terug  begin  verderprepost
[p. 121]

Henriette Roland Holst-prijs 2005
Advies van de Commissie van voordracht

Het oeuvre van Henriette Roland Holst, waar vandaag de dag wellicht te weinigen vertrouwd mee zijn, wordt gekenmerkt door een vasthoudend zoeken, een queeste naar waarheid en wijsheid. In later dagen uit die zich in een sterke sociale bewogenheid, zowel ideëel - haar vele geschriften getuigen daarvan - als praktisch. Ze heeft het politieke handwerk een aantal jaren niet geschuwd. Aanvankelijk, en dat is goed te zien in haar debuut Sonnetten en verzen in terzinen geschreven, gepubliceerd in 1895, formuleerde ze haar twijfels en hoop minder tastend. Ze wilde doordringen tot ‘de kern van alle zaken’ en zag zich in het laatste decennium van de negentiende eeuw geconfronteerd met een God wiens gezicht ‘verbleekt’ was. De moderne mens was gevangen in een web van wanhoop en twijfel en was blijvend op zoek naar bemoediging, misschien zelfs naar morele ijkpunten die de samenleving konden schragen.

Nu, zo'n honderdtien jaar later, klinken die weliswaar in archaïsche en ook omslachtige bewoordingen gestelde teksten, ons toch verrassend aansprekend in de oren. In een tijd waarin God dood is verklaard, of tenminste uit vele breinen is verbannen, in een epoche waarin politieke systemen zoeken naar een nieuw vizier en de vijanden van weleer plaats hebben gemaakt voor even ongrijpbare als onzichtbare krachten die de wereld in hun ban houden, verwacht men eens te meer van schrijvers en kunstenaars een duidelijke stellingname, een richtinggevende visie waardoor de werkelijkheid die ons omringt en vaak als bedreigend wordt ervaren, een subtiele duiding krijgt. Die artistieke kracht, de kracht van de verbeelding, kan even goed bindend werken als die van religieuze of politieke constellaties.

De commissie van voordracht heeft zich in haar zoektocht naar een waardige erfgenaam van het morele en sociale appel van Henriette Roland Holst niet beperkt tot een bepaald genre. Romans, essays, biografieën en andere kwaliteits-non-fictie maakten deel uit van de door de commissie gelezen longlist. Vooral de romans waarin sociale aspecten en bewogenheid een voorname rol spelen, stelden de commissie zeker ook naar de literaire uitwerking teleur. De verbeelding van morele vraagstukken op een literair hoogwaardige en overtuigende manier, vraagt om een groot talent. Dat bleek ook uit de meer essayerende teksten die niet zel-

[p. 122]

den het niveau van een in een opwelling geschreven ingezonden brief hebben. In talloze beschouwingen, columns en essays, in al die oprispingen van een menigte scribenten die wel veroordeeld lijkt tot het uiten van een persoonlijke mening, wordt de tijdgeest de maat genomen. Wie erin slaagt de turbulente tijd waarin we leven, te doorgronden, verdient onze aandacht.

Naar het unanieme oordeel van de commissie is er in ons taalgebied op dit moment één auteur die dat haast dwangmatige persoonlijke overstijgt en op een niets of niemand ontziende manier de blik richt op een stuurloos lijkende samenleving, of zelfs een wereld die op drift is geraakt. Dat zijn grote woorden die in de teksten van Bas Heijne groot blijven, maar ook transparant en helder worden op een manier die uniek mag heten, nu begrippen zo vaak beduimeld zijn geraakt en standpunten en ideeën hol klinken en na een dag al vergeten zijn.

Bas Heijne legde zich aanvankelijk toe op fictie, maar publiceert de laatste jaren voornamelijk beschouwelijke artikelen, interviews en essays in NRC Handelsblad, die regelmatig worden gebundeld. Hij is het kind van een generatie die overal te laat voor geboren leek. Te laat voor een wereldoorlog, te jong voor de verzetsgeest van de jaren zestig. Een kind dat als student zag hoe zijn generatiegenoten zich voornamelijk verveelden en de contestanten van weleer en masse kozen voor maatschappelijke zekerheid. Hij observeerde de rijkdom en luxe van de jaren negentig, analyseerde de manier waarop ook in de literatuur die maatschappelijke sur place verbeeld werd. Heijne gaf er blijk van dat, hoewel hij zichzelf geenszins afkerig toonde van esthetiek, hij inzag dat de zucht naar genot, naar luxe, naar het zichzelf almaar overstijgende, ontaardde en doem werd. ‘De schrijvers waarvan ik hou,’ zei Heijne in een interview aan de vooravond van zijn in 2003 gehouden Kellendonk-lezing De werkelijkheid, ‘hebben een morele inslag. Zij willen iets van de wereld begrijpen en van de mens. Daar voel ik me het meest toe aangetrokken en ik denk nog steeds dat ook daar een functie voor de kunst ligt.’

