De bibliotheek werd in het afgeloopen jaar vermeerderd met 4 handschriften, 260 boeken, 45 overdrukken en de vervolgen van een groot aantal genootschapswerken en tijdschriften.
De handschriften werden ons door belangstellende medeleden geschonken. De heer Joh. de Meester vereerde ons met het handschrift van zijn roman Walmende Lampen, alsmede met dat van zijn toespraak twee jaar geleden hier ter plaatse gehouden onder den titel ‘Iets over vrijheid en letterkunde’. Dr. J.F.M. Sterck zond ons uit de nalatenschap van Dr. Worp diens cahiers met studiën en aanteekeningen over de geschiedenis van het tooneel, waaronder het repertorium van den Amsterdamschen schouwburg van 1638 tot 1818, oorspronkelijk bestemd om te worden uitgegeven bij de Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg, doch te omvangrijk gebleken. De heer Wouter Nijhoff bood ons de verzameling aan van oorspronkelijke bijdragen van Nederlandsche kunstenaars en geleerden voor het album in 1883 in Italië uitgegeven bij gelegenheid van de ramp van Casamicciola; zij bevat o.a. autografen van Vosmaer, Bosboom-Toussaint, Alberdingk Thijm, A. Kuyper enz.
Ook onder de boeken komen dit jaar weer een aantal zeer welkome geschenken voor. Zoo schonk ons b.v. de heer A. Hoynck van Papendrecht een exemplaar van het door hem geschreven, rijk geïllustreerde, kostbare werk De Rotterdamsche Plateel- en Tegelbakkers en hun product (1590-1851); Dr. P.J. Blok het tweede (laatste) deel zijner levensbeschrijving van prins Willem I; Dr. J. te Winkel het vijfde (laatste) deel van zijn Ontwikkelingsgang der Nederlandsche Letterkunde; baronesse van Zuylen van Nyevelt haar Court Life in the Dutch Republic (1638-1689); de heer W.J.J.C. Bijleveld het grootendeels door hem bewerkte Gedenkboek Noorthey, uitgegeven bij den honderdsten gedenkdag der stichting, waarin de portretten voorkomen van nagenoeg al de leerlingen die dit vermaarde opvoedkundige instituut bezocht hebben. Ook sommige Vlaamsche medeleden onzer Maatschappij gaven door geschenken blijk van hun belangstelling in onze boekerij. De heer Lode Baekelmans zond ons een drietal zijner werken, van belang voor de geschiedenis der Nederlandsche
letterkunde; de heer Alphons de Cock, oud vriend onzer Maatschappij, gaf ons, een maand voor zijn dood, als zijn laatste schenking, zijn boek over Spreekwijzen, gezegden en uitdrukkingen op volksgeloof berustend. Ons Afrikaansch medelid C. Louis Leipoldt schonk ons zijn dichtbundel Dingaansdag. Een aantal boeken die onze bibliotheek nog niet bezat, mocht Uw bibliothecaris door de vriendelijke bemiddeling van Dr. J.W. Muller kiezen uit het legaat door wijlen Dr. J. Verdam aan de Vereeniging Leeskamers der Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte te Leiden vermaakt, terwijl Dr. J.W. Muller zelf evenals vorige jaren wederom verschillende werken uit zijn eigen bibliotheek ten geschenke aanbood.
Een eigenaardig geschenk deed ons de heer Vincent Loosjes Az., nl. een verzameling van affiches, programma's enz. van tooneel- en andere voorstellingen, concerten en derg. uit de laatste halve eeuw, waaronder enkele merkwaardige exemplaren, die mettertijd steeds zeldzamer zullen worden.
Misschien zullen sommigen Uwer zich herinneren, dat in het verslag van den bibliothecaris van het vorig jaar een verzoek en aansporing voorkomt tot de scheppende letterkundigen onder U om een exemplaar hunner werken - en kan het zijn, ook het handschrift - ter plaatsing in onze boekerij, om deze zoodoende in werkelijkheid een bibliotheek der Nederlandsche letterkunde, ook van den tegenwoordigen tijd te doen zijn; de geringe geldmiddelen laten een hehoorlijken aankoop niet toe; bovendien heeft de gedachte aan schenking door de medeleden zelve, van de oprichting onzer Maatschappij af, steeds voorgezeten. De heer Johan de Meester heeft de groote vriendelijkheid gehad mijn verzoek en aansporing in de Nieuwe Rotterdamsche Courant te plaatsen ter meerdere verspreiding; hij zelf was de eerste die aan dien oproep gehoor gaf door de schenking van zijn roman Carmen en eenige andere werken, benevens de reeds genoemde handschriften; dit goede voorbeeld vond navolging bij Mevr. van Ammers-Küller, die ons vereerde met een exemplaar van haar werken: Maskerade, De Roman van een Student en De verzwegen Strijd. Aangenaam zoude het mij zijn, wanneer ik het volgende jaar meer zulke goede navolgingen zou kunnen vermelden.
Onder de aankoopen dit jaar gedaan noem ik U het groote Duitsche zeemanswoordenboek van Kluge, getiteld Seemanns-Sprache, dat ook voor de kennis van onze eigen Nederlandsche zee- en scheepstermen van veel belang is, aangezien de Duitschers daar zoo heel veel aan ontleend hebben; om een dergelijke reden abonneerden wij ons op het nieuwe tijdschrift: De Visscherij. Aangekocht werd ook het rijk geïllustreerde werk Neerlands Volksleven door D.J. van der Ven en abonneerden wij ons op de nieuwe belletristische tijdschriften De Stem en het in Vlaanderen verschijnende Roode Zeil.
Het ruilverkeer met buitenlandsche genootschappen en instellingen komt langzamerhand weer in de banen van voor den oorlog; als een bewijs daarvoor moge gelden het feit, dat wij onlangs weer genootschapswerken uit Estland (Dorpat) en Letland (Riga) mochten ontvangen.
Ten slotte betuig ik hier gaarne mijn dank aan de bibliotheekscommissie voor den mij verleenden steun en raad, alsmede aan den directeur, ambtenaren en beambten der universiteitsbibliotheek voor de goede zorgen waarmede zij ook dit jaar weder de belangen onzer boekerij hebben behartigd.