terug  begin  verder

Na deze rede stelt de voorzitter, mede gezien de afwezigheid van de secretaris, voor, het jaarverslag ter visie te leggen. De vergadering gaat hiermede accord. Dit verslag luidde als volgt:

II. Verslag van de secretaris

Het aantal gewone leden bedroeg op 26 juni 1959 1024, waarvan 248 buitenlandse. Sedert de jaarvergadering van 12 juli 1958 ontvielen ons door de dood 22 leden, terwijl 13 leden in de loop van het jaar hebben bedankt, t.w. de dames Augustin en Willeumier-Schalij en de heren Daalder, Van der Grinten, Hellinga, Hertzberg, Hofstra (S.), Rassers, Stols, Unger, Vente en Wiersma (K. en W.). De 25 nieuwe leden door de jaarvergadering van 12 juli gekozen, hebben allen hun benoeming aanvaard. Krachtens art. 15 der Wet heeft het Bestuur in het afgelopen verenigingsjaar 13 leden benoemd, t.w. Mej. Gottschalk en de heren Breen, Gerlo, Huffnagel, Van Hulzen, Kolff, Lievens, Lousse, Schoeman, Thewissen, Van der Velde, Willems en Zwaan.

Volgens het besluit van de jaarvergadering werden de plaatsen van de aftredende bestuursleden Hugenholtz, Juynboll en Rüter ingenomen door de heren Brunsting, Pelinck en Fockema Andreae. Dezelfde vergadering koos de heer Bomhoff als opvolger van de heer Bouman tot voorzitter. Het Bestuur vond de heer Kamphuis bereid het vice-voorzitterschap, dat hierdoor open kwam te vallen, op zich te nemen. Nu naar alle waarschijnlijkheid voor het laatste jaar de Maatschappij voor haar bestuursvergaderingen gastvrijheid heeft genoten in de universiteitsbibliotheek en zij weldra weer over een eigen home hoopt te beschikken, wenst het Bestuur uiting te geven aan zijn gevoelens van grote dankbaarheid jegens de bibliothecaris, de heer Kessen, die in zijn kwaliteit van bibliothecaris der universiteitsbiliotheek zijn eigen kamer gedurende een reeks van jaren ter beschikking heeft gesteld en ook aan de vaste commissies op de meest welwillende wijze vergaderruimte in het bibliotheekgebouw heeft geboden.

[p. 152]

Als vertegenwoordiger van de Maatschappij in het bestuur van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum is in de vacature ontstaan door tussentijds bedanken van de heer Lieftinck voorzien door de benoeming van de heer F. Kossmann. De heer Kossmann heeft zich bereid verklaard van tijd tot tijd aan het bestuur verslag te doen van het in de vergaderingen van het bestuur van het Letterkundig Museum verhandelde. Naar aanleiding van deze benoeming is in de boezem van het bestuur de wens te kennen gegeven, dat allen die hetzij uit het bestuur zelf of daarbuiten worden aangewezen als vertegenwoordigers van de Maatschappij in andere besturen of in commissies, de Maatschappij op de hoogte zullen houden of zelfs in bepaalde gevallen overleg zullen plegen ten aanzien van door die besturen of commissies te nemen of genomen besluiten. Bovendien wordt overwogen aan de vertegenwoordiging van de Maatschappij in andere lichamen in de toekomst de voorwaarde te verbinden het mandaat ter beschikking te stellen, zodra men geen deel meer van het bestuur der Maatschappij mocht uitmaken.

