terug  begin  verderprepost
[p. 108]

P. Ludovicus Franciscus Daniëls, O.P.
(Nijmegen, 24 November 1885 - Amsterdam, 8 December 1951)

Franciscus Antonius Maria Daniëls werd geboren te Nijmegen de 24e November 1885. Hij stamde uit een gezin van veertien kinderen. Zijn vader, Petrus Jacobus Franciscus Daniëls dreef te Nijmegen een lederhandel. Hij was een vooruitstrevend en een voor zijn tijd ontwikkeld man en behartigde ook op velerlei gebied de sociale belangen zijner stadgenoten, zodat zijn naam nog met ere genoemd wordt in de verschillende stichtingen, die Nijmegen in dit opzicht rijk is. Jarenlang was hij bovendien wethouder der Gemeente en daarenboven geruime tijd plaatsvervangend Burgemeester.

Zijn moeder Joanna Maria Sengers was een bijzonder vrome vrouw met een merkwaardige belangstelling voor litteratuur en poëzie, terwijl zij tevens over een aantal hoedanigheden beschikte, waardoor zij diezelfde belangstelling ook bij haar kinderen wist op te wekken. Wij menen derhalve niet te ver van de waarheid af te zijn wanneer wij beweren, dat haar zoon Frans ook in dit opzicht veel aan zijn moeder te danken had.

Na zijn lagere studiën voltooid te hebben, ging de jonge Frans naar het Sint Dominicus College in zijn vaderstad, dat door de Paters Dominicanen ook heden nog bestuurd wordt. Hier bleek reeds spoedig zijn bijzondere belangstelling voor de Nederlandse Letteren en haar geschiedenis, een belangstelling welke nog bijzonder gestimuleerd werd door zijn leraar Matthaeus Nieuwbarn O.P., die al in de aanvang deze aanleg bij zijn leerling had ontdekt. Na beëindiging zijner gymnasiale studie, trad hij de 23e September 1903 op het voorbeeld van enkele zijner familieleden te Huissen (Gld.) in de Orde der Dominicanen of Predikbroeders en ontving daar met het habijt de kloosternaam Ludovicus.

De 23e September 1904 deed hij zijn kleine Professie, die hem voorgoed aan de Orde bond, waarna hij te Zwolle en vervolgens weer te Huissen onder de leiding van beproefde professoren met succes de wijsgerige en theologische studievakken volgde, en de 15e Augustus 1910 te Utrecht de Priesterwijding ontving.

Opvallend was echter, dat zijn liefde voor de geschiedenis der Nederlandse Letteren in deze studiejaren niet verloren ging, ja zelfs in geen enkel opzicht verminderde. Daarom zonden zijn Oversten hem in 1912 naar de Universiteit van Amsterdam. Na zes jaren aan deze Universiteit

[p. 109]

de Nederlandse Letteren bestudeerd te hebben, werd hij in 1920 benoemd aan het reeds genoemde Sint Dominicus College, waar hij met veel succes tot het jaar 1948 aan de wetenschappelijke opvoeding der jonge priester-candidaten zou meewerken. Eerst de 29e April 1932 promoveerde hij aan de Universiteit te Utrecht tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. Het proefschrift dat hij toen aan de faculteit presenteerde had tot onderwerp: ‘Meester Dirc van Delf, zijn persoon en zijn werk’.

Sedert geruime tijd was Dr Daniëls echter reeds met publiceren begonnen. In de loop der jaren waren van zijn hand verschillende bijdragen verschenen in tijdschriften als ‘De Katholiek’, ‘Van onzen tijd’, ‘Studia Catholica’ en in dagbladen als ‘De Maasbode’, ‘De Tijd’ en ‘De Gelderlander’, terwijl er later verschillende studies volgen zouden in: ‘Ons Geestelijk Erf’, waarvan hij sedert 1937 redacteur voor Nederland was.

Wij geven tot slot een overzicht van zijn voornaamste publicaties. In 1939 verscheen zijn m.i. knapste en meest omvattende uitgave ‘Tafel van den kersten ghelove door Mr Dirc van Delf, naar de handschriften uitgegeven in vier delen’. In hetzelfde jaar het ‘Stabat Mater’ in het oorspronkelijk Latijn en de vertalingen van een middelnederlandse dichter en Joost van den Vondel. In 1941: ‘De weg van den mens, gedachten van Ruusbroec, samengelezen, in nieuwe taal overgebracht en ingeleid’. In 1942: ‘Een Abel spel van Lanseloot van Denemarken’. In 1945: ‘Het lied van den Vrede, een bundel gedichten voor onze Tijd, bijeengebracht en ingeleid’. In 1949 gaf hij uit: ‘De spieghel der menschelijker Behoudenesse, de middelnederlandsche vertaling van het ‘Speculum humanae Salvationis’ naar het handschrift uitgegeven, ingeleid en toegelicht’. Tenslotte verscheen als herinnering aan zijn veertigjarig Priesterjubileum in 1950: ‘Het Boekje der Eeuwige Wijsheid van Heinrich Seuse O.P.’.

Dr Daniëls bezat een onvermoeide werklust, die hem de kracht gaf zich met onuitputtelijk geduld toe te leggen op de uitgave van middelnederlandse teksten, waardoor hij zich bijzondere verdiensten verwierf, voor de geschiedenis der Nederlandse Letteren, meer speciaal nog voor de geschiedenis van de Nederlandse Vroomheid.

Hij overleed te Amsterdam de 8e December 1951. Behalve lid van het Thijmgenootschap en het Historisch Genootschap, was hij sedert 1947 eveneens lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

 

Dr C.H. Lambermond O.P.

prepostterug  begin  verder