woord, want een gevarendriehoek staat niet onder het lemma gevaar vermeld, maar wordt als een aparte ingang výstražý trojuholnik behandeld.

Merkwaardig zijn ook de betekenissen van sommige woorden die óf door slordigheid, óf door een beperkte kennis van beide talen zijn ontstaan. Zo leren wij uit dit woordenboek dat zoeten en planten, of potten en servies hetzelfde betekenen, dat de Slowaakse sterke drank Slivovica een soort brandy is en toelage wordt als middel vertaald:

[p. 346]
zoeten - sadit' (planten), in plaats van sladit' (zoeten)
slivovica - pruimenbrandewijn, in plaats van pruimenjenever
toelage - pripravok(middel), in plaats van pridavok/podpora
nádoby - servies, in plaats van potten.

De bovengenoemde analyse is maar een kleine greep uit de kritische opmerkingen die dit eerste in Nederland verschenen woordenboek Slowaaks-Nederlands/Nederlands-Slowaaks verdient. De snelhei'd, waarmee commerciële uitgeverijen onbruikbare producten op de markt brengen is hoogst alarmerend. Lage prijzen en een snelle productie gaan helaas vaak ten koste van de kwaliteit degelijkheid en gebruiksvriendelijkheid.

Om deze situatie in de toekomst te voorkomen, probeert de afdeling neerlandistiek in Bratislava absolventen op te leiden die een open oog hebben voor de vertaalproblemen die wij hierboven hebben geschetst. Dat betekent dat ze vertaalopdrachten dienen te maken van allerlei aard en kwaliteit, waardoor ze goed worden voorbereid op wat ze in de praktijk tegen kunnen komen. Toekomstige neerlandici van de Comeniusuniversiteit in Bratislava maken dan ook tijdens hun universitaire opleiding nadrukkelijk kennis met de socioculturele verschillen en overeenkomsten tussen beide culturen, de Nederlandse en de Slowaakse. En deze zouden-zo denken wij - een onontbeerlijk onderdeel van eike vertaalopleiding moeten uitmaken. Tijdens vertaalcolleges krijgen studenten naast theoretische-lexicografische basiskennis ook inzicht in diverse beoordelingscriteria, zodat ze de kwaliteit van verschenen vertaalhulpmiddelen kritisch kunnen beoordelen.

Absolventen van de tolk/vertaler-studie zijn niet alleen bevoegde neerlandici met een grondige kennis van de Nederlandse taal, maar tevens specialisten voor de Nederlandse cultuur in hun eigen land. Want alleen grondige kennis van beide culturen en voldoende theoretische voorbereiding op het gebied van de linguïstiek maken het ontstaan van bruikbare en kwalitatief verantwoorde lexicografische producten mogelijk.

Bibliografie

Arntz, R. et al.: Einführung in die Terminologiearbeit. Ildesheim en Zürich en New York, 2002.
[p. 347]
Huiting, J.H. en Eliášová, H.: Kramers woordenboek Slowaaks. Utrecht, 2003.
Muller, A. en Rakšányiová, J.: Wat en hoe Slowaaks. Utrecht, 1999.
Rakšányiová, J.: ‘Vertaler als intercultureel deskundige’. Interculturaliteit. Bratislava, 2000, 128-133.
Reiss, K. en Vermeer, H.J.: Grundleging einer allgemeinen Translationstheorie. Tübingen, 1991.
Stolze, R.: Die Fachübersetzung. Eine Einführung. Tübingen, 1999.