Het beraadslagen van de meest gepaste middelen, om de uitgave van de Werken dezer Maatschappij voort te zetten, wordt, na
[p. 14]
eenige raadplegingen, aan de Maandelijksche Vergadering opgedragen, met vrijheid om ten dien einde over een gedeelte van de kas der Maatschappij te beschikken.