terug  begin  verderprepost
[p. 23]

Bijlage II Reglement voor de Dr. Wijnaendts Francken-prijs

1.Om de drie jaar, te beginnen met tweeduizend zes, kan er worden beschikt over een prijs voor het meest waardig gekeurde, in druk verschenen, in Nederlands proza geschreven werk, beurtelings zich bewegend op het gebied van:
a.essays en literaire kritiek;
b.cultuurgeschiedenis;
zodat in elk van deze rubrieken om de zes jaar een prijs, welke vergezeld zal gaan van een oorkonde en/of penning, kan worden toegekend.
Aangevangen wordt met rubriek b.
2.De hoogte van de prijs wordt eens in de drie jaar vastgesteld door het bestuur van de Maatschappij, en zal bestaan uit een aan de rente van het door schenking ontstane en afzonderlijk beheerde Dr. C.J. Wijnaendts Francken-fonds te ontlenen bedrag van maximaal tweehonderd zevenentwintig euro (€227,00), door het bestuur vermeerderd met een bedrag uit de opbrengst van het door schenking De Haan ontstane Algemeen Prijzenfonds, zodanig dat het totaal van de prijs zo mogelijk ten minste tweeduizend vijfhonderd euro (€2.500,00) zal bedragen.
3.De toekenning geschiedt door het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, gevestigd te Leiden, op voordracht van een voor ieder der beide prijzen te benoemen Commissie van voordracht van vijf leden. Vier leden dezer Commissie worden benoemd door het bestuur der Maatschappij, met dien verstande dat minstens één hunner tevens lid moet zijn van het bestuur der Maatschappij. Het vijfde lid wordt aangewezen, voor de sub 1a genoemde prijs door de Commissie voor taal- en letterkunde, voor de sub 1b genoemde prijs door de Commissie voor geschied- en oudheidkunde, terwijl de overige leden al dan niet lid der Maatschappij kunnen zijn.
4.Het te bekronen werk moet voor het eerst in druk verschenen zijn in boekvorm, tijdschrift, week- of dagblad in de zes jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de prijs wordt verleend.
5.Het verdient aanbeveling dat de schrijvers of uitgevers van de in aanmerking komende boeken of dagblad- en tijdschrift-
[p. 24]
artikelen, deze aan de genoemde Commissie van voordracht ter beoordeling toezenden, ofschoon deze Commissie uit de aard der zaak ook niet-ingezonden werken voor de bekroning kan voordragen.
6.Kan het bestuur der Maatschappij zich niet met de voordracht der Commissie verenigen, of komt naar het oordeel der Commissie generlei werk voor bekroning in aanmerking, dan wordt de prijs niet toegekend en komt hij dat jaar te vervallen.
7.Het bestuur is niet bevoegd de prijs te splitsen en te verdelen over meerdere werken of inzendingen.
8.De Commissie moet haar voordracht bij het bestuur indienen vóór één maart van het jaar waarin de bekroning kan geschieden. Deze voordracht gaat vergezeld van een schriftelijke motivering. De mededeling van de bekroning geschiedt in de jaarvergadering.
9.Vóór één november van het maatschappelijk jaar waarin de prijs kan worden verleend, wordt de Commissie van voordracht benoemd. Deze Commissie treedt in haar geheel af na de bestuursvergadering waarin de prijs is toegekend of toegekend had kunnen worden.

Aldus vastgesteld in de jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde van 24 mei 2003.

prepostterug  begin  verder