[‘Hoort toe ghij sondaers alle ghemeyn’]
Een nieu Liedeken, op die wyse Den lustelycken Mey is nv inden
tyt.
- Hoort toe ghij sondaers alle ghemeyn
- Wilt niet mistroostich wesen
- Gaet al tot Christum dat edel greyn
- Die mach onsen druck ghenesen
- Soo ons die schriftuere wtleyt
- Godt die is altijt bereyt
- Te vergheuen onse misdaden
- Christus sprect, compt alle die zijt beladen.
-
- God heeft ons soo lief dat hij ons bemint
- Esaias doet ons dat weeten
- Alwaert dat een moeder haer eyghen kint
- Soude moghen vergheten
- Hij en vergheet ons nemmermeer,
- Christus die almoghende Heer
- Want wij sijn alle sijn graden
- Christus spreect compt alle die zijt beladen.
-
- Magdalena diemen die sondersse heet
- Daer mochtmen wel aenschouwen
- Ende van Zacheus niet en vergeet,
- Daer hij maeltijt ghinck houwen
[p. ciiij]
-
- Noyt sondaer en quam daer soo groot
- Die hij zijn ionste niet en boot,
- Hij en thoonde hem sijn ghenaden
- Christus spreect, comt alle die zijt beladen.
-
- Hij is den wech als daer staet gheschreuen
- Een Heer bouen alle heeren
- Die waerheyt is hij, ende oock dat leuen
- Waer wilt ghij anders keeren
- Hij is die dore die open staet
- Daermen totten vader gaet
- Niemant wil hij versmaden
- Christus spreckt, compt alle die zijt beladen.
-
- Dus wilt betrouwen in Godt des vreden
- Wilt sijn gheboden houwen
- En wilt den buyten wech niet treden
- Soo sult ghij zijn rijck aenschouwen
- Ende houdt altijt accoort
- Ende sijn Goddelijck woort
- Wilt treden nae zijn paden
- Christus spreect, compt alle die zyt beladen.
-
- Godt worde voor ons aent cruyce gherect
- Met sijn ghebenedijde leden
- Die Ioden hebben hem soo seer begheckt
- Den moordenaer heeft hem ghebeden
- Met woorden seer soetelijck
- Beloofde hij hem sijn eewich rijck
- Noch en quam hij niet te spade
- Christus spreect, compt alle die sijt beladen,
-
- O Princelijcke Godt inder eewicheyt
- Roept, Heere compt ons te baten
[p. cv]
-
- Sijn armen heeft hij wijt wt ghespreyt
- Hij en wil ons niet verlaten
- Hij is eewich ghebenedijt
- Peyst dit altijt wie dat ghij sijt
- Ende wilt v wijsselijck beraden
- Christus spreect, compt alle die zijt beladen.
|