terug  begin  verder
[p. 115]

Bijlage IV Rapport van de jury voor de toekenning van de Dr. Wijnaendts Francken-prijs 1979

De Commissie van voordracht voor de in 1979 uit te reiken Dr. Wijnaendts Francken-prijs stelt het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde voor de prijs uit te reiken aan dr. H. Bonger, voor zijn boek Leven en werk van Dirk Volckertsz Coornhert (Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1978) op grond van de volgende overwegingen.

Deze in opdracht van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk geschreven biografie van één onzer belangrijkste humanisten geeft een wetenschappelijk verantwoord beeld van Coornhert en zijn tijd, dat ook de niet-specialist zal aanspreken door de verantwoorde popularisering van de stof waar de auteur bewust naar heeft gestreefd. Nochtans dient de lezer wel enige kennis te hebben van de geschiedenis van de zestiende eeuw.

Het is een klassiek soort biografie geworden (‘prefreudiaans’, zegt Bonger zelf, p. 7), in het voetspoor van de grote Coornhert-kenner Bruno Becker geschreven vanuit een grote bewondering voor en kennis van Coornherts persoon, leven en denkbeelden.

Het boek is gesplitst in twee delen. Het eerste deel beschrijft de uiterlijke levensloop met precisie en aandacht voor details. Enige episodes in Coornherts leven blijven bij gebrek aan bronnen nog duister, terwijl de auteur er bewust van heeft afgezien Coornherts activiteiten en betekenis als graveur te schilderen.

Maar overigens is het de auteur zeer goed gelukt de lezer in dit eerste deel een helder en levendig beeld van zijn held te geven. Er is natuurlijk kritiek op details mogelijk, die dan enkele onnauwkeurigheden en vaagheden alsmede een verouderde opvatting omtrent de rol van de religie in de Nederlandse Opstand zouden betreffen. Het omvangrijkere tweede deel is gewijd aan de behandeling van Coornherts denkbeelden, waarbij ook plaats is ingeruimd voor zijn toneel- en dichtwerk en zijn oeuvre als vertaler.

Het laatste hoofdstuk van dit deel geeft bovendien een zeer nuttig overzicht van de reacties op Coornhert in de Nederlanden vanaf de zeventiende eeuw en van de voortgang der moderne Coornhert-studie.

In dit deel zijn met zeer grote kennis van zaken Coornherts denkbeelden over de volmaakbaarheid, godsdienstvrijheid, erfzonde en predesti-

[p. 116]

natie in hun ontwikkeling weergegeven, met bovendien aparte hoofdstukken over Coornherts plaats in het godsdienstig leven van zijn tijd, zijn kritiek op de ‘vergodete’ profeten en over zijn maatschappelijke en politieke ideeën. Dit tweede deel is nog waardevoller voor de kennis van Coornhert en zijn tijd dan det eerste, vooral doordat de auteur zijn inlevend begrip van de complexe denkwereld van Coornhert op de lezer weet over te brengen.

De indeling van het boek in twee afdelingen leidt onvermijdelijk wel tot enige herhalingen en illustreert het-overigens door de auteur onderkende-probleem dat men niet iemands uiterlijke levensloop kan beschrijven zonder woorden aan zijn denkbeelden te wijden. Deze milde kritiek op de vorm van het boek neemt niet weg dat Bongers werk een waardig monument is voor Coornhert en een uiterst belangrijke bijdrage tot het in Nederland helaas te zelden beoefende genre van de wetenschappelijke verantwoorde historische biografie, geschreven voor een breed publiek.

 

De Jury, (w.g.) dr. A.W. Willemsen, P.H. Dubois, prof. E. de Jongh, mw. dr. M.E.H.N. van Santen-Mout, dr. H.P.G. Scholten

terug  begin  verder