[‘Compt al van Zuijden ende Oosten’]
Een nieu gheestelijck liedeken op die wyse. Die vogelkens inder
muyten.
- Compt al van Zuijden ende Oosten
- Die met sonden zyt beladen
- Ick sal v selfs vertroosten
- Met mijn vleesch sal ick v versaden
- Ick ben die fonteyne verheuen
- Die dorst heeft die come naer
- Die daer wt drinckt sal eewich leuen
- Spreect Christus int openbaer.
-
- Ic en ben hier niet ghecomen
- O menschen sijt des vroet
- Dat ick v soude verdoemen
- Maer verlossen met mijn bloet
- Ic begeer in v herte te woonen
[p. cxi]
-
- Ende ter salicheijt brengen in
- Soo moet ghij op mij steunen
- Oft ghij en compt niet daer ick bin.
-
- Ick ben den wijnstock geschoten
- Spreect Christus verstaet mijn woort
- Blijft vast in mij gesloten
- Ghij sult brengen goede vruchten voort
- Maer laet ghij v verleyden
- Dat ghij des werelts trooste aensiet
- Soo wordij vanden wijnstoc gesneden
- Al v vruchten en doogen niet.
-
- Hebt lief ende wtuercoren
- Die v ter werelt doen quaet
- Die v boosheijt leggen te voren
- Bidt daer voor tis Christus raet
- Want Godt heeft selue gesproken
- Aent cruyce met luyder stem
- Och vader latet ongewroken
- Ick bidde vergeuet hen.
-
- Wilt niet vreesen altesamen
- Mijn woorden de werelt belijt
- Oft ick sal my uwer schamen
- Voor mijnen Vader gebenedijt
- Aldus en wilt niet vreesen
- Maer strijdt met herten vro
- Laet den knecht ghelyck den meester wesen
- Het belieft den sone alsoo
-
- Ick ben een goet herder wter maten
- Ick gae mijn schapen voor
[p. cxij]
-
- Ic begheer mijn leuen daer voor te laten
- Ic ben die rechte door
- En laet v niet verleyden
- Die buyten der deuren passeert
- Het zyn dieuen en moordenaers beyde
- Spreect Christus soo hy ons leert.
-
- Niemant en compt totten vader
- Dan door den soon Gods verheuen
- Hij bidt voor ons alle gader
- Om ons te bringhen int eewich leuen
- Wilt dan op hem betrouwen
- Hij is die verworpen steen
- Doet ghijt niet het sal v berouwen
- Als ghij van hier sult scheen.
-
- Prince Godt siet ons allenden
- Hier in dat aertsche dal
- Wilt uwen gheest neder senden
- Die ons vertroosten sal
- Dat wij eere mogen bewijsen
- Godt ende ons mede broeder,
- Soo mogen wij mede verrijsen
- Met Godt ende sijn lieue moeder.
|