Op 1 April 1940 overleed op 69-jarige leeftijd plotseling te Kaapstad onze oud-landgenoot Frederik Rompel. Hij werd te Amsterdam op 7 Januari 1871 geboren. Met hem ging een alom in Zuid-Afrika bekende journalist heen, die gedurende een halve eeuw in zijn tweede vaderland een bijzondere plaats in de journalistiek heeft ingenomen.
Op 16-jarige leeftijd was zijn eerste gang op het journalistieke pad naar het kantoor van Pieter Jelles Troelstra, leider van de Sociaal-Democratische partij in Nederland, om deze behulpzaam te zijn bij het samenstellen van een politiek weekblad. Hij huwde te Amsterdam in 1895 met Martha Lea Koopman, in 1873 te Harlingen geboren, een zeer kunstzinnige en begaafde vrouw, die hem in Zuid-Afrika en te Dordrecht tot grote hulp is geweest.
In 1896 kwam hij in Pretoria in dienst van ‘Die Volksstem’ onder leiding van Dr F. Vredenrijk Engelenburg. De in die jaren tot de tweede vrijheidsoorlog van 1899-1902 opgedane ervaringen zijn hem later zeer te stade gekomen. Als verslaggever van de Volksraad is bij veel met president Krüger in aanraking gekomen en met tal van andere leidende personen in de republiek als generaal Joubert, die hij meermalen op vele reizen vergezelde. Van de conferentie tussen Krüger en sir Alfred Milner te Bloemfontein in 1899 was hij eveneens verslaggever. Door de Engelsen in October 1899 tijdens de tweede vrijheidsoorlog gevangen genomen, werd hij door hen naar Nederland uitgewezen of gedeporteerd. De Engelsen konden deze bekwame journalist missen. Zijn echtgenote had tijdens die oorlog een half jaar als verpleegster bij het Rode Kruis in de Oranje Vrijstaat dienst gedaan te Petersburg onder de geneesheren Dr Buning en Kerkhof. Rompels grote kennis van zaken en personen in Zuid-Afrika maakte hem, toen hij tijdens de vrijheidsoorlog in Nederland was teruggekeerd, tot een vraagbaak, zowel van de Nederlandse als van de buitenlandse pers. Aan tal van bladen verleende hij zijn medewerking. Toen president Krüger met de ‘Gelderland’ naar Europa kwam, was hij de aangewezen man om de president bij zijn aankomst te Marseille te begroeten. Tijdens diens verblijf in Nederland bleef hij voortdurend met hem en zijn gevolg in aanraking. In Dordrecht wonende, trad hij als directeur in dienst van het Perskantoor van het Algemeen Nederlandsch Verbond, door Dr H.J. Kiewiet de Jonge opgericht met
een kapitaal hem door een tot heden niet bekende gever ter hand gesteld. Aan dit perskantoor was tevens een inlichtingendienst verbonden, waarvan Rompel de leiding had en dat nog jaren lang na de Anglo-boerenoorlog over de wereld inlichtingen over het Zuidafrikaanse volk verspreidde.
Op uitnodiging van Dr Engelenburg keerde Rompel met zijn echtgenote in 1912 naar Zuid-Afrika terug en nu voor goed. Aan ‘Die Volksstem’ werd hij belast met de behandeling van buitenlandse aangelegenheden. Tijdens de eerste wereldoorlog verrichtte hij aan dit blad belangrijke journalistieke arbeid. Zijn uiteenzettingen deden het aantal lezers van ‘Die Volksstem’ in grote mate toenemen, maar waren niet steeds naar de zin van de Afrikaanse pers. Meer dan eens werden over hem klachten ingediend bij de overheid, maar Rompel ging onverschrokken voort. Na de oorlog vernam hij, dat hij meer dan eens op het punt gestaan had geïnterneerd te worden.
Op 1 Februari 1921 veranderde Rompel van woonplaats, toen hij tot technisch redacteur van ‘Die Burger’ te Kaapstad benoemd werd, met uitnodiging de redactie te reorganiseren. Met vaste hand voerde hij deze taak uit en droeg in hoge mate tot de bloei van dit blad bij. In 1928 legde hij deze functie neer om zich uitsluitend aan de rubriek buitenlandse zaken te wijden. Ook hier blonk hij, evenals bij ‘Die Volksstem’, uit. Toen het hem niet genoeg werk meer gaf, behandelde Rompel een rubriek Van Alle Kanten er bij (VAK), waarin hij op populaire wijze de lezers wist te boeien met allerlei berichten, waardoor hij de bijnaam van ‘Jan Snuffelaar’ kreeg. Ook in het bekende weekblad ‘Die Huisgenoot’ verschenen talrijke bijdragen van zijn hand.