Moest de secretaris in zijn verslag over het verenigingsjaar 1957-'58 de jaarvergadering in kennis stellen van de ernstige financiële moeilijkheden, waardoor niet alleen de ontplooiing van eventuele nieuwe activiteiten, maar zelfs ook de handhaving van de bestaande niet meer mogelijk dreigden te worden, thans is hij zo gelukkig te kunnen mededelen, dat de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen de Maatschappij voor het jaar 1959 een subsidie heeft toegekend tot een maximum van f. 6000.-. Bovendien heeft de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-wetenschappelijk Onderzoek speciaal ten behoeve van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, voor hetzelfde jaar 1959 een bedrag van f. 1750.- gevoteerd, waardoor het voortbestaan van dit tijdschrift, althans voor 1959, is verzekerd. De in het vorige jaarverslag aangekondigde maatregelen met betrekking tot het Tijdschrift en het Jaarboek kunnen dank zij deze subsidies gelukkig achterwege blijven. De omvang van het Jaarboek zal in plaats van ingekrompen thans zelfs uitgebreid kunnen worden en wel, volgens idealen reeds lang in de boezem van het bestuur gekoesterd en in de Vernieuwingscommissie naar voren gebracht, met het opnemen van daarvoor geschikt geachte voordrachten op de algemene maandvergaderingen en de vergaderingen van de vaste commissies gehouden. Behalve o.a. ter wederinrichting van een eigen home, dat indertijd om financiële redenen

[p. 153]

moest worden prijsgegeven, ter honorering van de sprekers op de algemene maandelijkse vergaderingen en ter verhoging van de prijs voor Meesterschap, stelt het verleende Rijkssubsidie de Maatschappij in staat het jaarlijks voor de aankoop van nieuwe boeken ten behoeve van de bibliotheek uitgetrokken bedrag aanmerkelijk te verhogen.

De precaire financiële situatie, die nog in het vorige verenigingsjaar mede aanleiding gaf tot de overweging het aantal maandelijkse vergaderingen te beperken, behoeft thans op eventuele besluiten dienaangaande geen invloed meer te oefenen. Andere redenen, zoals de geringe opkomst der leden, schijnen thans niet meer zo overtuigend. Weliswaar blijft een gemiddelde van 19 of 20 leden kwantitatief onbevredigend - het kan nauwelijks ten bewijs strekken van het minimum aan belangstelling, dat van de leden mag worden verwacht - , kwalitatief, d.w.z. gezien de omstandigheid dat de sprekers in de laatste jaren in toenemende mate op een gekwalificeerd gehoor kunnen rekenen, schenkt het alleszins voldoening. Stimulering van het wetenschappelijk onderzoek, dat juist door de gedachtenwisseling met vakgenoten, waarvoor ruimschoots gelegenheid wordt geboden, in hoge mate wordt bevorderd, is immers het oorspronkelijke en nog altijd geldende doel van onze algemene maandvergaderingen. Er werden er dit jaar 7 gehouden en wel in de maanden oktober en november 1958 en de maanden januari tot en met mei 1959. Sprekers waren Dr. B. Becker over ‘Marnix door spiritualisten bestreden’, Dr. J.M.A.F. Smits van Waesberghe over ‘De verstechniek van het Middeleeuwse lied in latijn en volkstaal (ca. 800-1250) naar aanleiding van de jongste resultaten van de muziekwetenschap’, Dr. S. Dresden over ‘De literatuur en ‘het vreemde’’, Dr. H.T. Waterbolk over ‘De voor-Romeinse IJzertijd in Noord-Nederland’, Dr. P. Paardekooper over ‘Enkele grondbegrippen en grondregels van de Syntaxis’, André Demedts over ‘De Vlaamse literatuur na 1944’ en Dr. J.J. Mak over ‘Heilige en onheilige dronkenschap in de Middeleeuwen’. Het aantal aanwezige leden varieerde van 16 tot 21 met een gemiddelde van bijna 20. De november- en december-vergaderingen werden gehouden in de bovenzaal van Restaurant ‘De Doelen’, die van januari tot en met mei in het Snouck Hurgronjehuis.

Ofschoon de acute financiële nood van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde door het reeds gememoreerde Z.W.O.-subsidie is opgeheven, bleef de wens naar normalisatie van de betrekkingen tussen het bestuur en de commissie voor taal- en letterkunde leven.

[p. 154]

Op initiatief van het bestuur werd daarom een vergadering belegd van gedelegeerden uit het bestuur en uit de commissie op 5 maart van dit jaar, teneinde in een open gesprek tot uitwisseling te komen van gedachten en idealen, die wederzijds gekoesterd worden en eventuele misverstanden uit de weg te ruimen.

