Alvorens de heer De Buck het woord te geven voor de lezing van het verslag van de staat der Afdeling voor de drie Noordelijke Provinciën gedurende het jaar 1952/1953, spreekt de voorzitter een woord van dank aan de secretaris, die na een ambtsperiode van acht jaar overeenkomstig art. 25 der Wet verplicht is af te treden.
III. Gedurende dit verenigingsjaar was het bestuur als volgt samengesteld: Voorzitter Dr H. de Buck te Groningen, secretaresse Mevrouw Dr M. Hartgerink-Koomans, penningmeester Dr C.J. Guibal te Leeuwarden, assessor Dr G. Das te Emmen.
In dit jaar vond eindelijk het lang-verbeide bezoek van voorzitter en secretaris der Algemeene Maatschappij plaats. Hun tegenwoordigheid luisterde op 11 October de eerste samenkomst van het seizoen op, waar Prof. Dr G. van Es een causerie hield over het werk van het Groninger bureau voor dialectonderzoek. Na afloop werden de beide hangende kwesties met de twee Hollandse heren besproken door uw voorzitter en secretaresse - de andere bestuursleden waren helaas verhinderd aanwezig te zijn. Naar aanleiding van die besprekingen zijn vervolgens door het bestuur der noordelijke afdeling voorstellen ingediend om de financiële verhouding en de samenwerking in de diverse commissies der Maatschappij te regelen. Deze voorstellen vonden bij het dagelijks bestuur geen onwelwillend gehoor. Onze voorzitter woonde de bestuursvergaderingen te Leiden bij, waar ze zijn behandeld; met slechts zeer geringe wijzigingen zullen ze in Juni aan de ledenvergadering worden voorgelegd en we hebben alle hoop, dat ze daar tot wet zullen worden verheven.
Het is misschien niet ondienstig hier in herinnering te brengen, dat Prof. van Es sinds jaren lid is van de Commissie voor Taal en Letterkunde en dat in het afgelopen jaar Dr Geers werd uitgenodigd zitting te nemen in de commissie ad hoc, die belast is met de toekenning van de Dr Wynaendts Francken-prijs, gelijk bij een vroegere gelegenheid Dr de Buck.
In October bereikte het bestuur der afdeling een verzoek om mede te werken aan een Couperus-herdenking te Groningen. Deze werd georganiseerd in samenwerking met de Noordelijke Gemeenschap van Kunstenaars en de boekhandel Scholtens. Op 22 November traden in Restaurant
Riche de heren Garmt Stuiveling en Albert Vogel Jr op voor een talrijk gehoor. De administratie van deze zeer geslaagde bijeenkomst heeft geheel in de handen van de firma Scholtens gelegen, die ook het leeuwendeel van de kosten voor haar rekening heeft genomen. In een zijzaaltje was een kleine tentoonstelling van Couperus-uitgaven ingericht.
In verband met deze herdenking was de gewone November-vergadering uitgevallen; het bestuur heeft daarom gebruik gemaakt van de ten vorigen jare verleende bevoegdheid om in December naar omstandigheden al of niet een ledenvergadering uit te schrijven. Ditmaal was daartoe alle aanleiding en zo heeft op 13 December Dr Sierksma, als invaller, gesproken over Arthur Koestler. Een meer omvattende lezing, die Dr Sierksma voor een later tijdstip had toegezegd, ligt nog in het vooruitzicht.
In Januari werd de maandelijkse vergadering in Leeuwarden gehouden. Zij was zeer slecht bezocht. Daarom heeft het bestuur Dr Kok uitgenodigd zijn zeer belangwekkende voordracht in het komende seizoen nog een maal te willen houden en dan op een bijeenkomst te Groningen. De spreker heeft daarin toegestemd.
De vergadering van 12 Februari te Groningen heeft ten gevolge van de weersgesteldheid op die dag een ietwat bijzonder karakter gedragen. De bus, waarmee de spreker, Dr G. Das, uit Emmen zou komen, bleef in de sneeuw steken. Gelukkig verklaarde zich Ds Smits, die mede aanwezig was, bereid in te springen met een causerie over Geestelijk leven ten platten lande, zodat de leden, die storm en sneeuw hadden getrotseerd om ter vergadering te komen, niet onbevredigd naar huis behoefden terug te keren.
Op 14 Maart sprak Mejuffrouw Dr C.W. Roldanus over De achtergronden van Oudaen's Servetus.
Na het huishoudelijk gedeelte van de jaarvergadering, sprak op 11 April Mevrouw Dr Hartgerink over Verkeersbehoeften en spoorwegplannen in het midden der negentiende eeuw.
Aan de op 17 en 18 April te houden Academie-dagen te Assen, werd ditmaal door ons alleen medewerking verleend door onze leden een convocatie te zenden.
In 1952 heeft de noordelijke afdeling weer de teleurstellende ervaring gehad, dat van de door haar leden voorgestelde candidaten niemand tot het lidmaatschap der Maatschappij werd toegelaten. Toch werd onze kring verrijkt met Professor Beyen, van elders overgekomen; door ver-
huizing verloren we daarentegen de leden, de heren Bezoen en Keiser; bedankt heeft de heer Folkertsma; zodat de afdeling in dit verenigingsjaar uit 71 leden heeft bestaan.