terug  begin 

[p. 29]

Programma van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden , Voor het Jaar 1815.

De Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden heeft, in hare Jaarlijksche Vergadering, gehouden den zevenden van Hooimaand dezes Jaars, tot Leden verkozen de Heeren J.J. Dermout , Predikant in den Haag; Mr. J.K. van de Kasteele , Fiskaal van de Konvooijen en Licenten voor Zuid-Holland, in den Haag; C. de Koning L.D.Z., te Haarlem; A. Loosjes P.Z., te Haarlem; Mr. R. Metelerkamp , Lid van den Raad van Hoogen Adel, in den Haag; Mr. A. Siewertsz van Reesema , Advokaat te Rotterdam; H. Tollens

[p. 30]

C.Z., te Rotterdam; Mr. G. de Wal , Lid van de Regtbank van eersten aanleg, te Leeuwaarden; J. van Walré , te Haarlem; A. van der Willigen , te Haarlem.

 

De Maatschappij heeft besloten tot een ontwerp uit de klasse der Welsprekendheid op te geven, om beantwoord te worden voor den eersten van Louwmaand des Jaars 1817.

 

‘Lofrede op den Raadpensionaris, Simon van Slingelandt .’

 

Het staat een ieder vrij, ook den Leden der Maatschappij, om naar den prijs te dingen: alleenlijk worden de Gecommitteerden ter beoordeeling der ingekomene Lofredenen van die vrijheid uitgesloten. Aan den genen, wiens Lofrede de beste, en aan het oogmerk der Maatschappij voldoende zal gekeurd worden, biedt de Maatschappij een' Gouden Penning aan, ter waarde van 150 Gulden.

 

De Lofredenen moeten zijn in de Nederduitsche Taal, met eene duidelijke hand, van iemand, die geen Lid der Maatschappij is, afgeschreven: iedere Lofrede moet, met eene Zinspreuk geteekend, besloten worden in een' verzegelden omslag, welke den titel en de zinspreuk der Lofrede ten opschrift heeft. Hierbij moet gevoegd worden een verzegeld briefje, in het welk de

[p. 31]

naam, waardigheid en woonplaats van den Schrijver; en boven op het welk de Zinspreuk der Lofrede geschreven is.

 

Het een en ander moet in een' buiten-omslag, ten tijde, hier boven bepaald, vrachtvrij, bezorgd zijn in handen van den tegenwoordigen Secretaris der Maatschappij, Professor M. Siegenbeek , of van den Briefschrijver, den Heer Mr. J.C. Kneppelhout , beiden wonende te Leyden. Voor het overige zijn de Wetten, volgens welke de Maatschappij naar een' Prijs laat schrijven, te vinden in het tweede Deel van derzelver Werken.

terug  begin