1Volgens cene nota der Bollandisten is deze Jan van Lier en wordt hij vermeld door Jacob van Vitry in zijne Historia Occidentalis, cap. IX. Cantimpré zegt van hem in de Vita Lutgardis (I, 22): ‘Erat illo in tempore Magister Joannes de Liro, diocesis Leodiensis, vir utique in omni sanctitate praecipuus.’ Op zijn raad was het dat Sinte Lutgart het klooster der H. Katharina, te Sint-Truiden, voor dat van Awirs verliet. Hij komt als getuige voor in een akte van 1202, waarbij de St. Stevenskerk, te Awirs, aan de Benedictijnernonnen, aldaar gevestigd, geschonken wordt.
2514 Glosse: Cur fles Lutgardis? Quam obren (sic) affligitur cor tuum? Nonquid non melior tibi sum quam decem filii. - Het zijn Cantimpratensis' woorden.