terug  begin  verder
[p. 202]

Aanbevelingen van de conferentie Den Treek 8-9 november 1975 aan het bestuur

De conferentie heeft er kennis van genomen dat het bestuur voornemens is de aanbevelingen van deze conferentie voor zover zij betrekking hebben op de werkzaamheden van commissies eerst aan die commissies voor te leggen alvorens hierover nader te beslissen.

 

1. Waar nodig en mogelijk dient de openheid bij de activiteiten van de Maatschappij te worden bevorderd en dient intensivering van de onderlinge contacten tussen alle geledingen van de Maatschappij te worden nagestreefd.

 

2. In verband met het voorgaande beveelt de conferentie aan alle leden van de Maatschappij door middel van een Nieuwsbrief voor te lichten over de activiteiten van de Maatschappij en haar organen.

 

3. De Commissies voor geschied- en oudheidkunde, taal- en letterkunde en schone letteren (verder Hoofdcommissies te noemen) dienen erop gericht te zijn thema's te behandelen die niet uitsluitend op de eigen disciplines betrekking hebben maar die ook mogelijkheid bieden op onderlinge uitwisseling.

 

4. De taak van de Commissie voor schone letteren dient te worden verruimd. Hierbij wordt gedacht aan het vergaren en selecteren van kopij voor publikaties van de Maatschappij, en aan het adviseren van het bestuur inzake onderwerpen voor bijeenkomsten en vergelijkbare manifestaties die het bovengenoemde contact kunnen bevorderen.

 

5. Bij dit alles dient in het oog te worden gehouden dat de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zich niet exclusief opstelt maar in breder kring van de Nederlandse samenleving dient te functioneren.

 

6. De conferentie beveelt aan dat de Hoofdcommissies en Afdelingen behalve van de reeds bestaande mogelijkheid tot het stellen van kandidaten voor de verkiezingen, ook gebruik maakt van de mogelijkheid om kandidaten te stellen voor de benoeming door het bestuur.

Dit laatste hangt vooral samen met de wens om ook jongere veelbelovende kandidaten in aanmerking te doen komen voor het lidmaatschap.

 

7. De Maatschappij dient het initiatief te nemen tot het oprichten van Werkgroepen, bijvoorbeeld op het gebied van de negentiende en/of twintigste eeuw.

[p. 203]

8. De Maatschappij dient een meer bijzonder karakter te geven aan de uitreiking van haar prijzen, waarbij gedacht kan worden aan inschakeling van de Hoofdcommissies, casu quo de commissies van toekenning. De uitreiking behoeft niet, zoals tot dusverre, in Leiden plaats te hebben.

Deze wijziging mag evenwel geen afbreuk doen aan karakter en gehalte van de jaarvergadering.

 

9. De Maatschappij dient vooral in die jaren waarin weinig van de door haar toe te kennen prijzen vallen, door middel van een bijzondere manifestatie van haar activiteiten blijk te geven.

 

10. In bovengenoemde Nieuwsbrief dienen mededelingen te worden opgenomen betreffende de bibliotheek van de Maatschappij waardoor de leden geïnformeerd kunnen blijven over de collecties en waarin ook een beroep op de leden kan worden gedaan om aan de collectievorming mee te werken.

 

11. In die Nieuwsbrief kan ook een overzicht worden gepubliceerd over de richtlijnen waarnaar de bibliotheek aanschaft.

 

12. De Maatschappij dient op zo kort mogelijke termijn tot oprichting te komen van het in 1971 voorgestelde Wetenschappelijke Bureau voor tekstedities. Daarbij is een nauwe ruimtelijke relatie met de in de bibliotheek aanwezige collecties (met name handschriften) noodzakelijk.

 

13. Het bestuur dient maatregelen te nemen teneinde de continuïteit van het Jaarboek te waarborgen.

 

14. Uit de conferentie is de wens naar voren gekomen in het Jaarboek ook bijdragen van creatieve kunstenaars op te nemen en verder te bevorderen dat wetenschappelijke bijdragen van middelgrote omvang, die in tijdschriften geen ruimte kunnen vinden, in het Jaarboek worden opgenomen. Deze kunnen daarnaast ook wel afzonderlijk verschijnen.

 

15. De conferentie constateert dat bij het uitgeven vanwege de Maatschappij van het Leidse Tijdschrift de Commissie voor de publikaties niet betrokken blijkt te zijn en verzoekt het bestuur hierover een standpunt te formuleren.

 

16. Het bestuur wordt aanbevolen de criteria ten aanzien van het rekruteren van leden op schrift te stellen.

terug  begin  verder