terug  begin  verder

9. Verslag van de commissie voor geschied- en oudheidkunde over 1978-1979

De Commissie vergaderde vijf maal. Op de bijeenkomsten werden de volgende voordrachten gehouden:

26 oktober 1978 sprak de heer Fasseur over de voorgeschiedenis van de rede van Koningin Wilhelmina van 7 december 1942 over de toekomstige status van de Rijksdelen en de heer Roorda over het Hofje van Ter Does te Leiderdorp;

[p. 104]

30 november 1978 sprak de heer Ekkart over boeken over hoogleraren der Leidse Universiteit, geïllustreerd met hun portretten en de heer Woltjer over de benoeming van P.C. Hooft tot drost van Muiden in 1609; 25 januari 1979 sprak mevrouw Van Santen-Mout over de Winterkoning in ballingschap en de heer Braat over een colloquium in Poitiers over ‘La femme dans les civilisations des xe au xiiie siècles’;

22 februari 1979 sprak de heer De Bruin over Jacob van Maerlant en de heer Gumbert over gedateerde handschriften;

22 maart 1979 sprak de heer Woltjer over de verzuiling in de Nederlandse politiek en de heer Bruijn over de vraag, hoeveel schepen der voc vergaan zijn in de zeventiende en de achttiende eeuw.

De Commissie was in 1978-1979 als volgt samengesteld: voorzitter: dr. P.F.J. Obbema; secretaris: dr. W.C. Braat; leden: dr. C.C. de Bruin, dr. J.R. Bruijn, dr. A.E. Cohen, dr. J.A. van Dorsten, R.E.O. Ekkart, dr. C. Fasseur, mr. R. Feenstra, dr. J.P. Gumbert, dr. H.P.H. Jansen, dr. G.I. Lieftinck, dr. D.J. Roorda, mw. dr. M.E.H.N. van Santen-Mout, dr. I. Schöffer, mw. mr. A.J. Versprille.

terug  begin  verder