terug  begin  verder
[p. 151]

Bijlage I Rapport van de jury voor de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1977

Dirk Ayelt Kooiman debuteerde in 1971 met de kleine verhalenbundel Manipulaties. Daaruit bleek al hoezeer hij het schrijven opvat als een spel met de lezer, die evenals een verhaalfiguur door de auteur gemanipuleerd wordt. Een knap resultaat bereikte hij in dit opzicht met de omvangrijke roman Een romance (1973). In de jaren daarop verschenen nog Souvenirs (1974), De grote stilte (1975) en De schrijver droomt (1976).

Het is voor De grote stilte in het bijzonder - maar in feite voor zijn oeuvre in het algemeen - dat de Commissie voor schone letteren Kooiman in aanmerking vindt komen voor de Van der Hoogt-prijs.

De grote stilte is een kleine roman, illustratief voor de kwaliteiten van Kooimans proza. In de tekst vindt een afwisseling plaats tussen een ikverhaal en een hij-verhaal. De ik heet Kooiman, de hij Johan. Er is op het eerste gezicht weinig verband tussen beide verhalen. Bij nadere beschouwing echter blijken zij zich tot elkaar te verhouden als werkelijkheid ten opzichte van fictie, met andere woorden het hij-verhaal biedt het probleem van de ik in geobjectiveerde vorm aan. Of anders gezegd: er is binnen het boek een schrijver (de ik) die zijn situatie aan zichzelf verheldert door een verhaal in de derde persoon te schrijven. Interessanter nog wordt het wanneer hierbij een derde niveau betrokken wordt, waar de titel al naar verwijst: Ingmar Bergmans film ‘De grote stilte’. Kooiman schrijft namelijk met het hij-verhaal een vervolg (na twintig jaar) op de gebeurtenissen waar het jongetje Johan in de film getuige van moest zijn.

Deze complexe structuur brengt een voelbare spanning teweeg tussen werkelijkheid en fictie, tussen ik, hij en film, tussen heden en verleden ook. Het is een perfect raderwerk, waaraan juist genoeg ontbreekt om het - voor lezers - optimaal te doen functioneren.

Zo'n formeel spel van transformaties wijst op een hoge graad van bewuste creatie. Kooiman overweegt klaarblijkelijk secuur de vorm waarin hij een kwestie wil aandienen en dat stempelt hem tot een gewetensvol auteur. In vergelijking met Een romance getuigt De grote stilte in zijn grotere compactheid bovendien van een danige beheersing van het métier.

Kooimans aandacht voor de vorm is evenwel geen doel op zich zelf, maar staat in dienst van de gehele tekst, en heeft dus ook inhoudelijke consequenties. Het is duidelijk dat een schrijver die zo met standpunten speelt

[p. 152]

- die overschakelt van ik op hij, van hij op ik - een identiteisprobleem vormgeeft. In De grote stilte is de ik-figuur inderdaad vervreemd geraakt van zichzelf en zijn omgeving. In feite wil het hij-verhaal indirect de oorzaak van die vervreemding blootleggen: het verleden, de film van Bergman, waarin het jongetje Johan een zodanige traumatische ervaring opdoet, dat hij in Kooimans vervolg op de film - twintig jaar later - iemand is die inadequaat reageert op de werkelijkheid. Net als de ik-figuur Kooiman.

Het is een precaire materie, maar we moeten vaststellen dat Kooiman aan dit emotioneel beladen onderwerp een harde, stevige vorm heeft gegeven. Dat is wat deze schrijver met nadruk doet: vormgeven. Hij deelt zijn eigen onzekerheid, verwarring, paniek zelfs, mee aan personages, die hem in de gelegenheid stellen zijn eigen situatie beter te doorzien. Dit schrijfproces is eigenlijk een minstens zo belangrijk onderwerp van De grote stilte. Een onthullend citaat mag in dit verband niet achterwege blijven: ‘Ik keek van heel dichtbij in haar ogen, en daarbij had ik de gewaarwording dat het niet écht was, dit tafereel bij haar in de gang, dat niet werkelijk datgene plaatsvond wat er gebeurde, maar dat het een film betrof of een toneelstuk. En ik dacht: blijkbaar moet de werkelijkheid in de gedaante van een onwerkelijkheid gaan om door mij ervaren te worden’.

Dirk Ayelt Kooiman - het kan uit de summiere typering hierboven afgeleid worden - is een belangrijke auteur, die doelbewust zijn lezers manipuleert om hen aan het werk te zetten.

De grote stilte is daar naar het oordeel van de Commissie een heel geslaagd voorbeeld van.

 

De Commissie voor schone letteren, (w.g.) dr. G. Borgers, T. van Deel, J.G. Elburg, A. Koolhaas, W.G. van Maanen.

terug  begin  verder