[‘Met desen nieuwen iare’]
- Met desen nieuwen iare,
- So willen wij vrolijc zijn
- Ons heuet een maghet claere
- Ghebaert een kindekijn,
- In Bethleem vercoren,
- So ons die scriftuere verclaert,
- Is ons een kint gheboren,
- Die mager bleef ombeswaert.
-
- Hier bouen wt den troone
- Wert Gabriel ghesant,
- Al totter maghet schoone,
- Al in dat Iootsche lant,
- In Nazareth ter stede
- Vant hij die maghet alleyne,
- Hij sprack Godt gheue v vrede,
- Godt zij met v ghemeyne.
-
- Ghij zijt bouen alle vrouwen
- Van Gode ghebenedijt,
- Bij v wort noch behouden,
[p. xxij]
-
- Dat Adam heeft ontvrijt
- Ghij sult in uwen lichame
- Een edel vrucht ontfaen,
- Ende blijuen sonder blame,
- En twijfelt daer niet aen.
-
- Die maecht wert seer van binnen
- Verscrickt in haren moet,
- Sij dacht in haren sinnen,
- Hoe comen mocht die groet,
- Die haer den Inghel brochte,
- Sij en hadde noyt man ghesien,
- Sij dachten in haren sinnen,
- Och hoe sal dat gheschien.
-
- Die Inghel sprack o reyne
- Waerom sijdij versaecht,
- Ghij sult ontfanghen een greyne,
- Ende blijuen een suvuer maecht,
- Ende baren sonder pijne
- Dat licht der Enghelen broot
- Der werelt medecijne
- Ende sal zijn sijns ghenoot.
-
- Hoe soude ick kint ghedraghen
- Ick en kende noyt gheenen man
- Noch en hebbe in mijn behaghen
- Hoe soude dat wesen dan
- Het is bouen natueren crachten
- Te sijne moeder ende maecht
- Hierom trueren mijn ghedachten
- Hierom ben ick versaecht.
-
- O hooge maecht van prijsen
[p. xxiij]
-
- Waerom sijdy versaecht
- Die heylighe gheest sal rijsen
- In v wel suyuer maecht
- Godts crachten wtuercoren
- Die sullen u omuaen
- Dat wort van v gheboren
- Sal Adams sonden dwaen.
-
- Oock Elizabeth heeft ontfaen
- In haerder ouder tijt
- Haer daghen zijn vergaen
- O maghet ghebenedijt
- Het is in Godts vermeughen
- Dat is ende wesen sal
- Nv blijft in goeden heughen
- Vertroost dat iammer dal.
-
- Die sone des alderhoochsten
- Soo sal hij zijn ghenaemt
- Hij sal die werelt vertroosten
- Ende hij blijft ombeschaemt
- Sijn rijck sal altijt dueren
- Ende nemmermeer vergaen
- Hierom en wilt niet trueren
- Die vrucht sult ghij ontfaen
-
- Die ootmoedige pellicaen reyne
- Viel neder op haer knien
- Siet hier Gods deerne cleyne
- Na uwen woorden moet mij gheschien
- Al totter seluer uren
- Ontfinck die maghet fijn
- Sij droech hem sonder trueren
[p. xxiiij]
-
- Sij baerde hem sonder pijn.
-
- In Bethleem vercoren
- Als ons die scriftuere verclaert
- Is ons dit kint gheboren
- Het is veel eeren waert
- Die moeder is maecht eerbaer
- Dies willen wij vrolijck zijn
- Hij is Godt ende mensch te gaer
- Hij en mocht niet beter zijn.
|