Nadat zijn echtgenote hem op 30 October 1919 in Kaapstad ontvallen was, trad hij in 1920 voor de tweede maal in het huwelijk, met Anna Breek, een bekende Pretoriase. Zijn in Dordrecht geboren zoon uit het eerste huwelijk, Dr Hans Rompel, psychiater en thans een bekend journalist daarbij, heeft de voetstappen zijns vaders gedrukt. Uit zijn tweede huwelijk werden nog één zoon en vijf dochters geboren.
Lange tijd heeft Rompel de Zaterdagse inleidingsartikelen in zijn krant geschreven, waarin hij een beroep op de goede hoedanigheden van hart en ziel van de lezers deed. ‘'n Man wat dergelike wyse lessen kon skryf, moes self 'n goeie mens gewees het’, schrijft men in Zuid-Afrika. En dat was hij. Een eerste klas collega, levendig, beweeglijk, uitgesproken in zijn oordeel, waarbij hij niemand ontzag, maar steeds een vriend
en raadgever was. Zijn vrolijk humeur stak ieder bij de redactie aan, ieder kende zijn vrolijke, opgewekte stem en overal hoorde men zijn haastige stap in het redactiegebouw. Ochtend, middag en avond was hij aan de arbeid, die hij liefhad. Het terrein waarop hij zich bewoog, was uitgestrekt, maar hij gaf zelf de voorkeur aan het wereldgebeuren. Daarin was hij volkomen thuis. Hij kon daarover belangwekkende inlichtingen geven, mededelingen doen en critiek uitoefenen in zijn wekelijkse radiopraatjes, welke hij bijna tot zijn dood gehouden heeft.
Toen hij op 18 September 1937 een halve eeuw in de journalistiek gewerkt had, werd hij op 22 September gehuldigd, zowel door de redactie als door de Nederlandse gemeenschap. De leider der Nationale partij, tevens redacteur van ‘Die Burger’, Dr D.F. Malan, was daarbij tegenwoordig. De waarnemende Nederlandse consul, de heer A. Merens, leidde eveneens de huldiging van Rompels gouden jubileum, waarin de heer G.A. Leyds, de voorzitter van de afdeling Kaapstad van het Algemeen Nederlandsch Verbond, het woord voerde. Talrijke Nederlandse en Afrikaanse gasten, op de voorgrond tredende persoonlijkheden, namen aan die feestmaaltijd deel en huldigden hem, niet alleen omdat hij 50 jaar journalist was, maar tevens om zijn kennis, zijn werkkracht en zijn bescheidenheid.
Van zijn hand verschenen: ‘Helden in den Boerenoorlog’, dat in 1903 in drie talen verscheen; ‘Uit den Tweeden Vrijheidsoorlog’; ‘Eene studie in Proclamatie’; ‘Martinus Steyn’ (1902); ‘Gedenkschriften van Paul Krüger’, gedicteerd aan H.C. Bredell en Piet Grobler, door Rompel bewerkt. Van ‘De Eerste annexatie’ van Dr W.J. Leyds stelde hij de index samen. Jaren lang was hij, te Dordrecht wonende, correspondent van de Nieuwe Rotterdamse courant. In 1912 werd hij tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde gekozen. Wij mogen hier aanhalen wat ‘Die Burger’ schreef bij zijn overlijden: ‘Suid-Afrika is armer deur die afsterwe van 'n man wat as Hollander na ons kuste gekom, sy lewe in die toegewyde diens van syn aangenome vaderland en van die Afrikanervolk geslyt het. ‘Die Burger’ betreur die verlies van 'n getroue en skitterende redactielid. Sy kollegaas treur om die heengaan van 'n beminde kollega. Saam met die van 'n wye kring van vriende en bewonderaars van Frederik Rompel, gaan hul innige meegevoel uit tot die eggenote en kinders wat 'n voorbeeldige eggenoot en vader verloor het’.
Op weg naar zijn kantoor om zijn dagelijkse arbeid te verrichten,
zakte hij op straat inéén en gaf de geest. De 2de April 1940 verscheen nog het laatste artikel van zijn hand in ‘Die Burger’.
Op de 7de Juni 1940 werd zijn nagedachtenis gehuldigd in een speciale herdenkingsavond, georganiseerd door de A(frikaanse) T(aal) K(ultuur) V(ereeniging) van de Universiteit van de Witwatersrand te Johannesburg. De heer A.M. van Schoor, redacteur van ‘Die Brandwag’, sprak daarbij van de bijdrage van Rompel tot de opbouw van de Afrikaanse journalistiek, die hij tweeërlei noemde: ‘Ten eerste het hy deur sy onvergelykelike vorming van joernalistieke kragte 'n onverganklike stuwende krag vir die Afrikaanse joernalistiek geskep, en in die tweede plaas was sy eie tasbare bydrae daartoe - sy buitelandse oorsigte wat ongeëwenaard in die hele joernalistiek in Suid-Afrika is, sy hoofartikels en sy ‘Van Alle Kante’, in ‘Die Burger’ - van onskatbare betekenis’.
Fred. Oudschans Dentz