Van de activiteiten van de Maatschappij naar buiten gedurende het afgelopen verenigingsjaar mogen hier worden vermeld de aanwezigheid van voorzitter en secretaris bij de uitreiking van de Constantijn Huygens-prijs aan Dr. Victor E.v. Vriesland en de Vijverbergprijs aan Mevr. Minco op 1 december 1958, die van de secretaris bij het jubileum van de heer J.C. Winterink, directeur van de Wereldbibliotheek, op 8 november 1958, van de vice-voorzitter bij de opening van de tentoonstelling Willem Kloos te 's-Gravenhage op 6 mei 1959, van de heer Moormann, voorzitter van de Z.O. tak en gedelegeerde van die afdeling in het bestuur, bij de plechtige viering van het zevende lustrum van de R.K. Universiteit te Nijmegen en van de heer Meertens op het Naamkundecongres te München. Voorts heeft de voorzitter de traditie getrouw zitting genomen in het Comité ter voorbereiding van de Boekenweek en de Maatschappij vertegenwoordigd op het Vlaamse Filologencongres te Brussel van 1-3 april van dit jaar. Voorzitter en secretaris hebben beiden het bestuur bij onderscheiden gelegenheden gezamenlijk vertegenwoordigd. Zo - met de heer Bouman - bij de persoonlijke overhandiging van een 30-tal boeken als geschenk van de Zuidafrikaanse Regering door de ambassadeur van de Unie van Zuid-Afrika, Z. Excell. Dr. Gilhuys op 23 april 1959. Beiden zijn ook toegetreden tot het landelijke comité Perk-herdenking, de voorzitter tevens tot het huldigingscomité Bakhuizen van den Brink in verband met diens 25-jarig professoraat. Als vertegenwoordiger van de Maatschappij woonde de secretaris de jaarvergaderingen bij van de Nederlands Zuidafrikaanse Vereniging en van de Vereniging van Letterkundigen.

Terwijl het contact met Zuid-Afrika, dank zij wederom de toewijding van onze vertegenwoordiger, de heer Fr. Oudschans Dentz, van dezelfde aangename aard bleef - een woord van bijzondere dank is hier nog op zijn plaats voor de opgave van de juiste adressen der Zuidafrikaanse leden in verband met het drukken van de nieuwe ledenlijst, waartoe ook de Nederlands Zuidafrikaanse Vereniging een waardevolle bijdrage heeft geleverd - beperkte zich het contact met de Commissie ter behartiging van de Belgische leden tot een correspondentie over een

[p. 155]

mogelijke uitwisseling van sprekers. Gelukkig kan daarnaast melding worden gemaakt van de activiteit van de heer Mariën, cultureel attaché van de Belgische Ambassade, dank zij wiens bemiddeling de Maatschappij dit jaar weer eens een Belg, namelijk André Demedts, op een van haar maandvergaderingen mocht horen spreken.

Gaarne brengt het bestuur hier openlijk dank aan allen, die dit jaar traditionele of ontraditionele bijdragen hebben geleverd tot verwezenlijking van de doelstelling der Maatschappij. Allereerst komen hier in onze gedachten de besturen van de takken en de leden van de vaste commissies. Daarnaast dankt het bestuur ook de sprekers op de maandvergaderingen en bepaaldelijk voor het wat afgelopen jaar betreft, de commissie van advies ter toekenning van de Wijnanedts Francken-prijs 1959. Het bestuur betreurt het het door deze Commissie uitgebrachte advies niet te hebben kunnen volgen. Het behoeft niet gezegd, dat het bestuur het nieuwe verenigingsjaar met opgewektheid tegemoetgaat, nu het dank zij het toegekende Rijkssubsidie weet, dat het streven naar herstel en vernieuwing reeds zoveel jaren door financiëel onvermogen gefrustreerd, geen wensdroom meer behoeft te blijven.

terug  begin  verder