I. De waarnemend voorzitter, Dr T.P. Sevensma, opent de vergadering met een toespraak:
Dames en Heeren, Zeer Geachte Medeleden,
Het is thans reeds de vierde maal dat wij in jaarvergadering onzer Maatschappij bijeenkomen onder de zeer bijzondere omstandigheid van de bezetting van onzen Vaderlandschen bodem.
Zooals U uit de beschrijvingsbrief hebt kunnen zien heeft de algemeene vergadering gemeend toch deze jaarvergadering in Juni en te Leiden te moeten houden, overeenkomstig de wet onzer Maatschappij en de goede oude gewoonte.
Wel hebben wij gevreesd dat het getal der opgekomen leden geringer zou blijken dan wij wel wenschten.
Een deel . . . . . . . . . . . .
Een ander deel - ik denk hierbij aan onze Vlaamsche leden - zullen
waarschijnlijk niet de vergunning verkrijgen om aan onze jaarvergadering deel te nemen. En ongetwijfeld zijn er ook onder onze leden buiten Leiden verscheidene die verhinderd zijn door de bezwaarlijke spoorwegverbindingen voor heen- en terugreis.
Des te meer stelt Uw bestuur het op prijs dat nog zoovele leden door hun aanwezigheid aan deze vergadering luister en gezelligheid hebben kunnen en willen bijdragen.
Tot hen, die wij hier noode missen behoort in de eerste plaats onze voorzitter Dr Van Hille.
Een ernstige invaliditeit tengevolge van ongesteldheid verhindert hem tot zijn groot leedwezen deze vergadering bij te wonen en te leiden. Hij is in het begin van dit vereenigingsjaar zijn taak als voorzitter met groote belangstelling en toewijding begonnen en betreurt het zeer dat hij in den loop van dit jaar zijn taak in de handen van een waarnemend voorzitter heeft moeten leggen.
Onze Maatschappij heeft in het verloopen jaar achttien harer leden door den dood verloren. Ik verzoek U van Uw zitplaats op te staan terwijl ik U hunne namen in alphabetische orde voorlees.
Dr S. Baart de la Faille te 's-Gravenhage, Dr A. Sj. Brandsma te Dachau, Dr R. Brandstetter te Luzern, Dr R. Broersma te 's-Gravenhage, Dr P.H. Damsté te Utrecht, Dr G. Horreus de Haas te Zwolle, Dr M. Th. Houtsma te Utrecht, Dr L. Knappert te Oegstgeest, Dr F.W.A. Korff te Leiden, Dr J.B. Manger te Purmerend, Dr H. Reimers te Aurich, Mej. Dr Joh.a Snellen te Utrecht, de Heer C. van Son te Dordrecht, Dr N.B. ten Haeff te Scheveningen, Mej. C.M. Vissering te 's-Gravenhage de Heer P.D. de Vos te Zierikzee, Dr E. Wadstein te Stockholm, Dr F.C. Wieder te Noordwijk.
Thans verzoek ik U Uwe plaatsen weer in te nemen. Ik wil dan in enkele woorden de verdiensten der overledenen gedenken.
Ons medelid Dr S. Baart de la Faille was lange jaren predikant der Nederl. Herv. Gemeente te Londen en heeft in die jaren met eere een middelpunt gevormd van het Nederlandsche cultureele leven in de Hoofdstad van het Britsche Rijk.
Dr Anno Sjoerd Brandsma, meer bekend onder zijn kloosternaam Titus, doceerde de geschiedenis der Nederlandsche mystiek aan de R.K. Universiteit te Nijmegen. Ook was hij een gezaghebbend figuur in de Friesche beweging.
Dr Renward Brandstetter, professor aan de Kantonschule te Luzern,
was in Nederland bekend als een ernstig beoefenaar der Indonesische talen waarover hij verschillende studies publiceerde.
Dr R. Broersma was leeraar en journalist in Nederlandsch Indië. Zijne welbekende publicaties betreffen vooral gewesten van Nederlandsch Indië welke hij uit eigen aanschouwing en door eigen arbeid grondig kende.
Dr P.H. Damsté, die bijna 40 jaren lid onzer maatschappij was, heeft een grooten naam nagelaten als leeraar, als hoogleeraar en ook als beoefenaar van de roeisport. Zijn uitgaven van Sallustius en Curtius zijn welbekend, maar het zijn vooral zijn talrijke Latijnsche gedichten welke getuigen van een zeer bijzondere geesteshoogheid en dichterlijke begaafdheid.
Dr G. Horréus de Haas was een hooggewaardeerd predikant van de Ned. Herv. Kerk, uitblinkend als vertegenwoordiger van het vrijzinnige Christendom in Nederland en als schrijver van verschillende studies op maatschappelijk en zedekundig gebied.
Op zeer hoogen leeftijd overleed Dr M. Th. Houtsma oud-hoogleeraar in de Oostersche talen te Utrecht. In hem verliest Nederland een geleerde van internationale reputatie, wiens werken hem nog lang zullen overleven. Van de welbekende Encyclopaedie van den Islam heeft hij als hoofd-redacteur een zeer groot aandeel voor zijn rekening genomen.
