[‘Ick wil mij gaen verheugen’]
Dit Liedeken gaet op die wijse, Die fieren nachtegale, hy sanc
soo soeten sanck.
- Ick wil mij gaen verheugen
- Verblyden mynen moet
- In dat prieel van vreuchden
- Caluarien es soo soet
- Heer Iesus bloet
- Dat gheeft soo soeten roke
- Die roosen root
- Die staen soo wijt ontploken.
-
- Die edel nachtegale
- Die sanck soo soeten sanc
- Al inder minnen quale
- Hinc hij drij uren lanck
- Met schoon geclanc
- Soo sanck hij met seuen thoonen
- Die Vader eer lanck
- Die hoordet inden troone.
-
- Dat ierste liet van minnen
- Dat hij gesongen heeft
- Met onuerstroyden sinnen
- Seyt hij Vader die leeft
- Dit volck dat sneeft
- Die mij die doot doen smaeken:
[p. cxl]
-
- Dit hen vergheeft
- Sij en weten niet wat sij maken.
-
- Dat tweede liedeken reyne
- Sanck onsen Coninck voort
- Totten moordenaer ghemeyne
- Sprack hij dat soete woort
- Met mij accoort
- Soo suldi heden wesen
- Int paradijs
- Vol weelden al ghenesen.
-
- Met pynen ende smerte
- Sanc hy dat derde liet
- Tot sijn moeder bedroeft van herte
- Seyde hy o wyf nv siet
- Hoort myn bediet
- Dit is v sone voortaene
- En tot sint Ian
- Siet daer v moeder aene.
-
- Hy hinc vol wonden ende pyne
- Den bloedighen bruydegom root
- Sijn cracht begonst te verdwijnen
- Hij was ghelaten bloot
- Met stemmen groot
- Riep hij tot onser baten
- Mijn Godt mijn Godt
- Waerom hebdi mij verlaten
-
- Die hittighe minnen stralen
- Verdroogden die soete borst
- Iesus riep met soeter taelen
- Die hooch gheboren vorst
[p. cxli]
-
- Met grooten lost
- Ende met begeerlijcheden
- O siel my dorst
- Naer uwer salicheden.
-
- Als hy nv was gecomen
- Tot alder propheten bediet
- Sanc hy met herten vrome,
- Dat hem die minne riet
- Hy seyde nv siet
- Mijn armkens staen ontloken
- Tis al veruult
- Die gratie es wt ghevloten.
-
- Hij brack des vijants banden
- Hij riep met grooter eerst
- O vader in uwen handen
- Beuele ick mijnen gheest
- Die liefde meest
- Die heeft my doen smaken
- Den bitteren doot
- Wt minnen en charitaten.
-
- O prince ghij hebt victorie
- Al door v bitter doot
- Brengt ons tot uwer glorie
- Al door v wonden root
- Dijn liefde groot
- Doet ons altyt ghedincken
- Met dancbaerheijt
- In uwen lof ontsincken.
|