Overeenkomstig het reglement voor de Dr. Wijnaendts Francken-prijs had de jury ditmaal tot taak een werk ter bekroning voor te dragen op het gebied van ‘essays en litteraire critiek’. Evenals voorgaande jury's moest zij vaststellen dat zij zich niet in staat kon achten alles wat in de vier jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend, aan essayistisch en literair-kritisch werk werd gepubliceerd, te overzien, laat staan alle publikaties op hun waarde te beoordelen. Ofschoon het reglement ook de mogelijkheid biedt, werk te bekronen dat in tijdschriften, week- of dagbladen is verschenen, heeft de jury zich noodgedwongen en tot haar spijt moeten beperken tot publikaties in boekvorm. Terzijde mag de jury misschien opmerken dat zij het zinvol acht, een prijs in te stellen die uitsluitend bedoeld is om ongebundeld werk te bekronen.
Het genre van de literaire kritiek lijkt gemakkelijker af te bakenen dan dat van de essayistiek. Zal het bij de literaire kritiek in het algemeen gaan om beschouwingen over één of meer teksten van één of meer auteurs, bij het essay blijken de te kiezen onderwerpen onuitputtelijk. De jury sluit zich daarom graag aan bij de voorzichtige omschrijving die de jury in 1973 van het essay als genre heeft willen geven, namelijk dat ‘dit soort beschouwingen wordt gekenmerkt door een duidelijk persoonlijk gekleurde, niet volgens rigoureuze, strikt wetenschappelijke methoden controleerbaar gemaakte, visie op een problematiek, waarbij veelal morele criteria in het spel zijn; door een op lichtvoetige wijze gehanteerde eruditie, en door een verrassende, spirituele en overtuigende betoogtrant.’ Uitgaande van deze omschrijving heeft de jury behalve aan min of meer ‘klassieke’ essays ook willen denken aan essayistisch getinte interviews en het beknopte essay dat veelal ‘column’ wordt genoemd, hetgeen haar taak er niet eenvoudiger op heeft gemaakt.
Na rijp beraad heeft de jury zich ermee kunnen verenigen aan het bestuur ter bekroning voor te dragen de schrijver Jeroen Brouwers, die in de vier jaren voorafgaande aan 1981 een aanzienlijke activiteit heeft ontplooid zowel op het gebied van de essayistiek als dat van de literaire kritiek. In zijn bundel Kladboek, die naast polemieken en opstellen ook nauw met de literatuur verweven herinneringen bevat en representatief mag heten voor zijn werkzaamheden op bovengenoemde terreinen, toont Jeroen Brouwers
zich een gedreven, strijdvaardig en gewetensvol verdediger van literaire waarden. Zelf omschreef hij zijn werkwijze als volgt: ‘Een polemiek ontstaat niet zomaar uit het opschrijven van grieven en haatgevoelens, maar begint met een zo conscientieus mogelijk onderzoek - aan de hand van boeken en documenten - naar datgene wat je wilt aanklagen. Aan de basis van mijn polemiek ligt altijd diepgaande studie, want het gaat om de waarheid.’ (Trouw, 4 september 1979). Jeroen Brouwers kiest voor een subjectieve benadering van literatuur, met de volledige inzet van zijn persoonlijkheid. Hij weet zijn polemische positie niet alleen overtuigend te verdedigen, maar slaagt er ook in zijn gelijk te relativeren door zich zichtbaar en daardoor kwetsbaar op te stellen. De felheid van zijn polemisch proza wordt gerelativeerd door de humor waarmee hij zijn standpunt onderstreept. Jeroen Brouwers komt op voor de esthetische waarde van literatuur, in een tijd dat deze van verschillende zijden in diskrediet wordt gebracht. Hij trekt van leer tegen slordige auteurs omdat hij zuiver taalgebruik als een vorm van authenticiteit beschouwt. Dat standpunt weerspiegelt zich ook in zijn stijl, gekenmerkt door virtuositeit, trefzekerheid, een rijke woordenschat en een grote mate van helderheid; met alle middelen die hem ten dienste staan - ook retorische - tracht hij in zijn polemieken dat doel te bereiken. Ook uit opstellen van geheel andere aard, zoals over Hélène Swarth, Jan Emiel Daele en Johan Daisne, blijkt zijn wendbare en verzorgde stijl, zijn aandacht voor de feiten en voor het juiste detail, en vooral zijn persoonlijke betrokkenheid bij de literatuur, bij diegenen die literatuur als een vorm van leven hebben gekozen. Deze overwegingen hebben de jury ertoe gebracht, Jeroen Brouwers voor te dragen voor de Dr. Wijnaendts Francken-prijs 1981.
De jury, (w.g.) R.L.K. Fokkema, Willem M. Roggeman, Paul de Wispelaere, Peter van Zonneveld, Ad Zuiderent