Een gheestelijck Liedeken.
- O Heere o Godt, o goetheyt altijt,
- Hoe bemint ghij nv alle lieden
- Ghij geeft het licht, die het lichte benijt,
- Ghij doet keeren die van v vlieden:
- O vader mijn, wie sal v goetheyt wt spreken?
- Wilt ons hert doch eens ontsteken,
- Ons ondanckbaerheyt wilt niet gedachtich sijn.
[p. cxcvi]
-
- O heer midts liefde alleen tonser baet
- Wt den hemel quaemt ghij ghetreden:
- V vyanden getoont v fiere gelaet,
- Door v bloet in bracht die vreden
- O vader mijn. &c.
-
- Uoor allen wonder hoe dat sij oock sijn,
- Ons sondaren hebt ghij ghegeuen
- Eenen geestelijcken medecijn,
- Die mach houden ons siel int leuen
- O vader mijn. &c.
-
- Om sterck te sijn in allen strijt,
- Hebt ghij oock ons heer versien,
- V edel lichaeme tot een spijs altijt,
- Ons ghelaten, wie salt bedien
- O vader mijn. &c.
-
- Die v affgaet en weder keert,
- Doet ghij heer weer den hemel open:
- V gratie ghij in haer vermeert
- Ghij hulpt voor al die in v hopen
- O vader mijn. &c.
-
- Die gewillich sijn, in allen noot,
- Staet ghij bij, en maeckt cleyn haer smerte:
- Ghij vertroost haer, al sijn haer sonden groot,
- V goetheyt ist { o heer } der herten
- O vader mijn. &c.
-
- Die sij seluen breckt, sij seluen wtgaet,
- Hoe wert hij dick verlicht van sinnen:
- V straelkens ghij dich in sijn herte laet,
- Dick midts liefde brant hy van binnen
- O vader mijn. &c.
-
[p. cxcvij]
-
- Die in v alleen soeken wellust,
- Wat iolijt, watten vreucht sij vinden,
- Haer verstant, haer tonge sijn dicmaels in rust,
- Vier en vlam sietmen haer verslijnden
- O vader mijn. &c.
-
- Die volherdich sijn in haren teghenspoet
- Staet ghij by en bereyt haer croone
- Hoe minlijck verandert ghij tsuer int soet,
- En sedt haer in des hemels troone
- O vader mijn. &c.
-
- U leuende fonteyn ghij haer gont
- V seluen int tshemels wijcken
- Allen goet, en dat met eewich verbont
- Segt dan princen met mij ghelijcken
- O vader mijn. &c.
|