[‘Al daer heer Iesus quam ghegaen’]
Dit liedeken gaet op die wijse van Guijchelman.
- Al daer heer Iesus quam ghegaen
- En daer vant hij een vrouken staen
- Ioncvrouken wildij met mij gangen
- Ghij hebt mijn herteken alleen gevaen
- O troost naer v staet alle mijn verlangen.
-
- O Heere beyt eenen corten tijt.
- Die werelt biedt my soo grooten solyt
- Laet mij haer weelde noch wat gebruyken
- Ic bid v om een cleyn respijt
- Dan sal ic v mijn herteken ontpluyken
-
- Ioncvrouken ten mach v niet geschien
- Wilt die valsche werelt vlien
- Wilt v natuerken leeren steruen
- Wilt v voor svyants lagen versien
- Oft ghij sult mijnder minnen moeten deruen.
-
- Moet ic den swaren wech ingaen
- Ick en hebben mijn dage noijt bestaen
- Hij es mij alte hert om treden
- Siet doch mijn teer natuerken aen
- O heer ick bid v, laet mij doch met vreden.
-
[p. xciij]
-
- Met vreden en moochdij blyuen niet
- Die werelt loon es swaer verdriet
- Ick duchte sij soude v herteken verleyden
- Sij is min dan een ijdel riet
- Ick bid v wilt v vander werelt scheyden.
-
- Die reden sou geerne gehoorsaem sijn
- Natuerken die doet mij soo groote pijn
- Sij wilter alte qualijck aene
- Och heere wilt mijnder genadich sijn
- Den wech verdriet mij alte seer te gaene.
-
- Wilt v oochskens eens op mij slaen
- Dinct hoe ic v ben voor gegaen
- Hoe veel dat ic hier heb geleden
- Ghij hebt my gecost soo menigen traen
- Al totter doot heb ic om v ghestreden.
-
- Den wech wil ic vromelijc bestaen
- O heere met dij wil ick nu aangaen
- Dat is lief en leedt met v te dragen
- Dat heeft v hooge minne al gedaen
- Hoe soude ic derren creunen oft clagen.
-
- Hij nam die maget bijder hant
- Al ouer berch en ouer lant
- Hy en woude niet langer met haer beyden
- Tot dat hij daer een cloosterken vant
- Daer hij sijn lieue bruyt ghinc leyden
-
- Hier binnen sloot hij dat duyflien soet
- Hij gaf haer alsoo grooten moet
- Der minnen const ghinc bij haer leeren
- Hij hilpse in spoet in weder spoet
- Dies dancten sij den grooten heere der Heeren
-
[p. xciiij]
-
- Maer die dit liedeken ierstwerf sanck
- Die is nv in heer Iesus bedwanc
- Sij is soo wel met hem te vreden
- Al comender vlaghen in cort int lanck
- Sij weet certeyn dat hier moet zijn gheleden.
|