Iets willen begrijpen van de wereld en van de mens - in de beschouwingen die Heijne in de krant publiceerde tussen december 2002 en 2004 concentreert hij zich daarbij op de Hollandse toestanden. De in deze bundel opgenomen essays zijn met een even groot inlevings- als oordeelsvermogen geschreven. De in een tijd die niet tot standpunten dwong opgegroeide Heijne, lijkt, nu die urgentie wel degelijk bestaat, op zijn best. Hij plaatst de maatschappelijke onrust na 11 September, 6 mei en 2 november

[p. 123]

in een groter verband. Hij analyseert het multiculturele (melo)drama, de kretologie van politici, probeert het onbegrijpelijke succes van t.v.-sterren, sporthelden en artiesten te verklaren om zo door te dringen tot de kern van de Nederlandse situatie. Een ‘snelkookpan’ waarin emotie en hysterie de plaats hebben ingenomen van welke ideologie dan ook. Kalm, overtuigd, maar tevens overtuigend maakt hij duidelijk hoe gevaarlijk en in essentie ook on-Nederlands die ontwikkeling is. ‘Ideologie lijkt, zowel bij kiezers als politici, vervangen door emotie. Visie heeft plaatsgemaakt voor improvisatie, een voortdurend en krampachtig inspelen op de waan van de dag.’ (Hollandse toestanden, p. 196.) Hij houdt een pleidooi voor eigenschappen als scepsis, bedachtzaamheid, nuchterheid en realiteitszin, die Heijne in zijn bundeling afsluitend typeert als ‘Hollandse eigenschappen’.

De commissie van voordracht meent dat Bas Heijne op een indrukwekkende manier de vinger aan de pols legt van een door velen als ziek of verziekt beschouwde samenleving. Zijn diagnose is helder en klaar, zijn taal schuwt effectbejag en is doeltreffend. Dat Heijne het woord moraal ontdoet van eventuele benepen connotaties, maar wel degelijk tot inzet maakt van wat hij beweren wil, vindt de commissie zeer overtuigend. Kunst in het algemeen en voor hem literatuur in het bijzonder moet voor Bas Heijne onze ervaringen met de wereld vormgeven. Voor de nuchtere en moedige manier waarop hij dat in Hollandse toestanden heeft gedaan, wil de commissie hem voordragen voor de Henriette Roland Holst-prijs 2005, waarbij zij de gedrevenheid van de naamgeefster van de prijs op een eigentijdse manier weerspiegeld ziet in het werk van Heijne. Om te benadrukken dat Heijne zich nooit beperkt tot de Hollandse grenzen of het genre van de beschouwing, stelt de commissie voor om de vooral over kunst handelende essays die gebundeld zijn in De werkelijkheid en de diepgravende interviews met analytisch ingestelde geesten uit Tafelgesprekken, nadrukkelijk bij deze voordracht te betrekken, al was het maar omdat een citaat uit een gesprek van Heijne met de Duitse filosoof Safranski zo typerend is voor Bas Heijne zelf ‘Het gaat erom op een intelligente manier te leven in een wereld die niet te bevatten is.’

 

Theo Bijvoet
Daan Cartens
Barry Wiebenga

[p. 124]

Het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft besloten, overeenkomstig het advies van de Commissie van voordracht, de Henriette Roland Holst-prijs 2005 toe te kennen aan Bas Heijne voor zijn essaybundel Hollandse toestanden, een bekroning waarbij, eveneens op voorstel van de Commissie van voordracht, zijn eerder verschenen boeken De werkelijkheid en Tafelgesprekken uitdrukkelijk worden betrokken.

prepostterug  begin  verder