Een schoon gheestelyk Liedeken
- Laet ons met sangen nv gaen verblijden
- Den Heere belijden ghij volck van Israel
- Hoort mijn geboden seyt Godt tot alle tijden
- Ick sal v bevrijden, ick ben v Godt en niemant el
- En soect geen ander Goden ick segt v wel
- Alle ander Goden die heb ic v verboden
- De selue te eeren met sanghe en met spel.
-
- Israelsche kinders wilt mij aenbeden
- En v besteden in mijn ghebot vayllant
- Ick ben v hooft ghij sijt mijn leden
- Leeft met vreden mijn volck alsoo playsant
- Ick heb v ghebrocht wt Egypten lant
- Cost ghijt beseffen, ghij soudt mij verheffen
- Bouen alle gout oft costelijcken pant.
[p. clxvij]
-
- Dits mijn ghebot wilt hier nae vierich haken
- Bouen alle saken ghelooft die woorden mijn
- Ghij en sult geen vreemde Goden maken
- Om voor v te waken ben ick die heere dijn
- Paulus die seyt dat al afgoden dienaers sijn
- Die de werelt aenhanghen
- Met giericheyt beuanghen
- Schouwet sulck verstranghen
- Ghelijck ghij sout fenijn.
-
- Die de werelt met haer wellusten aenschouwen
- Ende die op haer betrouwen, sullen als stoff vergaen
- Ghelijck sij quamen in sdoots benauwen
- Die met Madians vrouwen teghen mij hebben misdaen
- Dus op mijn woorden alleen wilt staen
- Van druck en lijden so sal ick v beurijden
- En met v strijden
- Hout ghij mijn soet vermaen.
-
- Ick ben v vader ghij moet met mij leuen
- Hoe soudick v begheuen mijn kinders al ghemeyn
- Wij in mij gelooft, hij en sal niet sneuen
- Want ick sal hem gheuen mijn rijcke certeyn
- En hij sal wercken doort ghelooue reyn
- Die mij eere bewijsen, die sal ick mede prijsen
- Bij mijnen vader al in des hemels pleyn.
-
- Ick ben den steen daer ghij al moet wt drincken
- Ick wil v schincken wt liefden mijnen gheest
- Om dat ghij soudt mijns naems eewich gedincken
- Niemant crincken smaeckt mijnder woorden keest
[p. clxviij]
-
- Hoe ghij sult spreken en weest niet bevreest
- Alsmen v sal stieren
- Voor Coninghen ende Princieren
- Ick sal uwen mont regieren
- Om tantwoorden minst ende meest.
-
- Ick ben een Prince wilt mij behagen.
- En wilt niet versaghen Dat seg ick v voorwaer
- Ghij moet mij mijn cruyce helpen draghen
- In alle laghen, al vallet v dicwils swaer
- Allen v lijden dat gaet mij alsoo naer
- Als den appel mijnder ooghen
- Dus wilt al ghedooghen
- Want gij sult aenschouwen mijn lieffelijck aenschijn
claer.
|