[‘Ic weet een suyuerlycke’]
Een gheestelyck nieu Liedeken op die wyse: Ick had een
ghestadich, &c.
- Ic weet een suyuerlycke
- Geen schoonder die aerde en heeft
- Sy woont in hemelrijcke
[p. cliij]
-
- In weelden dat sij leeft
- Soo wie dat haer lief heeft
- En dienen haer met trouwen
- Die schoonste bouen alle vrouwen
- Die haer dienaers niet en begeeft.
-
- Twee vrindelijck oochskens draecht sij
- In allen haer dienaers noot
- Daer mede soo veriaecht sij
- Allen druck en teghenspoet
- Och edel maget soet
- Wilt doch mijnder ontfermen
- Aensiet mijn suchten en kermen
- Als ick eens steruen moet
-
- Ic en can niet vergheten
- Haer groote ootmoedicheyt
- Ten waer niet wt te spreken
- Haer suyuer reynicheyt
- Ick wete wel hoe sij heet
- Die mijn herteken heeft bevanghen
- Nae haer staet alle mijn verlanghen
- Tot inder eewicheyt.
-
- Wt Dauidts gheslachte geboren
- Vander eewicheyt voorsien
- Wt alle maechdekens vercoren
- Wat eer mocht ick haer bien
- O Maria maget puere
- Propheten van goeden leuen
- Die hebben van v gescreuen
- Soo menige schoon figure.
-
- Och gloyende Moyses doren
[p. cliiij]
-
- Die brant en niet en verbrant
- Schoon roose sonder doren
- Al in dat coren gheplant
- Weest doch mijn onderstant
- En wilt doch voor mij spreken
- Als mij mijn herte sal breken
- Reyct mij v ghenadige hant.
-
- O alder schoonste duyue
- Noyt men so schoon en vant
- Reyn taxken van olijue
- O duyue die v gewan
- Die wter arcken quam
- Prijs hebt ghij ons verworuen
- Hij es voor ons gestoruen
- Die ons dat leuen gan.
-
- Schoon Arons roede bloyende
- Reyn maechdelijcke greyn
- Fonteyn der minnen vloyende
- Al in des hemels pleyn
- Rust ghij altijt certeyn
- Soo wilt doch voor mij spreken
- Als mij mijn herteken sal breken
- V dienaer wil ick sijn.
-
- Reijn balsem gaerde ghepresen
- Ghij riect als nardus soet
- Want ghij condt al ghenesen
- Des sondaers wonden groot
- Al waren sij totter doot
- Als hij die sonden wilt laten
- Soet bouen honich raeten
[p. clv]
-
- Helpt ghij hem inden noot.
-
- O suyuer lelie reyne
- Noyt smette in v en quam
- Een hert sach v alleyne
- Seer rasch dat hij tot v swam
- Het is geworden tam
- Het liet hem iaghen en drijuen
- Het woude by v blijuen
- Oftet waer gheworden lam.
-
- O Maria die schoonste vrouwe
- Wyens ghelijck noyt man en vant
- Ick bid v op rechter trouwe
- Als ick moet int vreemde lant
- Daer ick ben ombekant
- Wilt doch mijn leydster wesen
- O maghet wtghelesen
- Doet mij dan onderstant
-
- O Maria die schoonste kersouwe
- Met hemelschen daw bespreyt
- O alder claerste vrouwe
- Ghij verwint den vyant wreet
- Verdrijft doch allen mijn leet
- En wiltse bij v bringhen
- Al die dit liedeken singhen
- Want Godt v geerne verhoort. Amen.
|