[p. clxxxv]
Een nieu gheestelyk Liedeken.
- Ionck hert laet v trueren
- Schipt eenen nieuwen moet
- V sal noch troost ghebeuren
- V bruydegom is soo goet
- Hij wilt noch op v dincken
- En beteren al v leet
- Sijn bloet sal hij v schincken
- En geuen het bruyloft cleedt.
-
- Sij heeft haer hooft op gesteken
- Die siele met sonden ghewont
- Aen Iesus vloyende beken
- Gheleydt haren rooden mont
- Wilt mijn herte conforteren
- Met uwen rooden wijn
- Ic sal mij tot v abandoneren
- En dijn vrij eyghen sijn.
-
- Compt in mijn armen rusten
- Mijn bruyt mijn duyfken soet
- Ick sal boeten al v lusten
- Ick bin dat hoochste goet
- Mijn waterken can versaden
- Altijt versch en altijts nieu
- Dus leert die werelt versmaden
- En segt der sonden adieu.
-
- Mijn herders raet wil ic volghen
- Ic schaepken ruyd en onvroet
- Veel regaels heb ick geswolghen
- Deur mijnen hooghen moet
- Mijnen moet heeft mij doen vallen
[p. clxxxvi]
-
- Al inder sonden cuyl.
- Dus is mijn hert vol gallen
- En mijn bruyloft cleedeken vuyl.
|