terug  begin  verder

VIII.

De Voorzitter J.W. te Water zijn ernstig verzoek ter Vergadering hebbende doen inbrengen, om, wegens zijnen meer dan tachtigjarigen ouderdom en ligchaamszwakheden, welke hem veelal beletten de vergaderingen te kunnen bijwonen, niet wederom voor dien post in aanmerking genomen te worden, en de fungerende Voorzitter, M. Tydeman dit verzoek aandringende, doch wegens zijn tachtigjarigen ouderdom zichzelven van alle mogelijke benoeming tot dien post verschoonende; heeft de Vergadering, bijzonder ook uit aanmerking van het gehandelde dezen aangaande op de Algemeene Vergadering des verleden jaars, en het daaruit gesproten afzonderlijke IX punt van beraadslaging voor deze Bijeenkomst, geoordeeld, den Heer J.W. te Water dringend te mogen en

[p. 13]

moeten verzoeken, om zich ook ditmaal aan de vereerende benoeming tot Voorzitter der Maatschappij niet te willen onttrekken, maar in dien post zoo veel te willen blijven doen, als zijn lust en krachten gemakkelijk zouden gedoogen - en voorts, hier mede dadelijk vereenigende het IX punt van deliberatie, tot Vice-President, om den Voorzitter, overal waar deze het behoeven of vereischen zoude, in die bediening te vervangen, verkozen den Heer M. Siegenbeek .

Tot Secretaris wierd verkozen de Heer M. Siegenbeek ; zullende, wanneer dezelve als Voorzitter moet optreden, de Secretaris voor de Briefwisseling ook voor eersten Secretaris fungeren. Tot Secretaris voor de Briefwisseling wordt verkozen de Heer Mr. H.W. Tydeman ; tot Opziener over de uitgave der werken, de Heer Mr. M. Tydeman , die onder het zelfde, gereedelijk ingewilligd, beding als in het verleden jaar, zich deze keus laat welgevallen. Tot Penningmeester wordt benoemd de Heer Mr. W.P. Kluit .

terug  begin  verder