Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2002


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2001-


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 2001-2002. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 2003  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 218]

Henriette Roland Holst-prijs 2002
Advies van de Commissie van voordracht

Zes jaar geleden constateerde de Commissie van voordracht voor de Henriette Roland Holst-prijs dat ‘de tijd waarin auteurs in het socialisme een bron van inspiratie en schoonheid vonden’ lang voorbij leek te zijn. Die constatering heeft zes jaar later haar actualiteit allerminst verloren. Ook nu is het toekennen van een prijs voor ‘een werk van proza, poëzie of toneel, dat zowel uitmunt door sociale bewogenheid als door literair niveau’ geen eenvoudige zaak. Aan beschouwend proza dat opvalt door engagement van de auteur met maatschappelijke misstanden, is geen gebrek. Vele van deze werken, die vooral in de genres van de essayistiek en de geschiedschrijving zijn te rangschikken, blinken niet bepaald uit door literaire kwaliteiten.

Gelukkig zijn er uitzonderingen. Een voorbeeld daarvan heeft de Commissie van voordracht gevonden in de historische studie van Evelien Gans, De kleine verschillen die het leven uitmaken (Amsterdam 1999). Dankzij de goedverzorgde en meeslepende stijl waarin dit relaas over joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland geschreven is, weet de auteur de aandacht van de lezer bijna 900 bladzijden lang vast te houden. Hoewel van verschillende zijden betreurd is dat het boek van Gans door zijn omvang een groot lezerspubliek moeilijk kan bereiken, verveelt het boek geen moment. Het getuigt van literaire verbeeldingskracht die in dit soort studies vaak node gemist wordt.

In haar boek heeft Gans een delicaat evenwicht gevonden tussen persoonlijke en maatschappelijke betrokkenheid en literaire stijl enerzijds en anderzijds de distantie en wetenschappelijke stijl die van haar gevraagd werden in haar positie van professioneel historica. Wat haar fascineert is ‘hoe mensen, in dit geval linkse joden, omgaan met verschillende loyaliteiten en betrokkenheden, met elkaar bestrijdende ideologieën en met botsende emoties, in een tijdsgewricht-de twintigste eeuw-waarin voortdurend het vanzelfsprekende in zijn tegendeel verkeerde.’ Zij stelt daarbij vast dat vele van deze mensen daarbij voortdurend in gevecht blijven met zichzelf.

Gans heeft geen abstracte beschouwing over de identiteitsproblemen van ‘haar’ socialistische en socialistisch-zionistische joden geschreven. Zij

[p. 219]

legt verschuivingen in hun zelfbeeld onder een vergrootglas. Dat doet zij met name voor een aantal ‘hoofdfiguren’: Henri Polak (1868-1943), Emanuel Boekman (1889-1940), Louis Fles (1871-1940), Sam de Wolff (1878-1960), Salomon Kleerekoper (1893-1970) en Meijer Sluyser (1901-1973). Zoals de jaartallen in de aldus luidende hoofdstuktitels al suggereren, heeft Gans aan elk van deze figuren een biografische schets gewijd waarin haar thematiek in de levende werkelijkheid wordt gedemonstreerd. Elk van deze figuren is in het verhaal van Gans een representant van een van de combinaties waarin het explosieve mengsel van jodendom en socialisme zich gemanifesteerd heeft. Maar nimmer wordt een figuur slechts een representant. In haar relaas komen allen naar voren als individuen van vlees en bloed die steeds weer hun eigen keuzes moeten maken.

Naast de ‘hoofdfiguren’ verschijnen nog vele andere personen ten tonele, in het bijzonder de bijna negentig personen die Gans tussen 1989 en 1999 in Nederland en in Israël geïnterviewd heeft. Deze gesprekspartners behoren uiteraard tot een latere generatie dan de ‘hoofdfiguren’, maar de meesten van hen waren al in de jaren 1930 politiek en maatschappelijk bewust en actief. Door de wijze waarop Gans hun een stem in haar boek geeft, blijkt opnieuw haar eigen sociale bewogenheid.

Henriette Roland Holst was in de eerste plaats dichter; de dichter die in 1899 de ‘Internationale’ haar Nederlandse woorden gaf. Zij was ook toneelschrijver; het lyrisch treurspel De opstandelingen (1910) getuigt daarvan. Haar sociale bewogenheid en literaire kwaliteiten uitte zij echter ook in (beschouwend) proza, waaronder verschillende bijdragen aan de geschiedenis van de arbeidersbeweging in Nederland. Omdat Evelien Gans in dit opzicht in haar voetsporen treedt, komt zij naar het oordeel van de Commissie van voordracht in aanmerking voor de Henriette Roland Holst-prijs 2002.

 

De commissie van voordracht
Martin van Amerongen
Niels Bokhove
Jaap Talsma

 

Het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft besloten het advies van de Commissie van voordracht te volgen en de Henriette Roland Holst-prijs 2002 toe te kennen aan Evelien Gans voor haar

[p. 220]

boek De kleine verschillen die het leven uitmaken: een historische studie naar joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland (Amsterdam: Vassallucci, 1999).