Het elfde verenigingsjaar van de Zuidelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde werd geopend met de jaarvergadering, die plaatsvond op zaterdag 13 maart 1999 in een nieuwe lokatie, namelijk de Ronde Zaal van het Bonnefantenmuseum te Maastricht. Tijdens het huishoudelijk gedeelte van de vergadering trad Leo Herberghs af als penningmeester en trad Lizet Duyvendak in zijn plaats. De vergadering werd voortgezet met een voordracht Over generaties door dr. J.J.A. van Doorn (emeritus hoogleraar sociologie Erasmusuniversiteit Rotterdam). De spreker ging in op de verschillende betekenissen die aan het begrip generatie worden toegekend en besprak twee varianten, namelijk de generatie die gevormd is door schokkende ervaringen als de crisis, de oorlog en de holocaust, en de generatie die door eigen optreden een schok heeft veroorzaakt, zoals de generatie van 1968.
Na de jaarvergaderingen vonden nog drie werkvergaderingen plaats. Op 19 juni sprak Rudolf Geel (Universiteit van Amsterdam) over zijn roman
Bloedmadonna. Uitgangspunt van dit boek vormt een Mariabeeldje dat plotseling begint te bloeden. Het beeldje is in het bezit van de familie Coumans, in het fictieve dorp Uffel. Het gegeven dat ook het Mariabeeldje dat in 1995 in Brunssum hars uitzweette, aan een familie Coumans behoorde, bracht een journalist van het Limburgs Dagblad op de gedachte dat de schrijver met opzet de naam Coumans had gekozen. Een en ander leidde tot een kleine rel in de media. In zijn voordracht ging de spreker nader in op de inhoud en de bedoelingen van zijn boek, dat volgens hem geenszins te beschouwen is als een satire op het verschijnsel van bloedende madonnabeeldjes.
De vergadering van 18 september had plaats in de ‘buitensociëteit’ van de afdeling, De Knillispoort in 's-Hertogenbosch. Hier sprak de neerlandicus Lou Spronck over Dr. Felix Rutten (1882-1971), een auteur die als letterkundige gedateerd is, maar in cultuurhistorisch opzicht nog steeds interessant. In het eerste kwart van deze eeuw hoorde Rutten ‘tot de top vijftien van productiefste auteurs’. Hij schreef voor het toneel, maakte reisverslagen, hield redevoeringen, was milieuactivist, gidste vele Nederlanders door Rome en onderhield een uitgebreid net van contacten. Lou Spronck besprak onder meer de in Ruttens nalatenschap gevonden brieven en ongepubliceerde manuscripten.
De laatste vergadering, wederom te Maastricht, werd gehouden op zaterdag 27 november. De dialectoloog dr. Jan Stroop (Universiteit van Amsterdam) hield een voordracht over De onstuitbare opmars van het Poldernederlands. ‘Poldernederlands’ is Stroops benaming van het vooral door jonge vrouwen gesproken Nederlands waarin ‘uiteindelijk’ wordt uitgesproken als ‘autaaindelijk’ en ‘getrouwd’ als ‘getraauwd’. De spreker lichtte een en ander toe met geluidsopnamen. Vooral zijn stelling dat vrijwel alle kinderen onder de tien jaar Poldernederlands spreken, leidde tot een levendige discussie achteraf.
De werkvergaderingen werden door gemiddeld twaalf leden en genodigden bijgewoond. De convocaties zijn verstuurd naar de circa tweehonderddertig leden van de Maatschappij die in het zuiden van Nederland, in België en in het Duitse grensgebied woonachtig zijn. Het bestuur bestond in het verslagjaar uit dr. Wiel Kusters, voorzitter, dr. Diederik Grit, secretaris, Lizet Duyvendak, penningmeester, en dr. Jos Perry, lid.
Diederik Grit, secretaris