Een nieu Liedeken
- Een goet nieu liet al vant beghin
- Dat sal ick gaen verclaren
- Van eenen vader des huysgesin
- Soo ons Lucas gaet openbaren
- Twee sonen heeft hij behouwen
- Den oudtsten diende hem van passe wel
- Den ioncxsten was hem seer rebel
- Alsoomen mocht aenschouwen.
-
- Hij sprack o vader zijt des wel vroet
- Wilt mij nu ouergheuen
- Dats alle mijn patrimonie goet
- Van dat mij is ghebleuen
- Gheeft mij dat sonder claghen
- Dwelck die vader dus heeft ghedaen
- Om dat hij soude buyten gaen
[p. cxv]
-
- Ende hem seluen wijsselijck dragen.
-
- Doen hij dat gelt hadde ontfaen
- Alsoomen mocht aenschouwen
- Heeft hij dat ghelt terstont verdaen
- Al met die schoone vrouwen
- Doen hij sijn ghelt was quijte
- Trocken sij hem sijn cleederen wt
- Ende lieten hem loopen als een schavuyt
- Seer pouer van habijte.
-
- Daer nae quam eenen dieren tijt
- Dat hij met grooter pijnen
- Moeste gaen eten des seker sijt
- Dat draf al metten swijnen
- Hij sprack met weenenden ooghen
- Ick wil weder tot mijnen vader gaen
- { Oft hij mij wilde in ghenade ontfaen }
- Ootmoedicheyt betooghen.
-
- Seer haestelijck daer nae met dien
- Ghinck hij die reyse aenveerden
- Voor sijnen vader sijn sonden belijen
- Ende viel voor hem ter aerden
- Hij sprack o Vader ghepresen
- Ick heb tegen Godt en v veel misdaen
- Wilt mij als een huerlinck ontfaen
- Ick en ben niet waert v soon te wesen.
-
- Doen die vader dat verstont
- Ghinck hij zijns soons ontfermen
- Hij custen hem daer aen sijnen mont
- Ende nam hem in beyden sijn aermen
- Hij sprack ten seluen tijden
[p. cxvi]
-
- Mijn sone die lange verloren was
- Is nv geuonden op dit pas
- Wilt v met mij verblyden.
-
- Langt mijnen sone dat beste habijt
- Mijn vrinden wil ick doen nooden
- Haelt sijnen broeder met iolyt
- Mijn ghemest calf wil ick doen dooden
- Hij sprack ten seluen stonden
- Mijn verloren sone die heb ic gewacht
- Welck was dat menschelijck geslacht
- Dat Christus heeft geuonden.
-
- Den oudtsten soon hoort mijn vermaen
- Ghinck tot sijnen Vader gewagen
- Voor my (ick ben v onderdaen)
- En hebdi noyt bock geslagen
- Doen sprack die Vader gepresen
- Van mijnen goede en hebdi gheen noot
- Maer uwen broeder die was doot
- Die is als nv verresen.
-
- Al die met sonden sijt belaen
- En wilt toch niet wanhopen
- Wilt tot Godt den vader gaen
- Sijn gratie staet altijt open
- Ende wilt v sonden bekermen
- Ende laet v sonden v wesen leet
- Want Godt is altijt bereet
- Om den sondaer te ontfermen. Amen.
|