Literatuur. Jaargang 20


auteur: [tijdschrift] Literatuur


bron: Literatuur. Jaargang 20. Amsterdam University Press, Amsterdam 2003


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 20]

Unieke tekeningen bij kindergedichten

De ‘uitvinder’ van de kinderliteratuur, Hiëronymus van Alphen, overleed tweehonderd jaar geleden op 2 april 1803. Hoeveel hil ook schreef, het zijn de Kleine Gedigten voor Kinderen die maken dat hij niet vergeten is. De bijbehorende illustraties zijn haast even bekend. De ontwerpen, pentekeningen van Jacobus Buijs, bevinden zich sinds enige tijd in het Letterkundig Museum. Een bijzondere aanwinst.

leontine buijnsters-smets



illustratie

‘De Pruimeboom’ uit: 45 pentekeningen door J. Buijs voor Hièronymus van Alphens Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen (Amsterdam, 1778-1781). Collectie Letterkundig Museum


Het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag kwam eind 2001 door aankoop in het bezit van een bijzondere reeks gewassen pentekeningen. Het gaat hier om 45 ontwerpen voor de illustraties in wat gerust de bekendste poëziebundels uit de achttiende eeuw genoemd mogen worden, namelijk de Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen en het eerste Vervolg daarop door Hiëronymus van Alphen.

Van Alphen, die juist zijn jonge vrouw Johanna Maria van Goens in het kraambed had verloren, schreef deze versjes voor hun drie kleine kinderen: Jantje, Daniël en Hiëronymus. Aanvankelijk verschenen beide bundeltjes kindergedichten in 1778 zonder plaatjes bij van Terveen te Utrecht. Omdat deze uitgever weinig animo vertoonde voor bijpassende illustraties, liet de Amsterdamse boekhandelaar-uitgever Johannes Allart

[p. 21]



illustratie

‘Alexis’ uit: 45 pentekeningen door J. Buijs voor Hièronymus van Alphens Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen (Amsterdam, 1778-1781). Collectie Letterkundig Museum


ze (in overleg met de dichter) voor eigen rekening maken. De koper kon ze dan zelf bij de ‘kale’ tekst laten inbinden, iets wat in die tijd wel vaker gebeurde. De keuze van Van Alphen en Allart viel hiervoor op de kunstschilder Jacobus Buijs (1724-1801), een van de veelbelovendste jonge boekillustratoren in de tweede helft van de achttiende eeuw. Hij zou later ook de ontwerpen tekenen voor de verluchting van spraakmakende romans als Wolff en Dekens Sara Burgerhart en Feiths Julia, nadat hij eerder al naam had gemaakt met zijn ontwerpillustraties voor de Nederlandse editie van Gellerts Fabelen en Vertelsels (1772-1774).

Buijs' gewassen pentekeningen bij van Alphens kindergedichten zijn voor deze eerste twee bundels in koper gegraveerd door Jan Punt en Noach van der Meer jr. Het voordeel is dat door het wassen schaduwen duidelijker aangebracht kunnen worden, zodat de graveur de bedoeling van de tekenaar beter in de prent kan overbrengen.

Deze pentekeningen, die nauw aansluiten bij de voor die tijd korte en pittige tekst, geven een aardig beeld van de interieurs, tuinaanleg en kleding van de gegoede burgerij uit de laatste kwart van de achttiende eeuw. Zo staat bijvoorbeeld de vader, gekleed in kniebroek, vest, lange jas en breed gegespte schoenen en buitenshuis ook nog met hoed op staartpruik, model voor de oudste jongen. Ook de meisjes laat Buijs in hun uiterlijke verschijning graag zien als een verkleind evenbeeld van hun moeders, met hetzelfde hoog opgestoken haar en lange jurken. Alleen de allerjongste kinderen dragen lossere kleding en hun eigen korte haren.

