Een vrolijck nieuwe liet
- Een vrolijck nieuwe liet
- Tis beter iet dan niet
- Te Bethleem ist gheschiet
- Dat kindekijn dat Iesus hiet
- In aermoede en in verdriet
- Soomen daer mach aenschouwen
- In alsoo grooten rouwen.
-
- Die Coninc van grooter macht
- Gesproten wt Dauidts gheslacht
- Hij is soo langhe verwacht
- Nv leet hij hier als ongheacht
- Al inder duyster nacht
- Die groot Heer was te voren
- Die is nu knecht gheboren.
-
- Dat costelijck kindekijn cleyn
- Ghegheuen ons int ghemeyn
- Der werelt heer alleyn
- Die moeder is maghet reyn
- Ick seg v dat certeyn
- Grooten rouwe heeft hij verdraghen
[p. xxv]
-
- Met tranen mocht hijt wel claghen.
-
- Daer was soo menighen winden stoot
- Rym, hagel, sneeuw die wasser groot
- Dat kindekijn lach daer al bloot
- Sijn ledekens waren root
- Peyst hoe die moeder verdroot
- Dat sij hem niet en mocht winden
- In doecxkens wullen oft lijnen.
-
- Wat aermoede moest daer sijn
- Daer dat soete kindekijn
- Van coude leet groote pijn
- Met Maria die maghet fijn
- Daer en was noch geen sonneschijn
- Noch vier om by te wermen
- Och mensche laet v doch ontfermen.
-
- Ioseph suyuer vat
- Verdriet hebdi ghehadt
- Als ghij moest lijden dat
- Dat Maria opder aerden sadt
- Met soo costelijcken schadt
- In alsulcken couden wedere
- Bij twee stomme beesten nedere.
-
- Die vrinden ende maghen
- In alsoo couden daghen
- Ghij en mochtes niemant claghen
- Ghij hebt die sorg ghedraghen
- Voor die in tkinderbed laghen
- Dat kindeken met sijn moedere
- Ghij waert haer trouwe behoedere.
-
- Dat weder was seer cout
[p. xxvi]
-
- Dat kindekijn en was niet oudt
- Daer en was torf noch hout
- V sorghe was menichfout
- Cleyn was v siluer v gout
- Want ghij den cost ghinct halen
- Hoe mocht ghijt al betalen.
-
- Dat kindekijn teer van leden
- Dat bouen is in vreden
- Al nae die Ioodtsche seden
- Dat woude sijn besneden
- Daer sij hem groote pijn deden
- Sijn bloet wilde hij ons gheuen
- In sijnen ionghen leuen.
-
- Hoe heeft hij ons dat bedocht
- In sijn heylich hert gheknocht
- Een groot wonder ghewrocht
- Heerlijck is hij versocht
- Hem is grooten offer ghebrocht
- Gout, wieroock, ende myrre
- Sij vonden hem al byder sterre.
-
- Laet ons te Bethleem gaen
- Al die met sonden zijn beuaen
- En voor dat cribbeken staen
- En weenen soo menighen traen
- Godts toorne is al ghedaen
- Hij en wil ons niet verdoemen
- Als wij ten oordeel comen.
|