terug  begin  verder
[p. 197]

Bijlage II Rapport van de jury voor de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1974

De jury voor de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1974 heeft met algemene stemmen besloten aan de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde als candidaat voor deze prijs Frank Martinus Arion voor te dragen en wel ter bekroning van zijn in 1973 verschenen roman Dubbelspel.

Arion werd 17 december 1936 op Curaçao geboren, doorliep daar de middelbare school en kwam in 1955 naar Nederland. Hij deed staatsexamen in Den Haag en studeerde Nederlandse letteren te Leiden. Sinds 1971 is hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde in 1968 een dichtbundel Stemmen uit Afrika in de Antilliaanse Cahiers en debuteerde vorig jaar als romanschrijver.

Dubbelspel, een lijvige roman, speelt op Curaçao en de personages zijn negers die Papiamento met elkaar spreken. Arion, die zich op Nederland en het Nederlands heeft georiënteerd, toont zich, schrijvend over Curaçao, zowel ingewijde als buitenstaander. Hij blijkt een uitmuntend verteller, die met groot gemak zijn personen laat praten, handelen, denken en dromen en met zwier alles meedeelt over hun zeden en gewoonten. Hij schildert een samenleving met veel humor en ook met veel kritiek, welke samenleving de lezer niet alleen van buitenaf leert kennen, maar ook en vooral van binnen uit, doordat het verhaal hem volkomen vertrouwd maakt met de denk- en handelwijze van de hoofdfiguren.

Het verhaal is toegespitst op één scène, een partij domino tijdens een lange zondagmiddag. Alles wat over het eiland en de mensen op het eiland te vertellen is, vindt zijn centrum in dat dominospel. Al mag deze constructie misschien wat geforceerd aandoen en meer geschikt lijken voor een novelle dan voor een roman van 365 bladzijden, Arion slaagt er niettemin in hiermee een ongebroken spanning op te roepen en is bovendien geestig genoeg om zijn eigen opzet enigszins te relativeren.

Vier mannen spelen domino: Boeboe Fiel, een sympathieke, genotzuchtige taxichauffeur, Manchi, een gerechtsdeurwaarder die een groot eigen huis heeft gebouwd en droomt van een rechterszetel en verder de twee vrijgezellen Chamon, een huisjesmelker van de Bovenwindse Eilanden en Janchi, de ex-zeeman en arbeider die zijn huis nooit heeft afgebouwd. Fiel weet niet dat Chamon zo nu en dan met zijn vrouw Nora naar bed gaat en Manchi weet evenmin dat Janchi een verhouding heeft met zijn vrouw

[p. 198]

Solema. De vier mannen weten eigenlijk niets van elkaar, maar zij wantrouwen elkaar wel, ze zitten daar erg vriendschappelijk en fel gewapend onder de tamarindeboom te spelen, te praten en rum te drinken.

De vier mannen zijn typisch, in die zin dat de twee bedrogen echtgenoten, Fiel en Manchi - ook de verliezers in het dominospel - en de twee minnaars, Chamon en Janchi, vier verschillende houdingen tegenover de politieke oplossing van de sociale problemen der eilandbewoners vertegenwoordigen. Fiel is de spontaan agerende, die ongewild op de nominatie staat tot vakbondsleider te worden uitgeroepen, Manchi, die de blanken naar de kroon wil steken, toont zich een reactionair voorstander van recht en orde, de scharrelaar Chamon is een kleine kapitalist en Janchi de man die een uitkomst ziet in de eigen productiviteit van de Curaçaoenaars.

De verliezers in het spel verliezen ook in het leven, Fiel wordt gedood in zijn gevecht met Chamon Nicholas en Manchi pleegt zelfmoord. De eigenlijke overwinnaars zijn Janchi en Solema en deze laatste is de heldin van het verhaal. Overtuigd feministe en socialiste weet zij zich aan de vernedering van haar leven met Manchi te onttrekken. Aan het eind van het verhaal heeft zij zich bij Janchi gevoegd en op haar initiatief sticht hij de Coöperatieve Meubelfabriek Solema.

Arion is erin geslaagd de vier mannen en de twee vrouwen en ook de gemeenschap waarvan zij deel uitmaken, heel levendig uit te beelden en ondanks of dankzij uitweidingen, vertragingen, onderbrekingen de spanning op te voeren. Vooral de kinderlijke Boeboe Fiel, de pretentieuze zichzelf zielig bedriegende Manchi en de dienstbare vrouw Nora krijgen in de roman een duidelijke gestalte.

De ingenieuze opzet van Dubbelspel en de verteltrant zijn waarschijnlijk meer geïnspireerd door de Latijns-Amerikaanse dan door de Nederlandse literatuur. Binnen onze letterkunde is Dubbelspel, juist daardoor misschien, een voortreffelijke prestatie en een bekroning ten volle waard.

 

De Commissie voor schone letteren, (w.g.) H.C. ten Berge; dr. J.P. Guépin; Alfred Kossmann; Gerrit Kouwenaar; W.A.M. de Moor; Huub Oosterhuis.

terug  begin  verder