De tuinaanleg weerspiegelt eveneens de smaak van de welgestelde bourgeoisie: parken met hoge geschoren heggen, tuinbeelden en vazen. Jacobus Buijs geeft dit alles helder en gedetailleerd weer. De figuren zijn plastisch vormgegeven en vooral de kinderen bezitten een natuurlijke beweeglijkheid en dynamiek. Alexis (in het gelijknamige gedicht) kan bijvoorbeeld heel lief zijn voor zijn zusje, maar zo gauw zij vraagt of ze een speelgoedje van hem mag gebruiken, wordt hij nijdig en afwerend. Dat verbeeldt Buijs duidelijk in beider houding, gebaren en mimiek.

Van Alphens kindergedichten onderscheiden zich niet alleen naar vorm maar ook naar inhoud van alles wat vóór die tijd in Nederland geschreven werd. De kinderen die hier aan het woord komen lijken geen ander doel te hebben dan zich vlijtig en oppassend te gedragen. En dat niet met frisse tegenzin maar in alle blijmoedigheid, want zo alleen zullen ze het hoogste geluk van de verlichte burger verwerven: dankbaarheid, tevredenheid en vrolijkheid.

Dat wil niet zeggen dat dit ideaal altijd even gemakkelijk bereikt wordt. In het gedicht ‘De Kinderliefde’, dat opent met: ‘Mijn vader is mijn beste vriend’, bekent het jongetje: ‘Ik ben ook somtijds wel eens stout,/ Maar als mijn ondeugd mij berouwt,/ Dan wordt zijn vaderhart bewogen’. Door gezichtsuitdrukking en handgebaar geeft Jacobus Buijs in de illustratie bij dit

[p. 22]

gedicht de vermanende houding van de vader goed weer. Maar tegelijk laat hij ook de innige verbondenheid en vertrouwelijke omgang tussen de vader en zijn zoontje zien.

Hoewel Van Alphen in zijn teksten veel nadruk legt op het leren van schoolse lessen, schenkt hij in diverse gedichten volop aandacht aan het kinderspel, al blijkt dat spelen eigenlijk ook een vorm van leren. Het kleine meisje vlecht een bloemenkrans of zingt, terwijl ze zichzelf begeleidt op de citer. Het jongetje speelt met de vogel op de kruk of met zijn hond en loopt achter zijn drijftol aan. Voor de illustrator zijn dit concrete onderwerpen, waarbij hij dan ook met veel verve een aardig tafereeltje kan schetsen. Moeilijker wordt het waaneer hij abstracte begrippen als ‘ledigheid’, ‘naarstigheid’ (vlijt) of geduld moet uitbeelden. Niettemin slaagt Buijs er in om door gezichtsuitdrukking en sfeer of geholpen door een voorbeeld van de schrijver deze deugden weer te geven. Zo laat van Alphen bij ‘Het Geduld’ de jongen een kat observeren ‘Die uuren lang gedoken zat,/ Om op een rat te loeren./ Zij ging niet heen voor zij de rat,/ Gevangen, in haar klauwen had’. En Buijs heeft zo een aanknopingspunt voor zijn illustratie.

Het verkoopsucces van van Alphens Kleine Gedigten voor Kinderen is niet alleen

illustratie

‘Het Geduld’ uit: 45 pentekeningen door J. Buijs voor Hiëronymus van Alphens Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen (Amsterdam, 1778-1781). Collectie Letterkundig Museum


te danken geweest aan de treffende, voor kinderen begrijpelijke tekst, maar ook aan de fraaie, door bekwame graveurs in prent gebrachte tekeningen van Jacobus Buijs. Het is heel uniek dat van een boek uit de achttiende eeuw met zoveel illustraties een dergelijke set van 45 te voorschijn is gekomen. Bovendien laat het ons zien dat ook in die vroege periode men zich veel moeite gaf, financieel en vooral artistiek, om een kinderboek zo aantrekkelijk mogelijk uit te geven.