Het hofken der geestelycker liedekens

 


verantwoording
© 2002 dbnl
DBNL vignet

 

 

 

Tot die goetwillighe lesers.
[‘Een kindeken is ons gheboren in Bethleem’]
[‘Doen Iesus gheboren wert’]
[‘Laet ons met herten reyne’]
[‘Waer is die dochter van Syon’]
[‘Ons is gheboren een kindekijn’]
[‘Het was een maghet wtuercoren’]
[‘Had ick vloghelen als een arent grijs’]
[‘Heer Iesus Kerst van Nazareene’]
[‘Het viel een hemels dauwe’]
[‘Met desen nieuwen Iare’]
[‘Met desen nieuwen iare’]
Een vrolijck nieuwe liet
Een liedeken vanden Herderkens
[‘Het quamen drij Coninghen wt verre landen’]
[‘Ontwaect nv Israel doet op v ooren’]
[‘Het quamen drie Coninghen ghereden’]
[‘Het is heden een dach van vrolicheyt’]
Een nieu liedeken
[‘O Suyuer maget van Israel’]
[‘Omnes nv laet ons Gode louen’]
[‘Doen Maria gehouwet was’]
[‘Godt groete v roose van Hierico Maria’]
[‘Nv laet ons singhen het is tijt’]
[‘Met vreuchden willen wij singhen’]
[‘Nv laet ons dancken ende louen’]
[‘Och lighdi nu en slaept’]
[‘O Iesus bant, o virich brant’]
[‘Wildy hooren lesen’]
[‘Met vreuchden willen wij singen’]
[‘Ghij mannen ende vrouwen’]
[‘Maria schoon bloemken reijne’]
[‘Maria maghet reyne’]
[‘Maria suyuer kersouwe’]
[‘Ons naket eenen soeten tijt’]
[‘Och edel ziele wilt merken’]
[‘Pver nobis nascitur Rector Angelorum’]
[‘PVER natus in Bethlehem, vnde gaudet’]
[‘Magnum nomen Domini Emanuel’]
[‘Dies est letitiae, nam processit hodie Christus’]
[‘Gaude, gaude, gaude, gaude’]
[‘Adam was een verloren man’]
Vanden leeraer opter tinnen.
[‘Hoe luyde riep die siel tot God van binnen’]
[‘Al daer heer Iesus quam ghegaen’]
[‘Maria moeder dinct op mij’]
[‘Noch heb ick een traech ezelken’]
[‘Tvsschen twee hooge bergen’]
[‘Heft op mijn cruys wel soete bruijt’]
Een gheestelyck liedeken
[‘Heere Godt leert ons beden’]
[‘Hoort toe ghij sondaers alle ghemeyn’]
[‘Hoort toe ghij kersten sinnen’]
[‘Hoort hoe Christus na Galileen’]
[‘Compt al van Zuijden ende Oosten’]
[‘Wie wilt hooren een nieu liet’]
Een nieu Liedeken
Een nieu liedeken
[‘Solaes wil ick hanteren’]
[‘Aenhoort toch mijn gheclach’]
[‘Ick sie die morgen sterre’]
Een liedeken
[‘Hoe minlijc is ons des cruycen boom ontdaen’]
[‘Uan liefden compt groot lijden’]
[‘Als ick peyse om die doot’]
[‘Wy moghen wel vreucht hanteren’]
[‘Het gheuiel op eenen donderdach’]
[‘Ick wil my gaen vermeyden’]
[‘Het daget inden oosten’]
[‘Ick wil mij gaen verheugen’]
[‘O mensche wilt studeren’]
[‘Een goet man had een dochterkijn’]
Een gheestelyck Liedeken
[‘O Iesus minne wat hebdi ghemaeckt’]
[‘Myn herteken gheeft so menigen sucht’]
[‘Ic weet een suyuerlycke’]
[‘O lieue heere, danc, loff en eer’]
[‘Och heere van hemelrijcke’]
[‘Trueren alle die willen’]
[‘Ryck Godt wie sal ick claghen’]
[‘Ryck Godt wie mach ick clagen’]
Een schoon gheestelyk Liedeken
Een nieu Liedeken.
[‘Och wilt aenmercken ghy weeldige herten’]
[‘O vat vol swaerder sonden’]
[‘Wy Ionghe sinnen’]
Een gheestelyck Liedeken.
[‘Ontwaeckt ghij menschen ouer al’]
[‘Hoort toe alt tsamen bidt ende waeckt’]
[‘Nv laet ons alle danckbaer sijn’]
Een nieu gheestelyk Liedeken.
[‘Sal Christi bruyt noch langhe trueren’]
[‘Israel die dleuen groot en cleyne’]
[‘Laet ons nv alle ghemeyne’]
[‘Na die werelt die menschen loopen’]
Een gheestelyck Liedeken.
Een gheestelijck Liedeken.
Een gheestelijck Liedeken.
[‘Wilt vrolijck sijn al ist wat pijn’]
[‘Als vrinden crackeel, tot mijnent gheheel’]
[‘Ick segh adieu, v werelt aerts Goddinne’]
[‘Myn lief is soet en suyuerlyck’]
[‘Al datter is op eerden’]
[‘Nu laet ons vrolijck singhen’]
Een gheestelyck Liedeken.
[‘Ick wil mij gaen vermeyden’]
[‘Die herderkens inden velden’]
Een ander.
Een ander Liedeken.
Een ander.
Een ander.
Die tafel der Leysenen ende gheestelijcke Liedekens in dit Boexken begrepen.