terug  begin  verder
[p. 96]

1. Opening

De jaarvergadering werd ook dit jaar gehouden in zaal xi van het Leidse Academiegebouw. Aanwezig waren 50 leden. Om tien over half elf opende de voorzitter van de Maatschappij, dr. A.L. Sötemann, de vergadering en sprak hij zijn jaarrede uit die elders in dit Jaarboek is afgedrukt. Vervolgens werden de in het afgelopen verenigingsjaar overleden leden herdacht, te weten het erelid L.P. Boon, dr. S. Asakura, C.P. Bruijn, mw. E. Dronckers, mw. dr. Th. M. Duyvené de Wit-Klinkhamer, dr. J.H.A. Engelbrecht, dr. H.K. Gerson, mw. J.H. van Goor-Duut, dr. L.W. Hiemstra, J.R. Meulenhoff, mr. A. Mout, dr. W.A. Nolet, mw. dr. M. Nijland-Verwey, mw. dr. A.J. Portengen, mr. H.J. Reinink, dr. A.F.E. van Schendel, H.J.J. Scholtens, dr. H. Thiery, mw. dr. H.J. Vieu-Kuik, dr. S. van der Wal, dr. H. Wesche, mw. dr. S.F. Witstein, mw. H. Wolf-Catz, Johan van der Woude, dr. N.C.H. Wijngaards.

Bij punt 2, Mededelingen, nadat de secretaris de berichten van verhindering had voorgelezen, deelde de voorzitter mee dat binnen afzienbare tijd de verschijning verwacht kan worden van twee nieuwe Jaarboeken en van een nieuwe ledenlijst. Voor de laatste was de mogelijkheid van automatisering onderzocht, maar de kosten hiervan waren prohibitief hoog. Over de Henriette Roland Holst-prijs, waarvan de jurering bij de Maatschappij komt, zei de voorzitter dat het financiële aspect niet onbevredigend is en dat aan het reglement wordt gewerkt. Deze prijs zal alterneren met de Dr. Wijnaendts Francken-prijs.

Bij punt 3, Verslag van de staat der Maatschappij, vroeg dr. J.G. Bomhoff waarom er door de Maatschappij niets aan de Vondelherdenking is gedaan. De heer J. Notermans sloot zich hierbij aan. De voorzitter antwoordde dat het bestuur zich er wel mee bezig had gehouden, zonder dat dit enig tastbaar resultaat had opgeleverd. Praktische omstandigheden hadden méér verhinderd. Op de vraag van mr. P.J. Idenburg waarom geen officiële vertegenwoordiger naar het symposium in Leuven gegaan was, antwoordde de voorzitter dat de Maatschappij geen uitnodiging heeft ontvangen. De heer H. Reeser stelde voor een kalender van letterkundige verjaardagen aan te leggen. Dan zou ook het jubileum van het eerste vrouwelijke erelid, mevrouw Bosboom-Toussaint, niet vergeten zijn. De voorzitter beloofde beterschap. Vervolgens werd het verslag van de secretaris goedgekeurd.

De onder punt 4-6 genoemde verslagen van de Noordelijke Afdeling,

[p. 97]

betreffende Zuid-Afrika en van de bibliothecaris werden goedgekeurd.

Bij punt 7, Rekening en verantwoording, werd het verslag goedgekeurd. De penningmeester en de Kascommissie werden onder dank gedechargeerd.

Bij punt 8, Behandeling van de begroting en vaststelling van de jaarlijkse bijdrage, werd de begroting aanvaard. Op de vraag van mr. P.J. Idenburg waarom het vermogen zo was toegenomen, antwoordde de penningmeester dat het vermogen niet was gestegen maar gedaald (van fl. 1. 695,18 tot fl. 736.18). Het hogere kassaldo betreft de reservering voor de jaarboeken. Het voorstel van de penningmeester om de contributie dit jaar te verhogen tot fl. 35,- (en ook in de komende jaren te verhogen) werd aangenomen. Hij legde uit dat ook het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen hierop aandrong en dat verhoging van de subsidies nauwelijks te verwachten was. Toen de penningmeester voor zijn diensten werd bedankt, zei hij voor deze dank erkentelijk te zijn, maar wilde hij ook graag de administrateur, de heer D. Braggaar, hierin betrekken.

De onder punt 9 en 10 genoemde verslagen van de Commissie voor geschied- en oudheidkunde en van de Commissie voor taal- en letterkunde werden goedgekeurd.

terug  begin  verder