VIII. Alvorens over te gaan tot het voorstel tot benoeming van een ere-lid leest de voorzitter het volgende voorstel betreffende het bibliothecariaat van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde voor:
Het bestuur stelt voor de vervulling van de vacature voor het bibliothecariaat als volgt te doen plaats hebben:
De functie zal worden waargenomen door Dr Kessen, bibliothecaris van de Rijksuniversiteit, met inachtneming van art. 35 der Wet, waardoor een personele unie zal ontstaan. Deze personele unie is bevorderlijk voor de gang van zaken:
1. Vereenvoudiging der administratie. Een der journalen voor de boeken en twee voor de tijdschriften komen te vervallen. De twee journalen voor de tijdschriften worden vervangen door één enkel kaartsysteem. Snelle afdoening der zaken. Mogelijk wordt wellicht om betere voorwaarden voor aankoop te verkrijgen. Coördinatie van aankopen met die der Univ. Bibliotheek.
2. Intensivering en coördinatie van het ruilverkeer met dat der Univ. Bibliotheek. Doublures worden vermeden.
3. Boeken en tijdschriften worden direct beschikbaar gesteld voor het
publiek. Voor één dag kunnen zij uit de circulatie worden genomen om op de maandvergadering ter inzage te liggen.
4. Salaris komt te vervallen en komt ten voordele van de bibliotheek. Douceur voor de subalterne ambtenaar der bibliotheek, die zich met de administratie belasten zal.
In verband hiermede heeft het bestuur het noodzakelijk gevonden, dat aan de Commissie voor de Bibliotheek een ruimere taak zal worden opgedragen. De Commissie zal in het vervolg bestaan uit vier leden, verkozen door het bestuur. De keuze der leden geschiedt in overeenstemming met de gebieden, die de bibliotheek bestrijkt: taalkunde, literatuurgeschiedenis, cultuurgeschiedenis en belletrie.
De Commissie vergadert minstens 2 × 's jaars met de bibliothecaris, onder voorzitterschap van een der leden.
De bibliothecaris zendt geruime tijd voor de vergaderingen aan alle commissieleden een gedetailleerd verslag van zijn aankopen en transacties.
Behalve de bibliothecaris is de Commissie in haar vergadering gerechtigd tot het doen van aankopen. Overigens hebben de leden der Commissie alleen recht van advies. Voor aankopen van boven de ƒ 100.- voor één boek of handschrift is toestemming vereist van de meerderheid in de Commissie.
De voorzitter wijst vervolgens de Vergadering erop, dat de heer Van Rijnbach voor de laatste maal zijn verslag voorgelezen heeft. Drie-en-twintig jaar is hij bibliothecaris geweest en heeft hij in zijn weinig spectaculaire positie in alle stilte een enorme hoeveelheid werk verricht, waarvoor de Maatschappij hem grote dank verschuldigd is. Het is daarom, dat het bestuur de Vergadering voorstelt, de heer Van Rijnbach tot ere-lid te benoemen. Nadat de aanwezigen door een luid applaus van hun instemming met dit voorstel blijk hebben gegeven, dankt de heer Van Rijnbach de Vergadering ontroerd voor deze eervolle benoeming, die hij als kroon op zijn werk beschouwt.