In het afgelopen verenigingsjaar werden zes maandvergaderingen gehouden, waarvan de laatste - in april - tevens de jaarvergadering was. De novembervergadering was de traditionele vergadering ook toegankelijk voor studenten en scholieren, die in groten getale van hun belangstelling blijk gaven voor de lezing over en voordracht uit eigen werk door Anton Koolhaas. Op de overige bijeenkomsten waren sprekers en onderwerp achtereenvolgens:
dr. I. Lipschits, Het gesubsidieerde onderzoek naar de ontwikkeling van de Nederlandse politieke partijen;
R.A. Ebeling: Van Janssen tot Potjewijd (familienaamkunde in Nederland);
dr. F.A.H. van den Hombergh, Een voetreis naar Rome Anno 1500 (over de onlangs ontdekte oudste Nederlandse vertaling van der Mirabelia Romae);
dr. Th. P. van Baaren, Religieuze ervaring;
H.R.P. Leferink, Een onderzoek van Nederlands proza tussen 1918 en 1940, of: Waarom is het schrijven van literatuurgeschiedenis tegenwoordig zo moeilijk?
De belangstelling der leden voor deze vergaderingen en sprekers mocht redelijk genoemd worden.
Het ledenbestand onderging enige wijzigingen: dr. A.J. Visser ontviel ons door de dood; buiten de regio ging wonen dr. H.F.A. van der Lubbe, terwijl zich daarbinnen vestigde dr. F. Lulofs; dr. L. Loosen s.j. bedankte als lid; ter jaarvergadering te Leiden werd dr. J.U. Terpstra tot lid gekozen. Zo telt de Afdeling thans 93 leden. Met zijn promotie tot doctor in de letteren, respectievelijk het ontvangen van de Poëzie-prijs van de stad Amsterdam werd namens de Afdeling door het bestuur gecomplimenteerd dr. C. Boschma, en Rutger Kopland (dr. R.H. van den Hoofdakker).
Het bestuur bestond uit: voorzitter dr. J.A.G. Tans, secretaris dr. P.E.L. Verkuyl, penningmeester A. Westers, assessor dr. C. Boschma.