De Commissie vergaderde vijf maal. Op de vergaderingen werden de volgende voordrachten gehouden:
24 oktober: De heer Braat over de archeologie in Nederland sedert de oprichting van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.
27 november: De heer Gumbert over Egmond, de heer Roorda over een voetnoot van Japikse betreffende Willem iii als eerste edele van Zeeland en de heer Boeren over handschriften in het Museum Meermanno-Westreenianum.
22 januari: De heer Lieftinck over de genealogie van Lambert van Sint Omaers en de heer Bruyn over een opmerking in het boek van David, The british shipping in the 17th and 18th century.
26 februari: De heer Wessling over de deling van Afrika op de conferentie van Berlijn in 1884-1885 en de heer Bakhuizen van den Brink over een
sonnet van Wessel van de Boetzelaer, dat mevrouw Hulshoff Pol ten onrechte aan de weduwe van Marnix van Sint Aldegonde had toegeschreven. 25 maart: De heer Van Dorsten over de relatie in het einde der zestiende eeuw tussen de opvattingen over de godsdienst en de opkomende natuurwetenschappen en de heer De Bruin over Vincent van Beauvais en zijn Speculum Maius.
De Commissie was in 1975-1976 als volgt samengesteld: voorzitter: dr. C.C. de Bruin; secretaris: dr. W.C. Braat; leden: dr. L. Brummel, dr. J.R. Bruyn, dr. P.F.J. Obbema, dr. I. Schöffer, dr. H.L. Wesseling en dr. J.J. Woltjer.