Den 4den Juni van dit jaar overleed te Oegstgeest het eerelid onzer Maatschappij Dr Laurentius Knappert. Hij was Nederl. Herv. predikant te Dokkum en te Assen en van 1902-1933 hoogleeraar aan de Leidsche Universiteit vanwege de Nederl. Herv. Kerk. Hij schreef verschillende werken op het gebied der Nederlandsche Kerkgeschiedenis, welke door welverzorgde taal en stijl uitmunten. Ook zijne redevoeringen treffen door haar vorm en de innigheid zijner overtuiging. Voor onze Maatschappij was hij een zeer verdienstelijke lid; tot driemalen toe bekleedde hij met groote waardigheid het voorzitterschap.
Ons medelid Dr F.W.A. Korff was Nederl. Herv. predikant en later kerkelijk hoogleeraar te Leiden. Naast een tweedelig wetenschappelijk werk over Christologie heeft hij vele boeken en geschriften het licht doen zien welke in fraaie taal een warm getuigenis geven van zijn geloof en van zijn diepe belangstelling in het maatschappelijk leven.
Dr J.B. Manger, leeraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Purmerend was een welbekend historicus. Zoowel over onze vaderlandsche geschiedenis als over onderwerpen uit de algemeene geschiedenis en de internationale politiek heeft hij belangwekkende studies geschreven.
De Oostfriesche predikant Dr Heinrich Reimers heeft zich in Nederland bekend gemaakt vooral door zijne studie van en propaganda voor de volkstaal in Oostfriesland, waarin hij ook predikaties heeft uitgesproken.
Mejuffrouw Dr Johanna Snellen was te Arnhem een zeer geziene leerares. Hare grondige studies over Hadewijch en zuster Bertken verzekeren haar een blijvende plaats in de Nederlandsche wetenschap.
De Heer C. van Son heeft zich bij zijn leven zeer verdienstelijk gemaakt door zijn arbeid voor het Algemeen Nederlandsch Verbond.
Dr N.B. ten Haeff overleed na een kort hoogleeraarschap. Een groot deel van zijn leven en van zijn werkkracht heeft hij gewijd aan het onderwijs der Lycea en zich hierbij een welverdiende reputatie verworven. Zijn wetenschappelijke arbeid betrof vooral de geschiedenis van zijn vaderstad Utrecht.
Mejuffrouw C.M. Vissering, op 82-jarigen leeftijd overleden, heeft verschillende goedgeschreven reisbeschrijvingen het licht doen zien, waarvan enkele nog steeds gaarne gelezen worden.
De Heer P.D. de Vos is lange jaren archivaris van Zierikzee geweest en heeft over deze stad en het eiland Schouwen een menigte historische bijzonderheden gepubliceerd in boek- en tijdschriftvorm.
Ons Zweedsche medelid Prof. Dr E. Wadstein te Stockholm heeft werken van groote wetenschappelijke waarde gepubliceerd op het gebied der Germanistiek en Anglistiek; ook de studie van het Friesch had zijn belangstelling.
Met Dr F.C. Wieder is een Nederlandsch geleerde van zeer bijzondere beteekenis heengegaan. Hij heeft zich een groote en welverdiende reputatie verworven in Nederland en daarbuiten door zijn buitengewone kennis der cartographie, en zijn prachtige publicaties op dit gebied.
Zij allen zullen bij ons in goede herinnering blijven.
Onze secretaris zal U straks in zijn jaarverslag nadere bijzonderheden mededeelen betreffende de werkzaamheden onzer Maatschappij in het afgeloopen jaar.
Het zij mij vergund voor U hier te memoreeren dat het Jaarboek onzer Maatschappij als gewoonlijk heeft kunnen verschijnen, zij het dan onder een eenigszins gewijzigden titel. Ook verschenen dit jaar, bezorgd door de Commissie voor de Uitgaven, twee deelen van de groote reeks der Leidsche drukken en herdrukken uitgegeven vanwege de Maatschappij. Den afgetreden voorzitter dezer commissie Prof. Dr J. de Vries komt een
woord van hartelijken dank toe voor zijne voortvarendheid ten deze. Het waren de navolgende publicatiën:
1o Van de hand van Prof. Dr J.W. Muller de exegetische commentaar op zijn in 1941 verschenen 2de druk ‘Van den Vos Reinaerde’.
2o Het eerste deel van de Coornhertuitgave, tot stand gekomen met steun van de Nederlandsche Academie van Wetenschappen en wel ‘Zedekunst dat is Wellevenskunste’ uitgegeven en met aanteekeningen voorzien door Prof. Dr B. Becker.
Verdere werkplannen door Uw bestuur reeds in studie genomen, moesten wegens de bijzonder moeilijke omstandigheden voorloopig blijven rusten.
Zooals ik U reeds heb medegedeeld is onze voorzitter thans door invaliditeit verhinderd zijn plaats hier in te nemen. Als vooruitziend man had hij voor deze jaarvergadering intusschen reeds eenige beschouwingen over ‘vertalen’ bijeengebracht, welke hij U hier had willen voordragen. Ik heb gemeend naast andere werkzaamheden ook het voorlezen hiervan van hem te moeten overnemen. Op deze wijze zal het volgend Jaarboek onzer Maatschappij dan toch een bijdrage van zijne hand bevatten voor het vereenigingsjaar 1942-1943.