Op 1 mei 1981 bedroeg het aantal leden 966, onder wie 5 ereleden en 5 begunstigers. 742 leden woonden in Nederland, 129 in België, 36 in Zuid-Afrika en 59 elders.
Door overlijden ontvielen de Maatschappij 18 leden, 27 bedankten voor het lidmaatschap of moesten wegens wanbetaling worden geroyeerd. Van de 28 door de leden verkozen nieuwe leden hebben 23 hun benoeming
aanvaard. De namen der nieuwe leden zijn: J. Becker, N. van der Blom, mw. I. Brokmeier-van der Beugel, dr. P.P.J. van Caspel, mw. E.Cockx-Indestege, mw. E. van Dijk, Louis Ferron, dr. J.P. Filedt Kok, P. van Hees, Oek de Jong, J. Kortenhorst, mw. dr. A.S. Korteweg, H. Miedema, dr. R. Th. van der Paardt, Michel van der Plas, dr. W. Prevenier, dr. G. Puchinger, dr. L. Rens, dr. H. van der Merwe Scholtz, mw. dr. M. Spies, dr. J. Trapman, H.J.L. Vonhoff, mw. I. Wikén Bonde.
Door het bestuur werden in de loop van de verslagperiode 31 nieuwe leden benoemd. 25 aanvaardden deze benoeming, namelijk: dr. P.T.F.M. Boekholt, mr. K.J. Cath, H. Duits, mr. B. Ferman, dr. A.H. de Groot, dr. E.O.G. Haitsma Mulier, G. Heuff, dr. F.C.J. Ketelaar, dr. M. Klein, H. Kompen, Jan Kooistra, Jacques Kruithof, Wiel Kusters, J.A.L. Lancée, G. Nijenhuis, W. Otterspeer, Carel Peeters, dr. J. Reynaert, dr. A.H.G. Schaars, C.O.A. Schimmelpenninck van der Oye, Jan Siebelink, dr. G. Taal, P.J. Verkruijsse, mw. E.C.M. de Waard, T.A.M. Welsink. De door de jaarvergadering 1980 gekozen nieuwe leden in het bestuur en de vaste commissies verklaarden zich bereid de benoeming te aanvaarden.
Het bestuur vergaderde vier maal: op 12 september, 12 november, 29 januari en 7 mei. De P.C. Hooft-herdenking bleef veel aandacht vragen. De voorzitter woonde een vergadering bij van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, waar gesproken werd over de eventuele oprichting van een bureau van de uitgave van teksten, waar ook de Maatschappij haar inbreng zou kunnen hebben. De voorzitter en de penningmeester waren aanwezig bij de uitreiking van de Nijhoffprijs, de penningmeester bij de uitreiking van de Aleida G. Schotprijs, de voorzitter bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs en het werkcomité P.C. Hooft bij een Hooftavond georganiseerd door de Muiderkring.
Er zijn twee werkvergaderingen belegd, waarvan die, waarin de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs aan Oscar de Wit werd uitgereikt, een wat ander karakter droeg. De prijswinnaar had de wens uitgesproken dat een forum georganiseerd zou worden over de vraag ‘Hoe komt het dat een schrijver als E. du Perron, die toch een van de meest complete Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw is, zo in de vergetelheid is geraakt?’ Aan dit forum, dat op 28 november in de aula van het Stedelijk Museum werd gehouden en door ruim honderdvijfig mensen werd bezocht namen deel: Tom van Deel (voorzitter), Philippe Noble, Rob Nieuwenhuys, Michel van Nieuwstadt en Herman Verhaar, en vanuit de zaal onder anderen de prijswinnaar zelf. Deze had al eerder zijn dankwoord (p.261) uitgesproken,
nadat de voorzitter van de Maatschappij hem met enige welgekozen woorden de prijs had uitgereikt. Gaarne dankt de Maatschappij nogmaals voor hun bereidwillige medewerking de forumleden en de directie van de uitgeverij De Bezige Bij. De tweede werkvergadering was die op 7 mei ter voorbereiding van de jaarvergadering.
Het hoogtepunt in dit Maatschappij-jaar was ongetwijfeld de herdenking van het feit dat P.C. Hooft vierhonderd jaar geleden werd geboren. Dank zij bereidwillige steun van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk kon de Maatschappij als meer blijvende herinnering vier boekwerken, speciaal voor dit jubileum samengesteld, het licht doen zien: Hella S. Haasse, Het licht der schitterige dagen; Beeldverzorging door A.J. Gelderblom; Hooft. Essays; een keuze uit Hooft's gedichten: Overvloed van vonken; en een bundel wetenschappelijke artikelen: Uijt liefde geschreven. Studies over Hooft 1581-16 maart 1981. Ter gelegenheid van de verschijning van deze boeken organiseerde de Maatschappij op 10 maart een bijeenkomst op het Muiderslot, waar de boeken overhandigd werden aan de minister van crm door respectievelijk mw. Hella Haasse, H.J.L. Vonhoff, dr. L. Strengholt en dr. P.E.L. Verkuyl. De minister sprak op haar beurt een dankwoord (p.41) uit. De Universiteitsbibliotheek van Amsterdam richtte een tentoonstelling in met handschriften en gedrukte uitgaven van Hooft's werken. Op 13 maart organiseerden de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit een Hooft-colloquium, waar het woord werd gevoerd door S. Groenveld, dr. K. Porteman, dr. L. Strengholt en dr. C.A. Zaalberg, die een gedeelte van dr. F. Veenstra's bijdrage voorlas. Het colloquium werd door ongeveer honderdvijftig belangstellenden bijgewoond.
Op 18 maart vond de nationale herdenkingsbijeenkomst plaats in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Onder de ruim dertienhonderd gasten bevonden zich H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus, de ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van Buitenlandse Zaken en van Verkeer en Waterstaat, alsmede de Belgische ambassadeur in Nederland en de staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap. De aanwezigen hoorden orgelmuziek door Bernard Winsemius, zang door Cappella Amsterdam, voordracht door Albert Vogel, redes door dr. E.H. Kossmann en Kees Fens en een toespraak door de minister van crm (zie p. 57) De Maatschappij hecht eraan allen te bedanken die door hun medewerking deze bijeenkomst mogelijk hebben gemaakt. Gaarne noemt ze hier de namen van de leden van het ere-comité: mw. M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen, mw. R. de Backer-van Ocken, mr. B. Ferman, G. Heuff, J. Lodewijck en W. Po-
Wederom verleende de Maatschappij haar medewerking aan de organisatie van de Huizingalezing, die dit maal op 12 december werd uitgesproken door dr. E.H. Kossmann en getiteld was Over conservatisme.
Aan de leden konden in dit verslagjaar twee Jaarboeken, die voor 1977-1978 en 1971-1979, worden toegezonden, alsmede de Wet, waarin voor het eerst het Reglement en het reglement voor de Henriette Roland Holst-prijs zijn opgenomen. (Het Jaarboek 1979-1980 verscheen op 23 juni 1981).
Voor de toestand van de financiën zij verwezen naar het verslag van de penningmeester.