1Milen. Het Benedictijner-nonnenklooster van Sinte-Katharina, waar Sinte Lutgart, nog geen dertien jaar oud, onder de kloostervrouwen aangenomen werd en elf jaar verbleef, stond te Sint-Truiden, buiten de Tiensche poort, nagenoeg ter plaats waar zich thans het stationsgebouw bevindt. Eerst in 1231, dus jaren nadat Sinte Lutgart dit klooster verlaten had, vestigden zich de kloosterzusters te Nonnen-Mielen, ongeveer 3 kilometer ten noorden van Sint-Truiden. De abdij, die sinds den naam van Nonnen-Mielen of Mielen droeg, werd op het einde der vorige eeuw, evenals vele andere, opgeheven. De plaats, waar zij stond, wordt thans nog Nonnen-Mielen genoemd.
De schuld dezer onnauwkeurigheid ligt aan den Latijnschen tekst, dien Willem van Afflighem vóór zijn verblijf te Sint-Truiden moet gevolgd hebben, zoo hij wezenlijk de schrijver van dit gedicht is.
M.J. Wolters, Notice historique sur l'ancienne abbaye noble de Milen près de St.-Trond, Gand, 1853.
J. Daris, Histoire du Diocèse et de la Principauté de Liège pendant le XIIIe et le XIV e siècle, Liège, 1891, p. 52. - 45 l. taenen.
63 l. Ende andre pinen, d. i. weer anderen(?).