DE Misdaadiger, schoon verbaasd by het betreeden van de eerste Trap, waagde het, op de aanspooring van 't Geregt, om zyn voorneemen te volbrengen en trad neederwaards tot op de tweede Trap; Maar wanneer Bonte-Muts daar op, als geheel verstoord, zig eenigzins verder omdraaide, den Knuppel ophief en hem dreigde met een vreeslyken slag, zonk het Hart hem in de Schoen, de Angst bekroop zyn Gemoed en hy begon bitter te Schreijen. Hy zou nog verder te rug gekeerd hebben, maar de Heeren van 't Geregt, schoon niet minder verwonderd dan hy, houden hem teegen, hem voorstellende dat hy eevenwel zyn Leeven verliezen moest en dien slag misschien nog ontwyken kon enz. Al het welke men in deeze Agtste Plaat naauwkeurig Afgebeeld ziet.

AGTSTE PLAAT.