terug  begin  verder

VI.

De rekening van den Penningmeester door de Vergadering opgenomen en goedgekeurd zijnde, is daaruit gebleken, dat de ontvangst,

[p. 62]

gedurende het afgeloopene jaar, bedragen heeft eene som van twaalf honderd twee- en tachtig Guldens, vijftien stuivers en veertien penningen: de uitgave daarentegen eene som van zevenhonderd drie-en- tachtig Guldens, negen stuivers en vier penningen, blijvende er dus bij kas een batig overschot van vierhonderd negen-en-negentig Guldens, zes stuivers en tien penningen.

terug  begin  verder