Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1857


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1803-1900


bron: Handelingen der jaarlijksche vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, gehouden den 18 Junij 1857, in het gebouw der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen te Leiden. J.G. la Lau, z.p., z.j.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 72]

Bijlagen.

Bijlage A. (Zie Handd. blz. 39.)

Hoe spreekt het volk ten uwent de volgende woorden uit?

vader, dragen, geschapenZweemt de a hier naar ao? of naar de fransche è? zegt men ook vajer?
jaar, slapen, maanZweemt de a hier naar ao? of naar de fransche è? zegt men ook vajer?
nemen, hemel, sprekenHoort men in deze e soms i? als sprik b.v.
vegenWordt hier de e soms als a uitgesproken?
tegenWordt hier de e soms als a of als eu uitgesproken?
vleesch, teekenen, gemeenteWordt hier de ee soms als ei uitg.?
boven, kool (vuur), openWordt hier de o soms als a uitg.?
boom, stooten, koopenWordt hier de oo soms als oa uitg.?
huis, uit, kruis, luidenWordt hier de ui soms als uu uitg.?
zien, liegen, ziekWordt hier de ie als y of als de tweeklank uitg.?
moeder, voeten, bloedWordt hier de oe als o of als au uitg.? Zegt men ook moejer?
lijden, krijgen, vlijtWordt hier de ij als ie uitgespr.?
ei, weide, MeiWordt hier de ei als ai uitgespr.?
handje, hondje, voetjeWordt hier de dje als tsje uitgespr.?
kopje, tafeltje, bloempjeLuidt dit ook als koppien, teufeltien, blommechi?
uw, nieuw, ruwLuidt dit ook als nuf, nij of nuuf, ruuf?
zoo, zoon, zingenLuidt dit ook als soo, soon, singen?

[p. 73]

vee, vol, vragenKlinkt hier de v als f?
gij, groot, gunstKlinkt hier de g als de fransche g in grand?
mensch, visch, wasschen, wenschenKlinkt hier de sch als sk?
verder, harder, staart, dorst, borstSpreekt men ook uit fedder, hadder enz.?
feller, voller, fijner, dunnerSpreekt men ook uit felder, volder enz.?
vos, zes, dissel, vlasSpreekt men ook uit vox, sex, dixel, flax?

Hoe verbuigt het volk bij u de lidwoorden?

Is het meervoud van hond, ding, stoel met of zonder n?

Is het meervoud van kerk, heer, mensch met of zonder n?

Hoe luidt het meervoud van arm, raam, boterham, rekening?

Wordt in de onbepaalde wijs der werkwoorden de n al of niet gehoord?

Eindigen de verkleinwoorden op n of op e?

Hoe verbuigt het volk de pers. voornaamwoorden?

Hoe luidt de tegenw. tijd van zijn?

Hoe vervoegt men den tegenw. en onv. verl. tijd van geven, loopen, hooren, en zien?

Hoe vervoegt men den tegenw. en onv. verl. tijd van breken en spreken?

Zegt men Dingsdag of Dinsdag, Woensdag of Goensdag?

Spreekt men van brein, hersens of hersenen?

Zegt men hemel of heven, morgen of ochtend, avond of njoen, ketting of ket?

Hoe benoemt men koeijen, paarden, veulens, hoenders en kuikens?

Hoe noemt men de bijen en mieren? Spreekt men ook van immen of imten?

Zegt het volk grijnen, schrouwen, balken, huilen of weenen?